Mozaïsch en Romeinsch recht : eene vergelijkende rechtsstudie - pagina 63
Rede, gehouden bij de overdracht van het rectoraat der Vrije Universiteit
55 reeds de man niet naar zijn geslacht genoemd wordt, maar vir van het Sanskrietsche vira: een krijgsman, een held •'). De laatste grond van het verkrijgen lag in den rechthebbende zelf; in zijne feitelijke macht. Hoe verschilt daarvan wat onder Israël gold, en waarin eene aanwijzing voor allen tijd en iedere plaats geschonken is. Kanaan is het land, dat de Heere aan zijn volk gegeven had, gelijk immers dit volk niet op dien bodem eerst tot ontwikkeling kwam, maar veeleer als volk in eene vreemde erve werd ingebracht. Het verkrijgen van een landbouwend volk, als Israël was, bestond bovenal in wat van akker en wijngaard geoogst werd. Maar wat het zoo in zijne schuren straks draagt, den koorn, den most en de olie, — het zijn niet in de eerste plaats vruchten des lands, en een rechtmatig loon voor den daaraan besteden arbeid. De Heere zal uit zijne hand hun dit aUes verleenen, zoo zij zich houden aan zijn Woord. „Grij zult veel zaads op den akker uitbrengen, maar gij zult weinig inzamelen: want de sprinkhaan zal het verteren. ,,Wijngaarden zult gij planten, en bouwen, maar gij zult geenen wijn drinken, noch iets vergaderen: want de worm zal het afeten. „Olijfboomen zult gij hebben in al uwe landpalen, maar gij zult u met olie niet zalven: want uw olijfboom zal zijne vrucht afwerpen. „Zonen en dochteren zult gij gewinnen, maar zij zullen voor u niet zijn: want zij zullen in gevangenis gaan. „Al uw geboomte, en de vrucht uws lands zal het boos gewormte erfelijk bezitten. „De vreemdeling, die in het midden van u is, zal hoog, hoog boven u opklimmen; en gij zult laag, laag nederdalen. ,,Hij zal u leenen, maar gij zult hem niet leenen; hij zal tot een hoofd zijn, en gij zult tot een staart zijn. „En al deze vloeken zuUen over u komen, en u vervolgen, en u treffen, totdat gij verdelgd wordt: omdat gij der stem des Heeren, uws G-ods, niet gehoorzaam zult geweest zijn, om te houden zijne geboden en zijne inzettingen, die Hij u geboden heeft." (Deut. XXYHI: 38—45) *) Cf von Ihering, t. a. p., dl. I., 4e ed., bl. 110-H5. Schmidt, t, a. p., W 108.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1890
Rectorale redes | 100 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1890
Rectorale redes | 100 Pagina's