Mozaïsch en Romeinsch recht : eene vergelijkende rechtsstudie - pagina 51
Rede, gehouden bij de overdracht van het rectoraat der Vrije Universiteit
48 •v'erband gelegd. Tot het dooreenvlechten dezer twee, tot eene ware eenheid, wist men niet te komen. Het recht was geen recht; de macht hield op macht te wezen, zoo daaraan het karakter van het absolute ontbrak. Het G-ermaansche recht heeft volgens Ahrens deze eenzijdigheid gemeden ^). Naar von Ihering meent, hangt deze voorstelling sameh met het weinig scherp trekken van de rechtsgrenzen in de school van Krause. Voor het verband van ons betoog wordt niet vereischt hierop verder in te gaan. Te minder, wijl in dit opzicht zoo groot verschil tusschen het Eomeinsch en het Mozaïsch recht bestaat. In dit laatste vinden we zoo absolute machts^ bevoegdheid geenszins. Het recht werd hier veeleer door den plicht beheerscht. De gedachte, waaraan het recht dienstbaar was, legde tevens daarvan' de grens. Het recht bestond niet anders dan als beperkte macht. In de beperking lag geene tegenspraak, maar veeleer de natuurlijke grens der bevoegdheid. In de eerste plaats legt het Mozaïsch recht zeer sterken nadruk op den plicht om acht te geven op alle ordening, door den Heere voor het leven gesteld. Het miskennen daarvan wordt soms niet minder streng gestraft dan het aantasten van zijnen heiligen i JSTaam, of van zijn in den mensch geschapen evenbeeld. Het vonnis des doods staat op alle bloedschande; overspel; het grovelijk schenden van de tusschen de geslachten, of tusschen mensch en dier getrokken grens; ,,al wie eenige van deze gruwelen doen zal; die zielen, die ze doen, zullen uit het midden van haar volk uitgeroeid worden." (Lev. XVIII: 29; XÉ.: 11 en volgg.; Deut. XXII: 22) „Het kleed eens mans zal niet zijn aan eene vrouw, en een man zal geen vrouwekleed aantrekken: want al wie zulks doet, is den Heere, uwen God, een gruwel." (Deut. XXII: 5) Door gansch bijzondere bepalingen poogt de Heere het letten op zijne ordeningen in te scherpen; tegen het uitwisschen der lijnen, het verrukken der grenzen te waken. Driemaal komt het verbod voor, meestal dus vertaald: „Gij zult het bokje niet koken in de melk zijner moeder." (Exod. XXIII: 19, XXXIV: 26 ; Deut. XIV : 21) Velerlei verklaring is 1) Juristische Encyclopddie, bl. 339- Zie ook Arnold, t. a. p., bl. 57,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1890
Rectorale redes | 100 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1890
Rectorale redes | 100 Pagina's