Mozaïsch en Romeinsch recht : eene vergelijkende rechtsstudie - pagina 49
Rede, gehouden bij de overdracht van het rectoraat der Vrije Universiteit
41 statthaftigkeit aller Eingrilïe in dieselbe gegen den Willen des Berechtigten, sei es von Seiten Einzelner, sei es ven Seiten des Staats — das war die Quintessenz des römischen Rechtsgefühls". ^) Slechts voor zoover de eischen van het algemeen het volstrekt noodig maken, wordt door de lex publica een inbreuk op het terrein van het in zichzelf absolute privaatrecht gemaakt. Die onbeperkte macht, welke in alle subjectief recht lag, teekent zich zoo duidelijk in de bevoegdheid van het hoofd des gezins tegenover zijne huisgenooten; van den schuldeischer ten opzichte van den schuldenaar; van den eigenaar met betrekking tot zijn eigendom,- bepaaldelijk ook voor zooverre hij daarover bij testament beschikken wil. Het G-ermaansche recht kende de testamenten niet. Eerst in de latere middeneeuwen werd het onder invloed der kerk toegelaten, maar ook toen bleef het oorspronkelijk familie-erfrecht voor een goed deel onschendbaar. Heden ten dage wordt van Katholieke zijde de meest onbeperkte vrijheid verdedigd, gelijk dit bij name door Le Play is gedaan. In het Romeinsche recht bestond oudtijds zoodanige bevoegdheid, gelijk de Lex XII tabularum verklaart: „ Uti legassit super pecunia tutelave suae rei, ita jus esto." „Was er bestimmt, ist Bechtens." Zulk eene bepaling, zegt von Ihering, heeft naar hetgeen de geschiedenis ons doet kennen, nergens nog bestaan. En even absoluut als de bevoegdheid tot beschikken bij testament was, bestond zij ook voor wat het verkeer onder levenden betreft. Onbeperkt was het recht van vervreemding, van verdeeling, van verkrijgen. De macht van den schuldeischer tegenover den schuldenaar vertoonde dezelfde trekken. Was er slechts één crediteur, dan was verkoop van den verphchte trans Tiberim als slaaf geoorloofd, waarmee de juridische persoonlijkheid te loor ging, terwijl bij eene veelheid van schuldeischers zelfs de Lex XII tabularum het in partes secare gedoogde. Het absoluut karakter eindelijk van de potestas in het gezin is voldoende bekend. Nochtans sproot uit deze opvatting langen tijd weinig nadeel. „Jene abstracte Freiheit des Rechts fand factisch im römischen Leben ihr richtiges Masz und Ziel." Buiten het recht waren er 1) T. a. p., bl. 57.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1890
Rectorale redes | 100 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1890
Rectorale redes | 100 Pagina's