Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 321
,Van de Scheppinge derwerelt.317V. Hoe wort dan hier verstaen dat de eerste persoon een eeuwigh Vader is, soo de Sone ende de H. Geest oock deselve eeuwige Vader zijn. A. De eerste persoon wort tweesins een Vader genoemt ten aensien van de creaturen ende ten aensien va ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 322
Van de Scheppinge318der werelt.die den hemel uytbreyt ick alleen, ende die de aerde uytspant door my selven, met Eom. 1. 19, 20. V. Gaet dit argument vast dat de Apostel treckt uyt Rom. 1. 19, 20. Overmits het gene van Godt kennelick is in haer openbaer is want Godt heeft het ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 323
Van de.Scheppinge der werelt.319de dingen die men siet, niet geworden zijn uyt dingen die gesien worden, ende Rom. 4. 17. V. "Was daer yet eer de werelt was geschapen? A. Neen. V. Was daer eenen tijt? A. Neen. V. Is de werelt buyten den tijt geschapen? A. Neen. V. Hoe sal men ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 324
Van de Scheppinge320der werelt.Delucht , die tusschen de aerde met de zee wateren ende tusschen de bovenwateren dat tusschen de woleken is. is d V. Waer uyt bewijst ghy, dat dese lucht met den naem van uytspansel wort genaemt? A. Uyt Genes. 1. 20. Ende het gevogelte vl ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 325
Van321de Scheppinge der werelt.A. Alle het gene in den Paradijse was. V. Maer was 'er yet daer de menschen niet mochteaenkomen? A. Ja. V. Wat was dat? A. De boom der kennisse des goets ende des quaets, Gen. 2. 17. V. Welck was de eerste dagh van de weke doen Grodt de w ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 326
Van de Scheppinge der322 3.Oock18.brengensalwerelt.het u doornen ende distelen voort-?A. Dat van wegen de sonde des menschen, deselve souden wassen ende vermenighvuldigen, terplaetsen, daerse den menschen ondienstigh souden zijn, ende ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 327
Van Rom.8.20.VS.323de Scheppinge der werelt.Wanthet schepselisder ijdelheytonderworpen &c. A. Dat is te verstaen van eenige uyterlicke beletselen, haer toegekomen van wegen de sonde des menschen; soo dat de natuer niet soo ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 328
Van324de Engelen.A. Ja: een seer groot profijt ende voordeel. V. Welck is dat? A. Siet de Antwoorde op de Vrage.AENHANGHSEL OFTE BYVOEGHSEL VAN DE ENGELEN. V. Zijn de Engelen oock geschapen? A. Ja. V. "Wanneer, ende op den hoe veelsten dagh? A. Het is waerschijnelick d ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 329
,Van de Engelen. A. Geesten: Hebr.1.14.325Zijnsenietallegedien-stige geesten, &c.V. Heeft dan een geest vleesch noch been? A. Neen: Luce 24, 39. Want een geest en heeft geen vleesch ende beenen, gelijck ghy siet dat ick heb ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 330
,Van de326Engelen.V. Waer uyt willen sy dat bewijsen? A. Col. 1. 16. Het zy throonen, het zy heerschappijen, het zy Overheden, het zy Machten. Eph. 1. 21. Verre boven alle Overheyt, ende Macht, ende heerschappije.V. Wat soudt ghy daer op antwoorden? A. Die plaet ...