Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Mozaïsch en Romeinsch recht : eene vergelijkende rechtsstudie - pagina 66

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Mozaïsch en Romeinsch recht : eene vergelijkende rechtsstudie - pagina 66

Rede, gehouden bij de overdracht van het rectoraat der Vrije Universiteit

2 minuten leestijd

58 Voor den vreemde was strengere dienstbaarheid mogelijk. Maar toch bleef ook die macht beperkt. Te Rome gold hospes hostis. In het Oude Testament heeft men 21 plaatsen geteld, waar de vreemdehng in Israels barmhartigheid wordt aanbevolen, gelijk de tegenstelling reeds hierdoor verflauwd woxdt, dat de inwoner zelf tegenover den Heere, den eigenaar des lands, een gast en vreemdehng is. En dit werkt door ook in het recht. ,,Het burgerlijk recht van het Koningrijk is hetzelfde voor vreemdelingen, als voor de Nederlanders, zoo lang de wet niet bepaaldelijk het tegendeel vaststelt." (Art. 9 A. B.) In gelijken trant lezen we reeds van Israël: ,,Eenerlei recht zult gij hebben; zoo zal de vreemdehng zijn als de inboorling: want Ik ben de Heere uw God!" (Lev. XXIV : 22) Ook voor den vreemde, die in dienstbaarheid is, geldt de bepaling: „Wanneer ook iemand zijnen dienstknecht of zijne dienstmaagd met eenen stok slaat, dat hij onder zijne hand sterft, die zal zekerlijk gewroken worden." (Exod. XXI : 20) En voorts: „Wanneer ook iemand het oog van zijnen dienstknecht, of het oog van zijne dienstmaagd slaat, en verderft het, hij zal hem vrij laten gaan voor zijn oog. „En indien hij een tand van zijnen dienstknecht, of een tand van zijne dienstmaagd uitslaat, zoo zal hij hem vrijlaten voor zijnen tand", (vs. 26 en 27) • Van de gevangene, die tot vrouw genomen is, wordt gezegd: „En het zal geschieden, indien gij geen behagen in haar hebt, dat gij haar zult laten gaan naar hare begeerte; doch gij zult haar geenszins voor geld verkoopen, gij zult met haar geen gewin drijven, daarom dat gij haar vernedert hebt." (Deut. XXI : 14) Zij zijn mijne knechten. Aüe macht over hen is dus afgeleid; „bij de gratie Gods;" binnen perken gesteld. Slechts een oogenblik nadenkens wordt vereischt om te verstaan, dat deze formule niet is bewijs van bestaan eener theocratie, maar deze juist uitsluit. En zoo ook is het oppervlakkigheid wie in haar een teeken van absolutisme ziet. Verwerp haai*,' zoo gij meent beter steunsel voor het gezag te kunnen vinden. Het zij zoo. Maar vrijheid principieel geloochend. Ook hier geldt de waarheid der historische idee. Wat het meest natuurlijk schijnt, ligt vaak niet aan het begin, maar veeleer aan het eind der baan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1890

Rectorale redes | 100 Pagina's

Mozaïsch en Romeinsch recht : eene vergelijkende rechtsstudie - pagina 66

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1890

Rectorale redes | 100 Pagina's