GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

"De liefde dekt alle obetredingen toe".

6 minuten leestijd

Haat verwekt krakeelen; maar de liefde dekt alle overtredingen toe. Spreuken 10 : 12.

De grondregel voor alle bejegening van hen met wie het leven ons in aanraking brengt, is, liaar luid van Gods.-Woord, dat we onzen naaste htf zuUen hebben, zooals we ons zelf liefhebben. Niets minder. "Vraag nu u zelf af, hoe ge er steeds op uit zijt, om wat ge misgingt te verhelen, en waar ge feilgingt, dit aan niemand te laten merken, en hiermede immers is u dan tevens van Godswege de regel gegeven, hoe ge in hefde u te gedragen hebt tegenover de verkeerdheden en overtredingen van uw naaste.

Als er liefde in uw hart heerscht, zoo betuigde reeds de Spreukendichter, dan kunt ge er geen lust in hebben, om uw naaste met verwijten te overladen over wat hij misdeed, maar. zal 't veeleer uw toeleg zijn, om zijn verkeerdheden te verbergen en zijn feilen te verschoonen.

Niet slechts een enkel maal zult ge dan zijn feilen vergeven, maar ge zult er op uit zijn, om waar hij metterdaad overtrad, "Tciie overtreding toe te dekken ; zoo veel ge kunt te. maken, dat niemand er van hoort, en steeds voor den goeden naam van uw naaste op te komen.

Let er na wel op, dat deze hooge eisch volstrekt niet alleen aan den Christen jegens zijn broeder gesteld wordt. De Spreukendichter zegt geheel in 't algemeen, en alzoo voor een ieder, dat we de overtredingen van onzen naaste hebben toe te dekken. En wat nog veel meer zegt, de Christus stelt den eisch, dat we onzen naaste door 't schild onzer liefde dekken zullen, ^a»jc/; algemeen. »Uw naaste», en dat is eenieder, zult ge liefhebben zools ge u zelf lief hebt.

Is nu een it-der er van. nature op uit, om zijn overtredingen niet te laten uitkomen, ze stil en geheim te.houden, en ze voor de wereld toe te dekken, dan volgt hieruit alzoo, dat we jegens onzen naaste tot niets minder gehouden zijn, en alzoo in liefde tekort schieten, zoo we ook de overtredingen van onzen naaste niet met de zorgvuldigheid eener teedere liefde toedekken.

Niemand moet ooit iets van ons hooren, waardoor zijn dunk over onze naasten daalt.

Nu zijn hier drie graden van toedekking van anderer schuld.

Waar in 't algemeen sprake is van onzen naaste doelt de eisch der verheling en toedekking van anderer schuld, zonder eenige uitzondering, op een ieder met wien we in aanraking komen. Wat anderen ook jegens ons misgingen, we mogen hun dit nooit toerekenen of vergelden. Altoos moesten we er op bedacht zijn, om de schuld van een ander, wie hij ook zij, toe te dekken, d. w. z. om te maken dat niemand anders'er ook maar van hoore.

Zoo doen we als 't ons zelve geldt. Dan toch verhelen en verbergen we onze schuld, en zijn op alles bedacht, om te maken, dat niemand er iets van merkt, noch er achter komt.

Zult ge nu, gansch in 't gemeen, uW naaste hefhebbeu als u zelf, dan ligt hierin uitgedrukt, dat ieder mensch het verkeerde van zijn naaste niet - uitbazuinen mag, maar het toedekken moet.

Nog sterker intusschen klemt dit, waar een band der liefde bindt. In Israël waren allen saam door één band van lii fde en gemeenschap omstrengeld. Vandaar dat Salomo zoo' terecht met dubbele klem 't aan zijn volk op 't hart bond, om toch de liefde niét te verzaken, en met de kracht van die liefde elkanders overtredingen niet te gaan rondvertellen, maar ze te verbergen en toe te dekken.

En van zelf bereikt deze eisch zijn hoogste klem, zoo we op Christelijk terrein overtreden, en-te doen krijgen met de onderlinge verhouding van de Christenbroeders in hun gemeenschap met huu Heiland. Dan toch laat de broederliefde geen enkele liefdeverzaking toe, en spreekt 't vanzelf, dat alle Christenbroeders onder elkander nooit anders mogen doen, dan de overtredingen en zonden de één van den ander toedekken.

Wie hierin te kort schiet, verzaakt de liefde en zondigt tegen het beginsel zelf van de Christelijke saamhoorigheid.

Natuurlijk wil dit niet zeggen, dat we ook datgene vergoelijken en verbergen mogen, wat schade voor derden aanricht, land of volk te na komt, en in zijn gevolgen fataal voor de gemeene zaak zou worden.

Dan toch zou zwijgen plichtverzaking zijn, en zwijgen ons schuldig voor God kunnen stellen. Doch op zoo iets Wordt hier ganschelijk niet gedoeld. Er is hier eeniglijk sprake van wat in het gemeene burgerleven iemands goeden naam in discrediet zou brengen. En in al zulke gevallen wordt nu gewaarschuwd tegen de neiging die zoo licht en zoo vanzelf in ons zondig hart opkomt, om te groeien in ariderer fout en feil, verwijt na verwijt over onze hppen te laten komen, en zelf in onze uitnemendheid tegenover den in zonde gevallen broeder te staan.

En wat leert nu de droeve ervaring?

Beluister de gesprekken maar, vang maar op wat er over de lippen komt, hoor maar toe, als men in gezelschap met anderen bezig is een derde af te takelen, en zeg dan zelf, of 't niet met alle Christeneer en, met alle Christelijke liefde in flagranten strijd is, zooals merrdan soms, schier schaamteloos, alle boos gerucht uitspint, al 't leelijke bijeenzamelt dat men tegen een derde weet uit te brengen, en of het niet een volslagen verzaking van alle edeler liefde is, zooals men dan samen er in geniet, om den afwezigen broeder of de afwezige zuster te havenen.

We staan er niet zoo voor, dat er aan de liefde die hier eisch is, af en toe iets te kort komt, neen, de droeve, de hatelijke waarheid is, dat er van de liefde die anderer overtredingen zal toedekken, gemeenlijk weinig anders dan vlak het tegendeel te bespeuren valt.

Zelfs is 't vaak regel, dat men, in zijn vitten op anderer fout en misgreep, nog overdrijft en in waarheidszin te kort schiet. "•

- Vooral in de bange oorlogsweeën die het wereldleven thahs schudden eii verontrusten, komt dit op zoo jammerlijke wijze uit.

Waar, bij wien en in wat zin kunt ge zeggen, dat de Staatslieden in 't Christenland, door hooger liefde gedrongen, elkanders overtredingen toedekken ? •

Men denkt er niet aan. Ook al geeft men zich over en weer voor een Christenvolk uit, op 't scherpst poogt men elkander niet slechts te hekelen, maar te belasteren. Het is een demonische lasterzucht die van alle kanten uitbrak en rusteloos voortwoedt.

Ook de Heidensche landen gaan thans in den wereldkrijg meedoen, maar wie ter wereld kan nog onderscheid zien tusschcn wat de Christen-Staatslieden tegen elkander razen en hetgeen van Japan of Indië uitgaat.

De liefde, zoo eischt reeds het Oud-Verbond, en in dubbel strengen zin het Nieuw-Verbond, zou alle saimleven met den naaste behcerschen, en telkens hoort ge Kaïn weer razen, ja is 't of van de demonen de beziehng der natiën uitgaat.

Dit demoraliseert heel onze saamleving.

En daarom is • het zoo dringende noodzaak, dat we in ons particuher en in ons burgerlijk saimleven, den hoogen eisch der liefde, der Christelijke liefde bovenal, gedurig met doordringenden klem weer op 't hart binden.

Ook waar de wereld alle liefde verzaakt, en het publieke leven gedemoniseerd is, blijve toch in 't stille leven der geloovigen onverkort de eisch gelden: Uw liefde dekke de overtredingen van den broeder toe !

Dr. A. K.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 november 1917

De Heraut | 4 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 november 1917

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken