GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

UIT DE SCHRIFT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE SCHRIFT

4 minuten leestijd Arcering uitzetten

het nieuwe testament in Mijn bloed Luc. 22:20.

In Mijn bloed.

In de Paaschzaal te Jeruzalem heeft God met eigen hand het altaar afgebroken, en de tafel aangericht. Hier werden de heilig© gordijnea van het Oude Verbond uiteengescheurd. Straks zal het in de ure van Jezus' sterven aan het vooihangsel des tempels worden geproclameerd. Maar hier is het reeds gemanifesteerd.

Hier viel de deur der oude bedeehng in het slot, nadat Gods gerechtigheid ritueel en sacramenteel vervuld was aan het laatste Pascha, met de laatste bloeddruppels van het laatste lam. En tevens gingen hier, wijd en ruim, de deuren open van het Nieuwe Testament.

Een zee van offerbloed was er geplengd, eeuw aan eeuw. Geofferde levens, die, naar het bestel en bestier der wet, schaduwachtig de zonden moesten bedekken.

Toch bleef deze vloed van vergoten bloed machteloos om de schuld te verzoenen. Want altijd weer groeide de zonde er woekerend onder uit.

Van jaar tot jaar moest het Pascha herhaald. En juist in die herhaling bleek het relatieve, dat het absolute der zonde noodt kon overwinnen. Aan altaren, door menschenhanden opgericht, zij het op bevel des Heeren, kon met menschenhanden nooit het verzoenende offer Gode worden toegewijd.

Alleen de vele, schaduwachtige offers, die elkaar vervingen. De bouwende, slachtende, offerende handen bleken machteloos. Even machteloos als het doode lam in den schotel van Pascha. Toch gaf dat Pascha reeds naast het offer de gedachte van den maaltijd die gehouden werd achter het leeken des bloeds dat aan de deurpost stond. Omdat het offer gebracht, en het bloed vergoten was.

Achter die deur, en onder het sacram'anteel verband aan het bloed, kon gehouden worden de maaltijd der vertroosting en versterking, der gemeenschap met den verzoenden God, die Zijn Kerk verkiest en beveiligt, terwijl Zijn doodsoordeel gaat door de wereld.

De Paaschmaaltijd des Ouden Verbonds vond dus nooit anders plaats dan onder het teeken des doods, en als schuilend achter het altaar, onder de bescherming van het bloed.

Bovendien, het altaar teefcent altijd distantie. Het draagt het gebaar van den God-zoekenden mensch, die boven de vtoek-aarde Zijn bedligheden opbouwt om den Hemelsche te zoeken en Hem van het aardsche toe te brengen wat Hem wèlbehaaglijk is. De offeraar moet altijd wachten en afwachten of de Hemel aanneemt.

Als Jezus met Zijn jongeren. Zijn groeiende Kerk, in de opperzaal het laatste Pascha viert, vervult hij zuiver en gaaf al het recht van zijn God. Maar nu is het ook gedaaa. Voor eeuwig I

Want nu zal Hijzelf als bet ware Paaschlam worden geslacht.

God zal Zelf Zijn altaar bouwen, Zijn eigen offerlam bereiden, en eigen feestgenooten verzamelen. Nu komt de werkelijkheid. Want voor Jezus, den Middelaai", kon er geen bloed van eenig lam gestreken worden aan eeaig© post. En voor Hem was er geen deur, waar de doodsengel voorbij kon gaan.

Het lam kon Jezus' ziel niet troosten, want het kon zijn bloed niet tot een teeken geven om het oordeel te beeren. Vóór het sacrosanctum van de Paaschzaal te Jeruzalem hield de dood stil.

Hier was het bloed niet. Hier moest dus het bloed geëischt. En toch kon de dood de deur niet openen. Toch was de Kerk daarbinnen veihg, omdat de Heiland er was.

Toch was er de rustige disch, gemeenschap met een verzoend Vader, die Zijn kinderen spijst en laaft ten eeuwigen leven.

De rijke tafel voor de genooten des Koninkrijks. Juist na de afbraak van het altaar bleef daar de wondere tafel der Nieuw-Testam^aitische geneuchten.

Omdat deze Gastheer Hoogepriester was, die straks de deur ontsloot om zelf te gaan slachten en offeren.

Zijn eigen bloed. Zijn eigen leven. Op Hem wachtte buiten de dood, omdat het altaar nu verbroken lag. En de disch toch was bereid. En daarom was er en bleef er voor de verkoren Kerk, die vergaderd was en vergaderd werd en nog vergaderd wordt, de onbreekbare vastheid van het genadeverbond en het genadeverband in

dat bloed. Dit is het nieuwe Testament in Mijn bloed! Het bloed van Jezus Christus Gods Zoon reinigt van alle zonden.

Doop uw hysopbundel in dat bloed. Strijk het in geloofsgehoorzaamheid aan de deurposten van uw hart.

Want ons Pascha is voor ons geslacht, éénmaal', en voor eeuwig: Christus!

Jubilate! Zing uw Paascliliallel, gekochte Kerk!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 maart 1936

De Reformatie | 8 Pagina's

UIT DE SCHRIFT

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 maart 1936

De Reformatie | 8 Pagina's