Mozaïsch en Romeinsch recht : eene vergelijkende rechtsstudie - pagina 72
Rede, gehouden bij de overdracht van het rectoraat der Vrije Universiteit
64 veeleer henen gaan en wederkeeren naar zijn huis. (Deut. XX: 8) In tijd van vrede is er zoo geen leger te onderhouden, en de buit van den krijg was wellicht voldoende om te geven wat dan werd vereischt. Voor het onderwijs was evenmin belasting noodig. Dusgenaamd openbare scholen werden in Israël niet gevonden. Het christendom boven geloofsverdeeldheid was nog onbekend. De gedachte aan gansch neutraal onderricht, van alle opvoedend element gezuiverd, kwam nog in niemands hersenen op. Ook kende Israël ware vrijheid. Evenmin als de Kerk aan de banden eener staatsorganisatie, buiten 's Heeren Woord om, werd vast gelegd, werd het volk aan scholen gehecht, gelijk dit bij onvrije volken geschiedt, in wie de Regeering, of deze onder invloed van een deel des volks, een anderen geest poogt te brengen, en die dan ook, omdat zij tegen den nationalen geest ingaan, niet op de liefde van het volk, maar op staatsgeld steunen moeten. Gewis verschilde ook in eischen voor de opvoeding der jeugd die tijd niet weinig van den onze. Heden ten dage kunnen de ouders niet meer zelven de opvoeding van hun kroost in alle deelen ter hand nemen. Maar daarmee vervalt toch de vraag niet, of ook de zorg voor het onderricht, gelijk dat op de school gegeven wordt, in de eerste plaats op de ouders dan wel op de Overheid rust. Slechts keert zij in dezen vorm terug, wat den voorrang hebben zal: de vrije school of de openbare; of de Overheid de eerste mag tegenwerken; of althans bij het inrichten van hare scholen zich om het lot der vrije school niet heeft te bekommeren; dan- wel of zij, ook al houdt zij eene openbare school in stand, zoo lang gezonken veerkracht bij de burgerij haar daartoe dwingt, toch altoos de zelfwerkzaamheid der burgerij zoekt te prikkelen, en het particulier initiatief aan te moedigen. Maar ontbrak dan al zoo de belasting in den gewonen zin, en voor wat meer bepaald het staatsbestuur betrof, toch was de Israëhet waarlijk daarom niet vrij om buiten wat hi.] in milddadigheid aan den arme gaf aüe inkomst voor zich te houden. Ahe eerstgeborenen van mensch en dier, evenals de eerstelingen van de vruchten des lands, zouden den Heere heihg wezen (Exod. XIII :13; Lev. XXVII: 26 volgg.; Num. XVIII: 12 volgg.; Deut. XXVI: 2 volgg.), terwijl voorts jaarlijks de tiende „van het zaad des lands, van de vrucht van het geboomte," evenals
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1890
Rectorale redes | 100 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1890
Rectorale redes | 100 Pagina's