Mozaïsch en Romeinsch recht : eene vergelijkende rechtsstudie - pagina 53
Rede, gehouden bij de overdracht van het rectoraat der Vrije Universiteit
4& óog Waarop Hij aanleg en vermogen schonk of onthield. De instrumenten, waarvan zich de Heere voor het vormen van den Bijbel bediend heeft, waren door Hem daartoe bereid. De gezonde ontwikkeling van een volk moet lijden, zoo in een of ander opzicht de krachten, die het leven eischt, te zeer worden gemist. Een „geleerd proletariaat" spreekt van tweeledig gebrek. Tegen, over de opeenhooping hier staat ontblooting ginds. Yan den Heere mag worden gewacht, dat Hij, rekening houdende met de behoeften des volks, daarnaar reeds in den moederschoot de kinderkens formeert. Verstaan we het daarom wèl. Evenals de Heere veelal voor de vrouw van onze? — neen, van zijne keuze, — liefde in het harte werkt, en op die wijze hen te samen brengt, wier eenheid Hij gewild heeft, — zoo legt Hij vaak in de neiging van den knaap voor eenigen werkkring de aanwijzing van hetgeen, waartoe Hij hem bestemde. De vraag wat het kind wil worden, mag dan ook alleen met deze bedoeüng worden gesteld, dat zoo wellicht zal te bespeuren zijn, wat hij worden moet. Welhcht. Het geldt hier geen onfeilbare orakelspreuk. Evenzeer als soms de ontbrande genegenheid onderdrukt moet worden, in stee van aangeblazen, kan het antwoord van het kind grootelijks verschillen van wat de Heere zeggen zou, liet Hij zich dus hooren. Toch sproot de beperking, die we in het Mozaïsch recht voor de subjectieve bevoegdheid vinden gesteld, waarlijk niet alleen uit de aan de betrekkingen ten grondslag liggende gedachte, en de aan de dingen gegevene bestemming voort. Er is meer. Reeds bij oppervlakkige beoefening van dit recht wordt de aandacht getrokken door de barmhartigheid, die als een gouden draad door het weefsel trekt. Ware barmhartigheid kan niet door de wet gewaarborgd worden. Van barmhartigheid een rechtsplicht te maken is altoos onjuist. Iets anders echter is het waken tegen eene praktijk van onbarmhartigheid; eene heining te plaatsen, waarachter voort te dringen wordt belet. Tot barmhartigheid wordt op allerhande manier vermaand. Reeds jegens het dier, gelijk de Heere ook van Zichzelven zegt: „En ik zou die groote stad Mneve niet verschoonen? waarin veel meer dan honderd en twintig duizend menschen zijn, die geen onderscheid weten tusschen hunne rechterhand en hunne linkerhand; daartoe veel vee?" (Jona IV: 11) De dorschende os zal niet gemuilband wezen (Deut. XXV: 4).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1890
Rectorale redes | 100 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1890
Rectorale redes | 100 Pagina's