Mozaïsch en Romeinsch recht : eene vergelijkende rechtsstudie - pagina 59
Rede, gehouden bij de overdracht van het rectoraat der Vrije Universiteit
51 volgg.; 11 en 12); mag ieder in zijns naasten wijngaard druiven tot verzadiging eten; met de hand aren van eens anders staande koren plukken (Deut. XXIII: 24 en 25); en acht Kübel het niet onmogelijk, dat in de betrekkelijk matige straf, op diefstal gesteld, ,,Etwas von der G-esammtberechtigung Aüer als Milderungsgrund durch(schimmert)." O Maar het recht van den enkele wordt niet alleen door dat van het geheel beperkt. Evenals het pohtiek verband onder Israël niet aanstonds van het geheel op den enkele overgaat, maar tusschen die beiden nog andere kringen liggen, zoo is ook voor den eigendom behalve de natie nog de stam en de familie van beteekenis. Kanaan behoorde aan het volk, maar tevens stond elk deel des lands met eenen stam en een familie in verbinding. Naar aanleiding van Zelafeads sterven, die wel dochters, maar geen zonen had achtergelaten, wordt duidelijk bepaald (Num. XXYII:8 11), dat elke stam het goed behouden zal, hetwelk daaraan eenmaal '")," volgens de regehng des Heeren, toegewezen was (Num. XXYI: 5 3 - 5 5 ; XXXin:54). Gaat al het recht van den stam niet verder dan tot de bevoegdheid om hiervoor te waken, ook wordt een band tusschen het goed en het geslacht geknoopt. Elk geslacht heeft zijn erfdeel, en door de, zij het ook bloot zedelijke, verphchting der nabestaanden om als losser op te treden, wanneer de verarmde Israëliet van zijne bezitting iets verkocht had, trachtte de wet ook dezen samenhang te bewaren, (Lev. XXY: 25 en volgg; Num. XXXIÏÏ: 54). "Wordt omtrent het Romeinsche recht door van Ihering verklaard: „Kein Famihenfldeicommisz erhielt mühelos das Gut der Familie, dafür muszte sie selber sorgen durch eigene Thatigkeit und Anstrengung," ^) zoo spreekt daarentegen in wat voor de dochters van Zelafead, en naar aanleiding van dit geval tevens 1) T. a. p., bl. 35. ^) De vraag hoe het gaat, indien een stam grooter of kleiner wordt, beantwoordt de wet niut. Kübel zegt, t. a. p., bl. 3 0 : „Der Herr, der die Geschieke des Einzelnen, wie des ganzen Volkes lenkt, hat sich die dann etwa nöthig werdende Verfügung vorbehalten. Mann könnte vielleicht in z. B. 2 Mos. 34, 2 4 ; 5 Mos. 12, 20; 19, 8 flnden, dasz dann eine Erweiterung der Grenzen, also ein weiteres Bescheeren von Eigenthum Statt flnden würde, wobei in Anschlag zu bringen, dasz Israel bekanntlich nie die ihm im Falie des Gehorsams verheiszenen Grenzen bekorainen, nie also seine normale Ausdehnung erlangt hat." ») T. a. p., dl. II. 1, 4e ed'., bl. 151.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1890
Rectorale redes | 100 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1890
Rectorale redes | 100 Pagina's