Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Mozaïsch en Romeinsch recht : eene vergelijkende rechtsstudie - pagina 58

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Mozaïsch en Romeinsch recht : eene vergelijkende rechtsstudie - pagina 58

Rede, gehouden bij de overdracht van het rectoraat der Vrije Universiteit

2 minuten leestijd

èo overbrengen van wat onder Israël gold op het burgerlijke leveü van andere tijden moet zeker niet dan met de meeste omzichtigheid en zonder oppervlakkig copieeren geschieden, maar nochtans is het stellig waar, dat wie voor het vermogensrechtelijk verkeer onzer dagen oprechtelijk begeert 's Heeren ordeningen te kennen, daarvoor meer vinden zal onder wat voor Israël als levensorde werd bepaald dan uit dien éénen trek der eerste Christenen. Schoon niet als afgod vereerd, wordt toch onder Israël het eigendomsrecht zeer duidelijk uitgesproken en door strafbepaling gewaarborgd. Maar evenzeer werd tegen overdrijving naar den anderen kant gewaakt. Reeds hierboven herinnerden we, hoe de Heere zelf als wezenlijk eigenaar van het land beschouwd wilde worden. Moet de mensch bij alles wat hij heeft bedenken, dat hem dit, zij het ook langs middellijken weg, van den Heere toekomt, hij dit naar zijnen wil en in des Heeren dienst te gebruiken heeft, — dat was onder Israël verscherpt, en in de burgerlijke betrekking van een eigendomsrecht des Heeren omgezet. In het thans door ons bedoeld verband hebben we echter minder op dit punt te letten, en meer op die beperking te zien, welke het eigendom, geüjk we toch ook ter wille der duidelijkheid, het recht van den enkele blijven noemen, in verband met de maatschappij onderging. Afgezien van de betrekking tot den Heere, is het land door Hem aan het volk in gemeenschappelijk eigendom geschonken, gelijk Hij het ook voor hen tegenover anderen wil bewaren. (Exod. XXXIV: 24). Toch is niet de bedoeling, dat het land ook door de gemeenschap, van harentwege, zal worden bestierd, maar wel kan geen onbesnedene een meer dan tijdelijk eigendom hebben ^); zal wat in Sabbath- en jubeljaar van zelf wast, niet worden ingeoogst, maar gemeengoed zijn (Levit. XXV: 5 en 1) Saalschütz, t. a. p., bl. 687, houdt het waarschijnlijk, dat de niet-genataraliseerde vreemdeling wel grondeigenaar kon zijn. Hij beroept zich daarvoor op Ezechiël XLVII: 22, waar dit zelfs als een recht vermeld wordt. Alleszins juist is de opmerking van Kübel, t. a. p., bl. 29 noot *, dat die plaats, waarvan de geestelijke beteekenis hierin ligt, dat de Kerk des Nieuwen Verbonds ook uit Heidenen zal bestaan, insgelijks wat de aardsche verhoudingen in de toekomst betreft, eenen nieuwen regel stelt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1890

Rectorale redes | 100 Pagina's

Mozaïsch en Romeinsch recht : eene vergelijkende rechtsstudie - pagina 58

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1890

Rectorale redes | 100 Pagina's