GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

UIT DE HISTORIE

Bekijk het origineel

Bladeren
+ Meer informatie

UIT DE HISTORIE

9 minuten leestijd

INTER NOS.

PAPE - de Afscbeidlng - JANSSEN.

IX.

Afgezet.

Hel wordt 7 October 1835 voor het Provinciaal Kerkbestuur te 's Hertogenbosch vergadert. De beklaagden zijn niet geciteerd. Pape schrijft 12 Oct.:

„Ik had gehoopt, ik had verwacht, dat het Provinciaal Kerkbestuur voor dcszelfs jongste vergadering, de beklaagden zoude hebben gedagvaard, en een besluit genomen, daar ik mij gehaast had om 14 (zegge veertien dagen!) te voren het kerkbestuur al de stukken tot de Sectarissen [sectevormers] betrekkelijk toe te zenden, zoodat er waarlijk weinig te delibereeren viel, daar men hunne eigen schriftelijke verklaringen van muiterij in handen had, doch men heeft den langen weg ingeslagen. Meliora speremus. — Ik zal heden nog aan Augusüni schrijven hoe men met Brummelkamp heeft gehandeld, en hem opwekken tot doortasten.

„Van Rhee is thans te Bekerke in Walcheren, en heeft aldaar tweemaal gepredikt. Ongelukkig heeft de tegenwoordige Predikant van Bekerke, thans een zwaren strijd wegens zijn onwaarde om het Evangelie te verkondigen! Nu, van Rhee zal Jiem wel op de been helpen."

Wat het Provinciaal Kerkbestuur doet? — Een commissie benoemen, natuurlijk!

De praeses Van Heusden schrijft 13 Oct.:

„De zaak van Van Rhee en Gezelle Meerburg moest men beginnen met eene commissie van onderzoek te benoemen, waartegen de leden zeer opzagen wegens de ondervondene moeyelijkheden in de zaak van Scholte, maar het rapport der commissie aan de laatste Synode wegens diergelijke zaken uitgebracht, en waarvan ik een exemplaar had ontvangen, heft de bezwaren opi, alzoo uit dit rapport blijkt dal de zaak van gemelde predikanten met ernst behoort behandeld te worden."

De commissie wacht met haar arbeid, tot Van Rhee van zijn reis is teruggekeerd. Daarmee is 't eind October geworden.

„Van Rhee is gisteren", zoo verhaalt Pape 29 Oct, „na een afwezigheid van vijf weken, met de stoomboot Veen voorbij en naar 's Bosch gevaren. Zijne vrouw heeft hij dus niet eens een bezoek gegeven!!! — Te Veen is Meerburg aan de stoomboot aangezet, en heeft de reis mede naar 's Bosch gedaan, zoodat de beide Paleologen toch voor eene commissie heden verschenen zijn."

„De zaak is", aldus Verschoor (burgemeester van Steenwijk en lid van de Commissie van het Prov. Kerkbestuur) aan Janssen, „door onze commissie [Prins, Augusüni, Verschoor] hoogernslig, bedaard en kalm met die Heeren, gedurende ruim 4 uren behandeld. D s V a n R h e e gaf de sterkste blijken van onverzettelijkheid, doch de Heer ; M e e r b u r g zou zich best laten vinden, maar hij heeft zich te veel afhankelijk gemaakt van het volk, zich te veel prijsgegeven aan inblazingen van Scholte cum suis, dan zich vrij te kunnen gevoelen in zijn handelingen, daarom zullen beide wel volharden in hunne ongehoorzaamheid aan de kerkelijke verordeningen, en er blijft dus niets over dan hen uit den dienst te ontzetten en deze gevolgen zijn hun voorgehouden. Ds Meerburg scheen hiervoor beducht te zijn. —

„Ds Augusüni zeide mij bij deze gelegenheid, dat hel besluit der Provinciale Synode van Zuidillolland te Breda in 1807 (meene ik) gehouden ten aanzien van het laten zingen of afgeven der Evang. Gezangen, Zijn Ed. onbekend was, en daar Veen en Alm kerk destijds lot Zuid-Holland behoorden en deze besluiten voor hen verbindend zijn, gelijk beide beklaagden ook erkenden, dat zij in unne kerkboeken vonden, zoO' zal ik trachten dezelve van de eene of andere plaats in dezen omtrek te doen afschrijven en bij de eerste vergadering van het Prov. Kerkbestuur hetzelve met den inhoud bekend maken, daar de overtreding dezer zoo duidelijke verordeningen een hoofdreden is van hunne demissie. — De besluiten zijn, geloove ik, van de jaren 1807 en 1808."

N. B: Niet eens alle leden van deze uitgekozen commissie kenden, terwijl ze Meerburg c.s. onderanden nemen, het besluit van 1808! En Verschoor, die met het besluit op de hoogte is... sinds Sep^ tember (vgl. art. I) voorziet dal het Prov. Kerkbestuur zelf waarschijnlijk evenmin kennis heeft an de besluiten uil een vorige periode.

Het is wel zeer duidelijk, dat de Gezangenkwestie slechts een stok is geweest om deze adressanten-aan-de-Synode te kunnen slaan. —

Pape weet van de vergadering der Proiv. Commissie alleen dit te vermelden:

„Van Rhee en Meer burg zijn voor de commissie te 's Bosch geweest, en zooals Van Rhee op den predikstoel zig eergisteren uitliet, heeft hij niets erroepen. Naar ik hoor, zal nu de kerkeraad an Veen in deze week geciteerd worden. Van

Augustini heb ik geen tijding hoegenaamd, hij scliijnt de zaak als een staatsgeheim te beliandelen.

„Scholte heeft te Amsterdam geoefend, en te Gorcum kamers gehuurd. —

„Het is thans zoo stil in deze streken opzichtelijk Genderen" (Donker Curtius schreef 10 Sept. ook reeds: „Na de prügelpartij te Gameren schijnt Scholte de lust verloren te hebben om in Gelderland te prediken"), „dat men er niet meer van hoort spreken. Die tegen Scholte zijn, hebben uitgepraat, en die met hem zijn, schamen zig, men Ihad te Genderen er op gerekend dat hij zoude blijven, en nu laat hij ze zitten! De zaken van Veen en Almkerk houden thans de aandacht bezig, en ik hoop dat die spoedig zullen afloopen, want hoe eerder de stal van Augias geruimd wordt des te beter. Scholte is vanwege het hof van Appel gesommeerd ter betaling van ruim f200. — Te Gorcum moet het geding excessief kostbaar zijn, door de menigvuldige getuigen."

Den 24en Nov. komt het Prov. Kerkbestuur weer bijeen. Er zal nu door Verschoor wel een afschrift van het oude Gezangen-besluit ter tafel zijn geweest, zoodat de leden hebben kunnen hooren hoe de Prov. Synodus van 1808

„inhérerende haar besluit van 1806 — nader bekrachtigd in 1807, oordeelt 't zelve, in den stijl der kerke, die even ver behoort verwijderd te zijn van gebieden, als geweld en h e e r - schappij te oeffenen over de conscientien der menschen, duidelijk genoeg te zijn om uit te drukken, de volstrekte verplichting van eiken Predikant, de openbare godsdienstoefeningen onder haar Ressort dirigeerende om op denzelfden voet en wijze de Evangelische Gezangen te gebruiken als de bij ons in gebruik zijnde Psalmen en Lofzangen.

De tegenstand tegen de Gezangen is reeds oud, want het stuk vervolgt:

„En daar de Synodus in ervaaring is gekomen dat op sommige plaatsen onder haar ressort redenlooze tegenstand in de Gemeente en disobedienlie van deszelven Predikanten gevonden word, zoo is 't. dat zij tot maintien van haar besluiten op dit respect:

„Ie. Alle predikanten iniungeert om zich bij elke openbare godsdienstoefening conform derselver te gedragen, zoowel in het gebruiken van onze Psalmen als van de nu ingevoerde Gezangen, mterdiceerende aan dezelve wel uitdrukkelijk alles wat strijdig is met het oogmerk deezer vergadering."

De leden hebben nu ook eens kunnen hooren hoeveel manieren men in den goeden ouden tijd reeds kende om den Gezangen-plicht te ontduiken, want het stuk somt op:

„— als daar is 't h e i m e 1 ij k of meer openbaar vilipendeeren der Psalmen of Gezangen, — Het noemen der Psalmwijs, waarop eenig lied gesteld is, — Het alleen laten zingen der Gezangen eer nog des Heeren Woord der Gemeente is voorgelezen, — 't Schuilen agter een proteuze resoluLie of belofte van indemniLeit des kerkeraads of van anderen, — 't Gebrek van noodige gezangboeken, — in één woord alles wat verstrekken kan om de bedoeling der Synode te ontduiken, ja dezelve illusoir te maaken.

En nu mag Verschoor, al voorlezend, met grooten nadruk spreken, en moeten de leden van het Prov. Kerkbestuur hun ooren spitsen, want nu zal hun worden bekend gemaakt wat zij zoo meteen met Van Rhee en Meerburg kunnen doen.

„zullende zoodanige Predikanten onder welke of hoedanige wijze dan ook, die zich hieraan schuldig maaken, door de respectieve kerkeraden, of bij nalatigheid van dien, door de Classen, waaronder zij ressorteeren ten aller-ernstigste gereprimendeerd, en volhardende, als moedwillige overtreders der kerkelijke wetten worden gestraft, zelfs, tot suspensie en afzetting van hunnen dienst."

Het stuk is nog veel langer, maar het Prov. Kerkbestuur heeft nu den stok in handen, en stuurt de beide predikanten, die een onwelkom request aan de Haagsche Synode zonden, een zeer lang vonnis van afzetting, waarin bij deze „hoofdreden van hunne demissie" ook nog minder belangrijke fouten worden opgesomd.

Uit den volgenden brief van Augustini (geschreven Zondag 29 Nov. aan Pape, die hem aan Janssen doorzond) blijkt dat de afgezetten pas een week later afschrift van hun vonnis ontvingen (de militaire bezetting moest zoo mogelijk eerst geregeld worden!)

's Ilertogenbosch, den 29 Nov. 1835.

„Amice, ik kan mij thans eerst zetten tot een meer volledige beantwoording uwer laatste missiven. Van Rhee en Meerburg zijn Dinsdag 1.1. afgezet. Wij hebben den Gouverneur daarvan kennis gegeven en tevens in consideratie of het niet noodzakelijk ware tot beveiliging der ringbroederen, die daar te Veen en te Almkerk moeten pirediken en tot bewaring van orde en rust, ten goede der ingezetenen, om eenige militie derwaarts te detacheeren, en wel vóór Zondag den zesden December aanstaande, vermits alsdan de vervulling der predikbeurten door naburige leeraren een aanvang moet nemen."

Tusschen haakjes: De Roomsche Gouverneur, Baron van den Bogaerde van ter Brugge, willigt dit verzoek niet direct in, alle belroklien burge­ meesters sclïrijven hem dat militie niet noodig zal zijn, en de diensten op 6 Dec. verloopen ook in alle rust en orde.

„Afschriften der uitspraken zullen aan de bezwaarden en aan hunne kerkeraden, door onzen bediende, tegen Dingsdag of Woensdag aanst. zoo ik hope in handen komen — en wanneer ik vaardig geholpen worde door copyïsten, tegen denzelfden tijd ook aan het respectieve Classikale Bestuur. Ik melde dit zoo spoedig mogelijk, vooraf aan u, opdat terstond alle de maatregelen, die door omstandigheden, en naar reglementaire bepalingen vereischt worden, zouden kunnen genomen worden."

Pape begrijpt den wenk, en schrijft o.m. oogenblikkelijk aan Janssen (30 Nov.):

„Mag ik u praealabel verzoeken (wat ik ex officio nader zal doen) om te willen zorgen, dat de tractementen dezer loopende quartalen volgens de wet, ten mijnen name gcordonnanceerd worden. Ik verzocht zulks ook vroeger, ten opzichte van Scholte, doch er is niet aan beantwoord; als qviaestor heb ik er dan eenig voordeel van, en kan mijne verschotten (Class, proceskosten) incasseercn, dal anders zoo moeyelijk gaat."

Dit verzoek om de tractementen van Meerburg en Van Rhee (nog voor deze zelf kennis van hun afzetting hebben!) moet zijn ingewilligd, want 16 Jan. triumfeert de scriba:

„Het Prov. Kerkbestuur heeft eene rekening aan Van Rhee en Meerburg van f 180 of daaromtrent, ons bestuur van f20. Ik had gehoopt, dat men op de gewone Prov. Vergadering (op 7 Oct.) de zaak had afgedaan, waartoe dezelve in staat was gesteld, doch er is eene extra vergadering gehouden. Ik hoop dat Augusüni aan zijn geld zal komen, gelukkig dat ik het mandaat van Van Rhee en Meerburg onder mij heb."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 februari 1940

De Reformatie | 8 Pagina's

UIT DE HISTORIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 februari 1940

De Reformatie | 8 Pagina's

Bladeren