Mozaïsch en Romeinsch recht : eene vergelijkende rechtsstudie - pagina 35
Rede, gehouden bij de overdracht van het rectoraat der Vrije Universiteit
27
moeite dit eigenaardig element, althans na Mozes' tijd, weg te cijferen '). Hoe gewichtig verschillende omstandigheden, die daarbij vaak te pas worden gebracht, ook mogen zijn, toch geven zij volgens hem nog aUerminst recht een overigens onbekenden vorm van staatsbestuur voor Israël aan te nemen. Zelfs Ugt dit in den koningstitel niet, dien de Heere draagt. Dit geschiedde slechts om aan aUe afgoderij den stempel van muiterij tevens op te zetten, en daardoor dit kwaad nog te beter te keeren. Onze landgenoot Hieronymus van Alphen, die aan zijne Verhandeling ten hetooge van de voortreflijkheid der burgerlijke wetgeeving van Moses boven die van Lycurgus en Solon door Teyler's Godgeleerd genootschap den gouden eerepenning toegewezen zag, spreekt wel van theocratie als „het veiligste bolwerk tegen alle wiUekeurige verandering, overheersching en verwarring", maar verklaart het overigens onnoodig haar karakter nader te omschrijven ^). Ook Saalschütz dringt tot haar eigenlijk karakter niet door, gelijk reeds hieruit blijkt, dat volgens hem theocratische elementen in lederen Staat aanwezig zijn; de hedendaagsche toestanden van wat bij Israël bestond niet qualitatief verschillen, maar alleen quantitatief •''); en hij het eigenaardige van Israels toestand te dezen aanzien zoekt in de door den Heere aan dit volk gegeven wet. „Gott herrscht ... im Volke durcJi dies Gesels, und dies ist das eigenüiche Moment der Theokratie". „Gojj.. ist der Gesetsgeber des Volkes, durch die fortdauernde Wirkung des durch ihn gegebenen, ein für aTiemak"'abgeschlossenen Gesetzes. Dies ist das Wesen der Hebraischen Theokratie." •') Neen, het wezen der theocratie ligt dieper en reikt verder. Zij 1) T. a. p., dl. I, § 34 en 35. ^) • Verhandelingen van Teyler's Genootschap, dl. IX, bl. 216. Dit deel bevat nog een ander antwoord op dezelfde vraag, dat den zilveren eerepenning verwierf, bl. 253 en volgg. Volgens dezen Schrijver, 'bl. 387, is de Godsregeering over Israël niets bijzonders. Daar het volk door het uitleiden uit Egypte op treilende wijze gezegend was, zoo sprak dit sterker tot het liart dan de algemeene Voorzienigheid Gods over alle schepsel. Met den indruk daarvan, en ten einde het volk in het geloof aan des Ueeren zorg te sterken, werd nu eene voorstelling in verband gebracht, alsof de Heere in bijzonderen zin het gebied over Israel op zich had genomen. Alleen op die wijze zou een levendig besef v a n ' s Heeren Voorzienigheid bewaard kunnen blijven. 3) T. a. p., bl. 22. *) T. a. p., bl. 16 en volg.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1890
Rectorale redes | 100 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1890
Rectorale redes | 100 Pagina's