GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Derklaring.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Derklaring.

6 minuten leestijd

Afftslerdam, 8 Nov. 1895.

De ondergeteekenden achten zich verplicht de navolgende verklaring publiek te maken.

In de Zuider Kerkbode^ No. 44, pag. 3, kol. 3, laat de geachte redacteur twijfel doorschemeren, of de indiening van het verzoek, om eene Commissie van Enquête te benoemen, niet door één van hen beiden misbillijkt werd.

Daar zij nu vooraf van het voornemen ten dezen onderricht waren, en nochtans gemeend hebben, het ten slotte niet te mogen ontraden, zou het strijden met hun eereplicht, indien zij ook slechts den minsten twijfel lieten begtaan over de medeverantwoordelijkheid, die zij in deze zaak op zich hebben genomen.

Zij wenschen daarom hiermede openlijk te verklaren, dat de benoeming van een Co? nmissie van Enquête., naar hun vaste overtuiging, zooals de zaak in de maand Juni dezes jaars kwam te staan, een niet af te wijeen noodzakelijkheid was geworden.

Tot op dat oogenblik waren zij van tegenovergesteld gevoelen; waarom zij óp de vorige Jaarvergadering met opzet elke uiting van ontevredenheid poogden te bezweren, en nog in Maart dezes jaars de bekende verklaring voorstelden, ten einde het geschil in deft boezefn van den Senaat tot oplossing te brengen.

De noodzakelijkheid om thans in anderen zin te adviseeren, sproot voor hen voort uit het feit, dat eenige weken vóór de Jaarvergadering, bij do gehoudene samensprekingen der hoogleeraren, op een wijze, die voor hen eiken twijfel uitsloot, gebleken was, hoe men meterdaad stond tegenover een diepgaand verschil n beginsel.

Bij die samensprekingen, door hoogleeraren ver de beteekenis van Art. 2 der Statuten ge­ n ouden, was nam& lijk in de eerste plaats de o raag aan de orde gesteld: Wat weg men moest i nslaan.^ om tot de, juiste kennis van de GereJ'or-g meerde beginselen te geraken; en hierbij nu bleek al spoedig, dat men bij de keuze van dicu wcg vlak tegenover elkander kwam te staan. Wat eenerzijds als de' eenig goede weg werd afgebakend, werd anderzijds beslist verworpen.

Dit feit behoeft thans niet langer verzwegen te worden, overmits het reeds buiten hun toedoen bekend werd.

Waar men nu bleek zich te bewegen langs twee geheel uiteenloopende wegen., sprak het vanzelf, dat men noodzakelijkerwijs ook bij geheel tegenovergestelde resultaten moest uitkomen, en volgde hieruit h. i. dat men met eeo. diepgaand verschil van beginsel te doen had.

Onder deze omstandigheden nu was, naar hun oordeel, juist zulk een geval aanwezig, als waarvoor Art. 11 opzettelijk in het Huishoudelijk Reglement was ingelascht.

Over de beteekenis van dit artikel konden zij niet in twijfel verkeeren, overmits het door hen zelven., op verzoek van h.h. Directeuren, was ontworpen, en de vergadering het, zonder eenige ivijziging of bespreking., had aangenomen.

Deze beteekenis nu lag in het minst niet daarin, dat zulk eene Commissie zekere beslissing van het Collegie van heeren Directeuren of Curatoren, als zoodanig, aan revisie had te onderwerpen; noch ook daarin, dat df « haar optreden deze CoUegiën in verzuim ol'f'buiten actie werden gesteld; maar uitsluitend in de poging, om door zulk een Enquête, in hachelijke oogenblikken, gevaar van de Universiteit af te wenden.

Dit gevaar bestond hier, eenerzijds in het dreigend verlies van een door allen gewaardeerd hoogleeraar, of anderiijds, hetzij in het afschuiven van de Universiteit van haar grondslag, hetzij in de afsnijding van haar leeftocht.

Beide gevaren nu konden door zulk een Commissie van Enquête bezworen worden, overmits zulk eene commissie blijkens Art. 11 in mandaat heeft, allereerst om te pogen de ingediende bezwaren in der minne uit den weg te ruimen; en alleen zoo dit onverhoopt mislukken mocht, over die bezwaren na onderzoek advies uit te brengen; en dat wel in dier voege, dat geheel de zaak binnen een betrekkelijk kort tijdsverloop kunne afloopen.

Juist nu in de behoefte aan zulk een versnelde beëindiging van het geschil, lag h. i. de noodzakelijkheid., om tot zulk een buitengewonen maatregel de toevlucht te nemen.

De gewone behandeling toch door de Collegies van heeren Curatoren en Directeuren kon na het incident, waarop hierboven gewezen is, niet anders dan na zeer langen tijd tot afdoening der zaak leiden.

Heeren Curatoren waren namelijk van den Senaat inwachtende eene uiteenzetting van de wijze, waarop zulk een geschil door hen kon beoordeeld worden; en deze uiteenzetting kon de Senaat niet geven, dan na vooraf zijn onderzoek naar de beginselen voltooid te hebben.

Daar nu dit ondersoek, reeds bij de eerste schrede, gestuit was op princij'^j'^el verschil, kon, zoo men al niet doodliep., in geen geval anders dan na zeer langdurige besprekingeti en onderhandelingen., die zich allicht over meerdere jaren zouden hebben uitgestrekt, op die manier een uitweg gevonden vvorden.

De vraag rees derhalve, of het bestaan van een Universiteit, die van giften van particulieren leeft, zulk een uitstel van afdoening der zaak lijden kon.

En deze vraag nu oordeelden zij, toen hun advies werd gevraagd, met dan in ontkennenden zin te mogen beantwoorden.

Reeds nu waren lidmaatschappen opgezegd en de contributiën aanmerkelijk verminderd. De Universiteit werd alzoo rechtstreeks in haar bestaan bedreigd.

Iets waartegen niet geldt, dat leden en contribuanten juist in dit onthouden van hun contributiën het gereede middel bezaten, om van hun meening te doen blijken.

Zoo toch kan alleen spreken wie onze organisatie niet kent, of niet doorziet.

Een lid namelijk kan niet zijn oordeel over een enkelen katheder vellen door inhouding van zijn contributie. Wie zijn contributie inhoudt treft alle katheders tegelijk, en alzoo heel de stichting.

Het was dan ook juist met het oog op deze, uit de Statuten voortvloeiende, omstandigheid, dat zij indertijd hebben voorgesteld, de mogelijkheid voor het instellen van zulk een Commissie van onderzoek te openen; en van achteren zouden zij zich moeilijk een geval weten te denken, waarop het aldus in het leven getreden Art. 11 zuiverder en meer rechtstreeks slaan kon, dan het onderhavige.

Zoolang dan ook niet is aangewezen, langs welken anderen en beteren weg, de bestaande moeilijkheid tot oplossing ware te brengen geweest, zonder het gevaar voor onze Universiteit te bestendigen en in zijn dreigend karakter te doen klimmen, blijven zij van oordeel, dat geen uitstel voor nogmaals een vol jaar verantwoord zou zijn geweest, en dat uit dien hoofde het inslaan nu reeds van den weg, dien Art. 11-ontsloot, niet mocht worden ontraden.

Een v^eg, welks betreding in het minst geen saanval", veel min eenige daad van svijandschap" kon bedoelen, maar die allereerst de mogelijkheid ontsloot, om wat tiiteen liep weer saam te brengen., en voorts om door versnelling van de handeling het gevaar, dat óf het beginsel óf het bestaan van onze Universiteit bedreigde, nog tijdig af te wenden.

Dat in het desbetreffende stuk de gerezen bezwaren eenigszins breed, en telkens met citaten, zijn uiteengezet, was de uitdrukkelijke eisch van het artikel. Dat kon niet anders. En na herlezing kunnen zij niet anders oordeel en, of er wordt over den hoogleeraar, dien het gold, in dit stuk niet anders dan op eervolle wijze gesproken.

Aar!? »naam zou het hun ziir. indien de bladen. die zich tuthi-lcii verklaring wilden overnemen.

Al weten zij toch voor zich-zelven in deze geheele zaak voor het aangezichte Gods gehandeld te hebben, ook het oordeel dei broederen mag hun niet onverschillig zijn.

F. L. RUTGERS.

Amsterdam., 5 November 1895.

F. L. RUTGERS.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 november 1895

De Heraut | 4 Pagina's

Derklaring.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 november 1895

De Heraut | 4 Pagina's