Studentenalmanak 1954 - pagina 281
Voorts wil ik Uw aandacht vestigen op het vierkante hoofd van de heer Pietersma, die voornemens is een solide paardconceptie op te stellen,waarvoor hij reeds enkele aantekeningen maakte op papiertjes, die helaaszoekgeraakt zijn bij de laatste voorjaarsschoonmaak. Desondanks z ...
Studentenalmanak 1954 - pagina 282
waarbij het er rekening mee hield, dat het enerzijds confessioneelverantwoord moest zijn, anderzijds echter ook enigermate realistischen modern, in de geest van: voor elck wat wils.Toen het bestuur eindelijk meende iets gevonden te hebben, ontstonder een enigszins onaa ...
Studentenalmanak 1954 - pagina 283
DE OLIJFOLIFANT'Was ik i.p.v. ie- En wurgde de gedurf-maar niemand, de niemandof nog net zo lie- bijna de geslurf-ver een olijfolifant. de k.o.lijfolifant. ...
Studentenalmanak 1954 - pagina 284
BALLADEHeer Corporyn zong een liedekynEn bood ons Sherry ende wyn.Dat hoorde een Maegdekyn aen de V.U.Si dacht: Da's rot, wat moet ie nu!Si ging al voor haer Praeses staen:Och Praeses, moet ie naer Corporyn gaen ?'t I ...
Studentenalmanak 1954 - pagina 285
pßactijk-eßVÄRinq van een schizophcenolooQDe tijd, benodigd voor het wachten op een patiënt, werd door mijeigenhandig gedood met een boek, zo lijvig, dat alleen al de inhouds-opgave de helft ervan in beslag nam. Dit was in zoverre een v ...
Studentenalmanak 1954 - pagina 286
,,Wijs even aan", sprak ik slimmer. De man stond met een hand vol vingers (",,unpraktische" Vernunft").,,Onthoud goed, dat de voorkant die kant is, waarin ik een gaatjeprik", en ik deed het.,,Ei, ei, twee gaatjes! Aan de achterkant ook één", ontdekte hij, enik ...
Studentenalmanak 1954 - pagina 287
aiUtOBIOQRÄpISCh QßoenenqeknutselDe navolgende drie gedichten zijn door de jury uit de OratorischeVereniging c.s. A.K.Ä.A.H.M.E.I.A. bekroond, als zijnde de drieminst slechte producten, door de novieten in opdracht van ...
Studentenalmanak 1954 - pagina 288
Het volgende gedicht is weliswaar niet autobiografisch in elkaar ge-knutseld, doch desondanks als simpele visie van de eerstejaars G. W .van Halsema op de groentijd, bekroond als tweede gedicht: 'k Lijd smarten, want ik ben nog ongeboren, 'k Heb d ...
Studentenalmanak 1954 - pagina 289
En ten slotte was het bankroet van de geest van eerstejaars Phaff nettoereikend om boven zijn verval uit te stijgen om als derde lyricusuit de bus te komen: Zo rimpelloos en zonder luchtbelvragen vond hij de levenszee, zo simpel maar hxj ...
Studentenalmanak 1954 - pagina 290
Het regent en de straat is zwart. De nacht is zwart en het trottoir Een mens holt in de nacht.En de straat is lang en een huis met een warm gezicht is er niet!Waarom loopt een mens hard Op straat ...