GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Te veel of te weinig?

Bekijk het origineel

Bladeren
+ Meer informatie

Te veel of te weinig?

4 minuten leestijd

Het is teveel voor u ...........Waarom dan verheft gijlieden u over de gemeente des Heeren? Is het u te weinig om den dienst van des Heeren tabernakel te dienen? Numeri 16:3 en 9.

Het gaat • hier om het gezag van het ambt.

Niet zooals menschen het zich aanmatigen.

Maar zooals God het geeft. Korach met zijn revolutionairen aanhang vroeg aan Mozes en Aaron, die toch bij de gratie Gods de leidslieden van Israël waren: Waarom verheft gijlieden u over de gemeente des Heeren?

In die vraag steekt de revolutie haar driesten kop op.

Korach was een Leviet en kon niet dulden dat alleen Aaron's huis tot het priesterschap verkoren was.

Met den eenvoudigen Levietendienst, hoe bekoorlijk overigens, wilde hij zich niet tevreden stellen. Zijn wenachen gingen hooger.

Hij begeerde do priesterlijke bediening.

Hij begeerde do priesterlijke bediening.

Waarom stelden Mozes on Aaron zich zoo hoog boven de gemeente? •

Ge voelt welk© booze geest van murmureering en verzet acbter die vraag school.

Deze oproerige bende verwierp het ambtelijk gezag en de ambtelijke roeping van Godswege en vroeg ge­lijkheid voor allen.

Geen ambtsdragers, maar ambtenaren 'begeerden zij.

Om dan zelf te solliciteeren naar de hoogste bestuursfuncties.

Die Korachiet schuilt in menig hart, want liet is voor ons hoogmoedige menschen vaak zoo moeilijk den weg der verzoening en den weg naar Kanaan door den Heere alleen te laten bepalen.

Zijn er ook nu niet onder „de gemeente des Heeren", die met de revolutievraag: waarom verheft gij u? tot de van God geroepen en gezalfde ambtsdragers komen? Ook zij willen in den grond der zaak den Heere Zijn scepter ontwringen en zelf heerschen. Alsof de Heere dat toeliet: Neen, alle gezag ook in de Kerk van Christus is er bij de gratie Gods. En alle bediening' der ambten is er niet door de verheffing van de nietige schepselen, die in die ambten staan, maar omdat het den Heere behaagt zijn souverein gezag veelszins door den dienst van menschen uit te oefenen.

Daarom deed Mozes ook zoo goed door na het aanhooren van het revolutionair manifest der Korachieten de zaak biddend voor den Heere te brengen. Hij ontstak niet in toorn omdat men z ij n gezag en dat van Aaron aanrandde, maar hij viel op zijn aangezicht voor den Heere, uit wiens hand hij zijn roeping en zijn staf ontvangen had.

En eerst na dit gebed heeft hij een antwoord voor Korach en d& zijnen.

Dezen zeiden tot Mozes en Aaron: het is te veel voor u. Met andere woorden: ge matigt u (e hoog gezag aan.

Hoe fijn antwoordt Mozes op die booze aantijging met de vraag: is het u te weinig als levieten den dienst van des Heeren taibernakel te dienen? Zoekt gij nu ook het priesterambt?

Ach, wij gevoelen ons zoo ongelukkig als ons deel, dat wij van God ontvingen, ons te weinig en dat van anderen ons teveel lijkt.

van anderen ons teveel lijkt.

Ook als „kerkelijke" menschen.

Maar het haat niet of wij al met roekelooze hand naar het hoogere willen grijpen.

'tEenige gevolg zal zijn, dat ook'het lagere ons ontgaat.

Als wij ons voegen willen tot de nederige .dingen, zooals God ze voor ons goed keurde, dan kan zelfs het geringste voor , den blik des geloofs iets schoons en iets groots worden.

En anders ontneemt de Heere ons ook wat wij hebben.

Voior Korach en de zijnen opende de aiarde haren mond en verslond ze. Zoo zwaar strafte God de schennis van Zijn hoog gezag.

Zulk een bijzonder Godsgericht verwachten wij niet aanstonds in onze dagen.

Maar dat wil niet zeggen, dat de Heere toelaat, zomder vonnis, het tegenstaan van Zijn ordeningen ten opzichte van het ambt.

Laat ons ook in ons kerkelijk leven den moed hebben te spotten met don spot der wereld, die het over ambtenarij in de kerk heeft.

Laat ons waken en bidden tegen vergoding en dwaze verheffing van de personen der ambtsdragers, die opmerkelijk vaak gevonden wordt in kringen, waar men anderen beschuldigt van vergodmg van net ambt.

Maar laat het ambt ons blijven een onvervreemdbaar goed van onzen Koning, terwijl de ambts drager zich met ons diep buigt voor onzen God, ook als het ambtelijk gezag wordt aangerand.

Want de zonde ligt niet in het teveel bij Mozes en Aaron, maar in het te weinig van Korach en de Korachieten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 november 1928

De Reformatie | 8 Pagina's

Te veel of te weinig?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 november 1928

De Reformatie | 8 Pagina's

Bladeren