Mozaïsch en Romeinsch recht : eene vergelijkende rechtsstudie - pagina 30
Rede, gehouden bij de overdracht van het rectoraat der Vrije Universiteit
•22
ander, en loopt korter of langer door aanzienlijker maatschappelijken kring, bevat meer mannen van naam en talent, dan de lijn waarlangs men tot den ander afdaalt — maar toch reeds in Noach ontmoeten koning en bedelaar elkaar als bloedverwant. Des eenen weg raakt eerder dan die des anderen in het kreupelhout zoek, maar toch na zekeren tijd komt aller weg weer boven. In de geslachtslinie van Jezus Christus komt onder de vrouwen ook Rachab voor, gelijk alle Rachabs met ons tot één geslacht behooren. En zoo waren dan wel in Jakob alle Israëlieten aan elkaar verwant. Maar in Terah vloeiden zij naar het bloed met Moabieten en Ammonieten saam. Ja, reeds lag in Izaak eene eenheid, die ook de Edomieten omsloot, gelijk de nauwe betrekking tusschen Edom en Israël telkens op den voorgrond treedt, en zoo ook met herinnering aan Ezau's woord: „ik zal mijnen broeder Jakob dooden," (G-en. XXVII: 41) door den profeet zijn oordeel hem wordt aangezegd: „omdat hij zijnen broeder met het zwaard heeft vervolgd, en zijne barmhartigheden verdorven; en dat zijn toorn eeuwiglijk verscheurt, en hij zijne verbolgenheid altoos behoudt." (Amos 1:11) Israels nationale grondslag lag hooger dan in gemeenschap van afstamming alleen, en wordt in het woord ontdekt, waarmee het „dwaze en onwijze volk" aangesproken wordt: „Is Hij niet uw Vader, die u verkregen, die u gemaakt en u bevestigd heeft?" (Deut. XXXII: 6; 15 en 18) Wat in het algemeen voor iedere natie geldt, dat de Heere ze formeerde, heeft ten opzichte van Israël nog geheel bijzonderen zin. Wordt te zijnen aanzien gezegd, dat de Heere Israël maakte; dat Hij de rotssteen is, die hem gegenereerd, de God, die hem gebaard heeft, zoo wordt daarmee op die bijzondere betrekking gedoeld, waarin Israël tot den Heere stond, die in de drieledige daad van het uitvoeren uit Egypteland, het geven van de wet, en het inbrengen in Kanaan, zich uit alle volkeren der aarde deze natie tot zijn bijzonder volk, zijn „volk des eigendoms" verkoren had. En dit niet om hunne veelheid, want zij waren het minste van alle volkeren, maar omdat de Heere ze had liefgehad, en daarin ook als type van wat de H. Apostel Paulus meent, wanneer hij schrijft, dat Christus zich gegeven heeft „opdat hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en zich zelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken." (Titus II: 14)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1890
Rectorale redes | 100 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1890
Rectorale redes | 100 Pagina's