Mozaïsch en Romeinsch recht : eene vergelijkende rechtsstudie - pagina 50
Rede, gehouden bij de overdracht van het rectoraat der Vrije Universiteit
42 nog andere niachten, die tot het houden van het goede spoor' medewerkten. „Es ist nicht nöthig," merkt terecht von Ihering öp, „dasz alles, was unterbleiben soil, gerade durch das Gesetz verboten Werde, die Sitte kann dasselbe bewirken, wie das Geeetz." De waarheid dezer uitspraak kan niet geloochend worden. En ongetwijfeld heeft dan ook in dit opzicht de macht der censoren, gelijk zij in afwijking van hare oorspronkelijke bestemming langen tijd geoefend werd, zich Itrachtig doen gevoelen. Maar dit neemt niet weg, dat toch de rechtsopvatting onjuist bleef ^), deze te gevaarlijker wordt, naarmate de werking dier buiten het recht gelegen factoren zich minder gelden doet ^), en zoo de receptie van het Romeinsche recht zonder onderzoek naar het bestaan en de beteekenis dier machten in de omgeving, waarvoor dat recht nu dienen moest, in te bedenkelijker licht verschijnt. Mag het zeker als oppervlakkigheid worden gewraakt, om bij de beschouwing van het Romeinsche recht geen rekening te houden met hetgeen de uitoefening van het recht goeddeels beheerschte, dan geldt datzelfde verwijt voor het overnemen van dat recht, na het van dat milieu te hebben losgemaakt. Ja, in zekeren zin kon dan worden gezegd, dat niet het Romeinsche recht is gerecipieerd geworden, maar daarvan slechts eene caricatuur. Doch hoe gematigd het gebruik moge zijn geweest, dat de Romein van zijne absolute bevoegdheid maakte, — zij hield daarmee toch niet op te bestaan. Ja, al erkende men, dat zoo magistraat als voogd hunne macht alleen bezaten, de een ten dienste van den Staat, de ander in het belang des minderjarigen, en al waren zij, wat ook op hun bestuur zelf moeielijk zonder invloed bleef, aan het eind daarvan tot rekenschap verphcht, — voor den duur hunner werkzaamheid, merkt von Ihering op '^), hadden zij geen plicht, maar uitsluitend recht. In het op elkaar doen volgen werd hoogstens een uitwendig ') Zoo zegt Arnold ook, t. a. p., 1)1. 52: „die Sitte Ijiklete gerade in der iiltern Zeit im nothwendiges Complement des Rechts, und nur ein Volk, das wie das römische ursprünglich unter der strengsten Zucht der Sitte stand, konnte ein solches Recht ertragen." 2) Zeer te recht wijst Schmidt, t. a. p., bl. 14 en volg., er op, dat foutieve opvattingen in de fundamenteple begrippen van het privaatrecht haren schadelijken 'nvloed op den dnur ook in het overig deel des rechts zullen openbaren. Er is samenhang. Er is eene encyclopaedie. 3] T. a. p., dl, II. I, 4de ed., bl. 297. • •
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1890
Rectorale redes | 100 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1890
Rectorale redes | 100 Pagina's