Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Mozaïsch en Romeinsch recht : eene vergelijkende rechtsstudie - pagina 46

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Mozaïsch en Romeinsch recht : eene vergelijkende rechtsstudie - pagina 46

Rede, gehouden bij de overdracht van het rectoraat der Vrije Universiteit

2 minuten leestijd

38 „Alle ziel zij de machten, over haar gesteld, onderworpen: want er is geene macht dan van God, en de machten die er zijn, die zijn van God verordend". (Rom. XIII: 1) De vermaning, door meer dan ééne hiërarchie en meer dan één bestuur ook in anderen kring gretig aangegrepen, om zoo mogelijk alle verzet neer te drukken, edoch, gelijk uit het verband zonneklaar blijkt, alleen voor de verhouding tot 's lands Overheid, die het zwaard draagt, geschreven, — bindt ons om 'sHeeren wil, aan al wat zij verordent, voor zoover zij niet van ons iets wenscht, dat ons met een ander van Gods geboden in strijd brengt. Ook het overtreden van eene politie-verordening is zonde. Met altoos direct, maar wel indirect. Middellijk geldt zoodanig gebod als eene verordening des Heeren. Wellicht wijkt het af van het door den Heere voor ons leven in dat geval geteekend plan. Nochtans zijn we, zoolang niet een stellige eisch des Heeren daartegenover staat, tot gehoorzaamheid gehouden. Zoo werd de verhouding van dit leven, sinds de zonde door wolken 's Heeren bestek verdonkerde. Eenmaal nochtans heeft het in Goddelijk erbarmen Hem behaagd voor een bepaald volk en naar den eisch daarvan tot in het kleine zelfs de rechtsorde te geven. De sluier was weer opgelicht, of beter nog, de Heere drong door den sluier heen om de stekken te zetten en de lijnen te trekken, gelijk het naar Goddelijke volmaaktheid in dien tijd en daar ter plaatse wezen moest. Maar zoo viel dan ook voor Israël die scheiding, die onderscheiding van middellijke en onmiddellijke overtreding weg. Van iedere rechtsbepahng was de schennis niet slechts, om deze uitdrukking te bezigen, betrekkelijk, maar volstrektelijk kwaad. Het muilbanden van den dorschenden os, het niet-leenen aan den arme, het vervolgen van den schuldenaar ook in het Sabbathjaar, en het plegen van afgoderij, — al werd het verschil van aard tusschen deze bepahngen niet opgeheven, — stonden in dit opzicht toch op dezelfde lijn, dat wie er tegen inging een onmiddellijk voorschrift Gods overtrad. En nog te meer is de moeielijkheid om in dezen te vinden wat tot het recht behoort, te begrijpen uit den vorm waarin het Mozaïsch recht is gesteld geworden, en het verband waarin het tot ons is gekomen. Geen der deelen van den Pentateuch geeft ons de rechtsorde in haar geheel en zonder tusschenvoeging van andere elementen, gelijk dit trouwens als van zelf door den

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1890

Rectorale redes | 100 Pagina's

Mozaïsch en Romeinsch recht : eene vergelijkende rechtsstudie - pagina 46

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1890

Rectorale redes | 100 Pagina's