GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

GEESTELIJKE ADVIEZEN

Bekijk het origineel

Bladeren
+ Meer informatie

GEESTELIJKE ADVIEZEN

6 minuten leestijd

(Alle inzendingen, deze rubriek betreffende, aan Ds D. van Dijk, Akkerstraat 26, Groningen.)

Cbrlsten en wereld.

, Mag ©en Gereformeerd Christen dingen naar het ambt van leeraar aan een neutrale inrichting voor Middelbaar- of Voorbereidend Hooger Onder-

' wijs? " ., Ik kan mij zoo goed voorstellen, dat een dergelijke vraag, in dezen tijd, bij onderscheidene jonge nienscben opkomt.

Veel jongelui uit onzen kring hebben in de laatste jaren gestudeerd in één of ander vak met de bedoeling, straks leeraar of leerares te worden aan één onzer Christelijke scholen voor Middel­

baar- of Voorbereidend Hooger Onderwijs. Het aantal dier inrichtingen is altijd nog beperkt; de scholen, die wij hebben, worden bovendien in hun ontplooiing nog tegengehouden door de

crisis. Zoo komt het, dat niet weinigen onder onze afgestudeerde jeugd, tevergeefs uitzien naar een beb^kking bij dat onderwijs, dat zij zoo graag

dienden. Nu is er bij het neutraal onderwijs in elk geval, door het grooter aantal scholen, steeds nog iets

meer ruimte. Ik kan niet beoordeelen of het aantal geplaatsten in verhouding tot het aantal gegadigden, grooter is dan bij ons, maar in elk geval zal daar

vaker de gelegenheid tot solliciteeren zijn. Ligt het nu niet voor de hand, dat onze classid, wiskunstenaars enz., gaan vragen: zouden wij ook niet mogen proheeren daar een plaats, een levensr positie te vinden?

En wat moet het antwoord op die vraag zijn? Voorop sta, dat, zoolang er maar ©enigszins plaats is aan één van onze eigen inrichtingen, wij in geen geval mogen gaan naar een neutrale school. De neutrale H.B.S. vooral heeft ontzaglijk veel

kwaad gedaan. Ik heb dat nooit zoo duidelijk gezien als bij het lezen van de levensbeschrijving van Mr P. J. Ti-oelstra. Hij vertelt daarin zelf, wat de lessen op de H.B.S. in Leeuwarden voor zijn vorming

hebben beteekend. • - '"" Als hij aan het einde van zijn studie daar .. gekomen, dan heeft hij, als vrucht van het onderwijs, een vrij afgeronde levensbeschouwing geki-egen, die ik zou willen noemen: een oppervlak­

kig Haeckelianisme. lloevelen zouden, met Troelstra, door datzelfde

onderwijs, dien kant zijn uitgestuurd? Hoe dankbaar zijn wij daarom voor onze eigen,

Christelijke, H.B.S.-sen en Gymnasia. Daai-om behooren onze krachten allereerst aan die scholen, die bewust en consequent zich willen stellen in dienst van een Schriftuurlijke levensbeschouwing.

Onverantwoordelijk zou iemand handelen, die, terwijl ons Christelijk onderwijs hem noodig had,

zich gaf aan het neutrale.

Maar als er dan bij ons geen plaats is? Het lijkt mij toe, dat er dan geen afdoend bezwaar kan worden ingebracht tegen het zoeken Tan een plaats aan een Openbare inrichting.

Als men maai- zorg draagt:

a. Dat men nooit, ook niet als leeraar aan ©en openbare school, uit het oog verliest, dat het ideaal is: Christelijk onderwijs.

In zijn privaatlessen zal men moeten blijven strijden voor de Christelijke school.

Nooit mag onze plaats aan een openbai-e inrichting beteekenen een zekere propaganda voor het Openbaar-, of verzwakken onzen strijd voor het Christelijk onderwijs.

b. In de tweede plaats zie men toe, dat het onderwijs, dat men geeft, nooit den indruk wekke, dat voor de beoefening van de wetenschap, voor bet beantwoorden van de vragen, die wetenschappelijke studie doet rijzen, iemands levens-en wereldbeschouwing niet van groote beteekenis zou zijn.

Ja verder, men schrome niet uit te laten komen, dat men zelf overtuigd is, dat alleen bij het licht der Schrift het juiste antwoord is te vinden en — te laten zien, hoe naar de Schrift het antwoord op de onderscheidene bij het onderwijs rijzende vragen moet zijn.

c. Men vergete in de derde plaats niet, dat men komende aan een neutrale school, komt in een kring van leeraren en leeraressen, die voor verre het gi-ootste deel ongeloovig zijn en dat het nu onzft roeping zal zijn, om in dien krin^ getrouw te Wezen, zijn overtuiging nooit onder stoelen of banken te steken, maar frisch en dapper, zoo vaak het pas geeft, zijn geloof te belijden.

d. De positie, die men liierdoor gaat innemen, IS een zeer moeilijke positie. Voor het recht vervullen van de taak, die men hiermee op zich neemt, is noodig buitengewoon groote tact.

Wie dien tact mist zal gevaar loopen zich èn bij «« leerlingen èn bij de collega's onmogelijk te - maken.

Behalve aan tact zal er behoefte zijn aan ©en blijden geloofsmoed als in den regeï bij weinig menschen gevonden wordt en alleen in een leven dicht bij Jezus te vinden is.

Wie dien moed niet heeft, zal zichzelf telkens betrappen op ontrouw, waardoor zijn geweten wordt bezwaard en zijn vrede geschonden.

Wie zich van deze dingen rekenschap geeft en ze aanvaai-dt, mag m.i. ©en plaats aan een openbare inrichting zoeken.

Ja^ ik zou een stap verder willen gaan.

Als iemand aan ©en Christelijke inrichting niet aan den slag kan komen, en hij heeft voor zjjn levensonderhoud toch noodig, dat hij iets verdient, omdat andere bronnen van inkomsten hem niet ten dienste staan, dan moet hij, zich sterkende in de gemeenschap met Christus, als hem daartoe de gelegenheid geboden wordt, een plaats bij het Openbaar Middelbaar- of Voorbereidend Hooger Onderwijs aanvaarden. Doet hij dat in afhankelijkheid van God, dan zal hij mogen gelooven, dat hij in die positie iets zal kunnen doen voor Gods Koninkrijk, ook al weet hij, dat hij aan ©en ChristeUjke inrichting meer zou kunnen doen en al blijft hij bidden_, of het God no^ ©ens mocht behagen hem een plaats te geven naar den wensch van zijn geloovig hart.

Nog eens kort samenvattende wat wij schreven zeggen wij:

Als voor een Christen aan ©en Christelijke inrichting van onderwijs geen plaats is, is het geoorloofd, kan het zelfs roeping zijn, te staan naar een betrekking aan een Openbare school, als hij maar zich voorneemt en (in de kracht Gods) zich van dat voornemen kwijt, om noch in het onderwijs, noch in het verkeer met de collega's, zijn geloof te verloochenen, of zich den Naam des Hieeren te schamen.

Een zwaar leven zal dat worden; maar wij behoeven een taak, die wij niet willekeurig hebben gezocht, maar die, blijkens Gods leiding in ons leven, door den Heere voor ons is weggelegd, niet te schuwen omdat hij zwaai- is.

Wie door God in den strijd wordt gezet, zal, indien hij getrouw is, grooter vrede en heerlijker kroon hebben, naarmate die strijd zwaarder is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 november 1935

De Reformatie | 8 Pagina's

GEESTELIJKE ADVIEZEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 november 1935

De Reformatie | 8 Pagina's

Bladeren