Mozaïsch en Romeinsch recht : eene vergelijkende rechtsstudie - pagina 64
Rede, gehouden bij de overdracht van het rectoraat der Vrije Universiteit
56 De macht van den Romeinschen dominus over den slaaf is manapium; oorspronkelijk, en daardoor absoluut. G-ewis, vooral bij Rome hebben wij er op te letten, dat niet van alle bevoegdheid gebruik werd gemaakt; „von der abstracten Möglichkeit bis zur Wirklichkeit war doch ein weiter Schritt." ') JSTiettegenstaande het uti legassü was het toch allerminst regel, dat de paterfamilias over zijn vermogen louter naar willekeur beschikte ^). Al stond de lex Garmleja huwelijken tusschen patriciërs en plebejers toe, toch kwamen zij althans in den eersten tijd waarlijk niet veelvuldig voor. De bevoegdheid tot het in partes secare van den schuldenaar maakte daarom toch niet van Rome een groot abattoir. Zelfs kwam het volgens G-eUius nimmer voor ^). Bleef al het peculiiim des meesters eigendom, en het terugnemen daarvan alzoo rechtens geoorloofd, toch „galt es in Rom als ehrenrührig, dem Sklaven das Peculium ohne die dringendsten Gründe zu entziehen". •*) Een Pollio, die zijne slaven als een lekker hapje'voor het gedierte van zijne vijvers gebruikte °), mag niet als type van den Romeinschen dominus gelden. Maar hoedanig ook het leven, althans langen tijd, was, toch neemt dit aan den anderen kant van het stelselmatig absolute in het recht niets af. Zoo was ook de macht over den slaaf in beginsel onbeperkt. Onder Israël daarentegen was van stonde aan alle dienstbaarheid geregeld en begrensd. Van den Hebreër wordt zelfs bepaald, dat, als hij uit armoede zich verkocht zal hebben, hij als „een daglooner, als een bij wener" dienen zal. En slechts tot het jubeljaar. „Want zij zijn mijne dienstknechten, die Ik uit Egvpteland uitgevoerd heb; zij zullen niet verkocht worden, gelijk men een slaaf verkoopt." (Lev. XXV : 42) Gelijk onder Israël het land des Heeren eigendom was, en daardoor reeds alle private heerschappij over den grond beperkt, — zoo ook hier. Men kan in zijne macht over den dienstbare niet doordringen tot het hart, tot de uiterste grens. Veeleer 1) Von Ihering, t. a. p., dl. II. 2, 4e ed., bl. 148. =) Zie Mr. Land, t. a. p., bl. 303. 3) Zie von Ihering, t. a. p., dl. II. 1, 4e ed., bl. 154. *) Von Ihering, t. a. p., dl. II. i, 4e ed. bl. 179 en 180. 5} Zie Troplong, t. a. p., bl. 180.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1890
Rectorale redes | 100 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1890
Rectorale redes | 100 Pagina's