Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 411
,,Van de ware Godtheyt407Christi.V. Welck zijn die Goddelicke werckingen ? A. Scheppinge, Joh. 1. vss. 1, 3. met Col. 1. 16. Hebr. 1. 10. Psalm 33. 6. onderhoudinge Hebr. 1. 3. ,verlossinge 1. Cor. 1. 30. Tit. 3. 5. de gemeynte vergaderen, Joh. 10. 14, 16. den K ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 412
Van408 ccd dcddde ware Godtheyt Christi.V. Maer is aen het stuck van de Godtheyt Christi wel wat gelegen? A. Ja. V. Is het niet alleenlick een dispuyt onder de Geleerden? A. Neen. V. Wie seggen sulcks? A. De Eemonstranten. V. Soo Christus ni ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 413
Vanware Godtheytd,e409Christi.A. Joh. 10. 34. Jesus antwoorde tot haer En is 'er uwe Wet lek hebbe geseght, Ghy zijt Goden ? Daer uyt datse willen besluyten dat den Sone Godts te zijn niet anders en soude beteeckenen als het ampt Christo van den Vader opgeleght; ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 414
Waerom410Christus genaemt wortampt hem van sijnen Vader opgeleyt. Want 1. Godt heeft hem tot een Heere ende Christum gemaeckt, dat selve en behoort niet; noch en wort niet geseyt van de Godtheyt Christi; maer beteeckent de heerschappije ende regeeringe des Middelaers, als Mid ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 415
411onsen Heere.V. Is Christus onsen Heer als Godt, met den Vader ende den H. Geest, of als Middelaer? A. Alle beyde. V. Is het een sake, Heere te zijn als Godt, ende als Middelaer? A. Neen. V. Welck is hooger, Heere te zijn als Godt, ofte als Middelaer? A. Als Godt. V. Is dan de Mid ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 416
,,Waerom412Christus genaemt worteen restrictie ende bepalinge maeckt tot het gene na het welcke de Heere Christus als Middelaer is, ende alsoo nootwendigh, als Middelaer aengeroepen wordende, oock als mensch sal aengeroepen werden, dewijle sijn Middelaers-ampt is na de ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 417
413onsen Heere.omdathy de verlossingewege gebracht,heeft teende persoonlick sijn bloet vergoten heeft. V. Zijt ghy dan Christi eygen. A. Ja. V. Waerom zijt ghy hem eygen? A. Om dat hy my gekocht ende verlost heeft. V. Wat is dat geseyt, dat hy ons ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 418
Van414 A.dOm hemChristi Menschwerdinge.teroemen endete prijsen.V. Bewijst dat? A. Titum 2. 14. 1. Petr. 2. 9. Maer ghy zijt een uytverkoren geslachte , &c. op dat ghy soudet verkondigen de deughden der gener die u uyt de duysternisse ger ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 419
Van V. A. V. A. V. A.IsChristi Menschwerdinge.415hy dan mensch geworden?Ja.Wanneer? In de volheyt des Bewijst dat?tijts.Galat. 4. 4. Maer wanneer de volheyt des tijts Godt sijnen Sone uytgesonden, is, heeftgekomengeworden van e ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 420
,Van416 dChristiMenschwerdinge.V. Maer moest de Soon nootsakelick mensch worden, ende en kost de Vader noch de H. Geest geenmensch werden? A.Wyseggen,datwyhetgeleerdelick niet enweten, oock niet en willen w ...