Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Mozaïsch en Romeinsch recht : eene vergelijkende rechtsstudie - pagina 75

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Mozaïsch en Romeinsch recht : eene vergelijkende rechtsstudie - pagina 75

Rede, gehouden bij de overdracht van het rectoraat der Vrije Universiteit

2 minuten leestijd

67 Wat is de armoe, waarvoor gij u gesteld ziet? Kan het ook eene, en nog genadige, kastijding des Heeren zijn wegens verborgen gierigheid? Werd de orde misschien omgekeerd, en naar de dingen dezes levens het eerst gezocht? Werd aan 's Heeren dienst wellicht de gave onttrokken? Indien ja, o! zie dan toe wat gij doet. Hier is erger kwaad dan gewone diefstal. „Zal een mensch God berooven? maar gij berooft Mij, en zegt: Waarin berooven wij U? In de tienden en het hefoffer." (Mal. III : 8) Vlak de omgekeerde weg moet misschien ingeslagen worden van het pad, dat gij woudt gaan. Met de wijze waarop gij het gat poogt te dichten, bevordert gij het kwaad. G-ij vult een Danaïdenvat. De bodem is door gierigheid weggevreten. Gij kweekt, hoe betrekkelijk goed uwe meewarigheid moge zijn, het proletariaat, dat gij wilt bestrijden. Diakonie hebt gij thans te zijn door eene gave in te houden. Ja, dat inhouden is uw gave, rijker gave dan alle kostbaarheid van deze wereld saam; geldgierigheid is een wortel van alle kwaad. Meer nog. Uwe roeping kan het zijn, wel verre van te geven, tot uitgeven te manen. Laat van het karig overschot de helft naar 's Heeren huis gedragen worden. Misschien wil Hij verzoening doen, en zich 'zelfs deze gave laten welgevallen. Zoo keert de zegen wellicht eerst drupsgewijs, daarna in stroomen neer, en is radicaal geholpen. „Gij zult eenen dorschenden os niet muilbanden. Zorgt ook God voor de ossen? ,,0f zegt Hij dat ganschelijk om onzentwil? Want om onzentwil is dat geschreven; overmits die ploegt, op hoop moet ploegen, en die op hoop dorscht, moet zijne hoop deelachtig worden." „Weet gij niet, dat degenen,_ die de heilige dingen bedienen, van het heilige eten ? en die steeds bij het altaar zijn, met het altaar deelen? „Alzoo heeft ook de Heere verordend dengenen, die het Evangelie verkondigen, dat zij van het Evangelie leven." (1 Cor. IX : 9, 10, 13, 14) Weet gij het niet? Weet gij niet, dat schier geen punt in de brieven van den H. Apostel Paulus zoo telkens wederkeert? Weet gij niet, dat met zeldzame stoutmoedigheid dit voorschrift op tal van plaatsen zoo schromelijk wordt overtreden, dat de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1890

Rectorale redes | 100 Pagina's

Mozaïsch en Romeinsch recht : eene vergelijkende rechtsstudie - pagina 75

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1890

Rectorale redes | 100 Pagina's