Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Mozaïsch en Romeinsch recht : eene vergelijkende rechtsstudie - pagina 48

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Mozaïsch en Romeinsch recht : eene vergelijkende rechtsstudie - pagina 48

Rede, gehouden bij de overdracht van het rectoraat der Vrije Universiteit

2 minuten leestijd

40 miskennen, dat ook op het terrein van het privaatrecht, zelfs in de meest algemeene beschouwingen en uitgangspunten, tusschen Romeinsch en Mozaïsch recht bestaat. Het vinden van den geest des rechts behoort, gelijk van Ihering naar waarheid zeker opmerkt ^), tot de zwaarste problemen, en moeielijk kan ooit in positieve kennis eene te breede basis voor beschouwingen van dien aard worden gezocht. Daarom is het van te meer «belang, wanneer, met eenigen waarborg van grondig onderzoek, eenstemmigheid ten aanzien van dergelijke punten is bereikt. En zoo maak ik mij dan ook niet aan te gewaagde voorstelling schuldig, wanneer ik op het eenzijdig, het absoluut karakter van het subjectieve recht, gelijk dit te Rome bestond, uwe aandacht vestig. Mogen volgens von Ihering, Arnold ^), e. a., de Romeinen aanspraak maken op de eere, dat een zelfstandig privaatrecht bij hen het eerst tot ontwikkeling kwam, toch verzuimt ook von Ihering niet op te merken, dat de gewone schommeling van den slinger ook hier niet ontbroken heeft, en men, wat trouwens niet vreemd is te achten, in dit streven naar een van allen vreemden smet gezuiverd privaatrecht niet aanstonds de juiste maat gehouden heeft; ja, dat het Romeinsche recht in dit opzicht nimmer den indruk dier overdrijving heeft verloren "). Alle privaatrecht had bij de Romeinen het karakter van heerschappij, zij het al, dat de betrekkingen, waarbij dit recht te pas kwam, b.v. het huwelijk, wel niet het meest aan heerschappij deden denken *). Nochtans, zoo meent von Ihering, lag niet daarin eene eigenaardigheid van het Romeinsche volk, en is in die opvatting slechts het juiste getroffen. De eigenaardigheid, waarop men hier stuit, ligt in de mate der heerschappij, in het volstrekt absolute der bevoegdheid, terwijl de grond daarvan in de gedachte lag, dat het individu zelf de bron van zijn recht, en mitsdien zijn eigen wetgever is [avrói vóixoi) % „Die subjecjective Rechtssphare eine That und Production des Individuums und darum ledigiich seiner Autonomie anheimgestellt, die Un1) 2) 3) i) s)

T. a. p., dl. I, 4de ed., bl. 45. Cultur und Recht der Rönier, bl. 53. T. a. p., dl. II. 1, 4de- ed., bl. 292 en volgg. T. a. p., dl. II. 1, 4de ed., bl. 139. Aldaar bl. 147. Zie ook bl. 141.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1890

Rectorale redes | 100 Pagina's

Mozaïsch en Romeinsch recht : eene vergelijkende rechtsstudie - pagina 48

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1890

Rectorale redes | 100 Pagina's