GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

HOOFDARTIKEL

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

HOOFDARTIKEL

7 minuten leestijd

Psycho-analytische zielszorg en Christendom.

I.

Een van diei moeilijkste en tevens gewichtigsLe ptroblemen, waarvoor het geloovig dienken zich. den laatsten tijd) geplaatst ziet, is dat van de verhouding tusschen de moderne zielkunde en de Christelijke religie, of Wilt ge het anders, van 'die tusschen de psychotherapie en de pastorale zielszorg.

Er is eien tijd geweest, dat deze verhouding een ui^srtjl ioisse was, zij het dan ook een in den grond vijandige. De psychologie was toen geheel anders georiënteerd dan thans het geval is. Oorspronke'lijk wilde zij van een zelfstandige ziel niets weten, evenmin als van een actief op'tredend ik. Als haar doel gold alleen de bestudeering der bewust^ 'zijnsverschijnselen en idit langs den wieg der ervaring of van het experiment. Dieper groef men niet. Met de mogelijkheid van een principe, dat achter al die psychische uitingen woelt en werkt, werd geen rekening gehouden. Het id; paal was de zielkunde als een onderdeel in de natuurweten"schappen in. te schakelen en op haar. de methoden van het exacte onderzoek toe te passen.

Geen wonder, dat men in later tij: d deze beschouwingen typeerde als een „zielkunde zonder ziel". En ock de psychiater uit die dagen verstond niets van de religieuze belevingen zijiner patiënten en bracht die maar al te vaak als ziekelijke sympitomen onder bij, zijn verscihillende ziektebeelden.

Tegenover deze situatie moest de houding van den geloovige wel sterk afwijzend zijn. Een oompromis was hier voor hem onmogelijk. Van eenige geestesverwantschap kon geen sprake wezen. Scherp Mep de lij, n tusschen de beide kampen. Maar de kring van het belij, dend Christendorn was te zwak om tegenover het opdringend geweld van het ongeloof een eigen psychologie te stellen, die als basis dienen kon voor een bevredigende behandeling van hen, die in hun zielsziekten rie^ pen om bevrijding van den hun opgelegden geestelijken nood.

Het is met Freud, dat een nieuwe periode zich in de zielkunde baan breekt. Hij, kan het niet vinden met een psychologie, die door haar mechanisüsch-energetische beschouwiiigswij, z© het zieleleven tracht te ordenen en te verklaren naar liet model der natuurkundige causaliteit. Zij, is voor hem te vlak, omdat het diepere zieleleven voor haar verborgen blijjft en zij niet in staat is een inzicht te geven in de concrete levens^ situaties miet haar conflicten en innerlij, ke span'ningen. Freud gaat zijn eigen "weg en niet de 'wetenschap van bewustzijnsvei-schijnselen is zijn doel, niet om de studie van wat hij slechts als een onderdeel der psychologie beschouwt, gaal het hem, maar den mensch in zijn geheel zoekt hij te verstaan en te begrijpen. Hij wil afsteken naar de diepte en doordringen tot de innerlijkste roerselen van het menschenhart zondep zich daarbij te bekommeren om de grenzen, die de wetenschap tot nu toe gesteld had. Langs wetenschappelijken weg wil hij, benaderen, wat kunstenaars als Dosto'jewski, Ibsen, Nietzsche in de ziel van den mensch intuïtief hadden aanschouwd en dit verklaren en tot oplossing brengen.

En bij dit onderzoek gaat de groote beteekenis juist van het onbewuste voor hem open. De beschouwingen van de gangbare psychologie, die zich uitsluitend met de verschijnselen van het bewuste leven bezig houdt, hebben nu eens voor goed bij, hem afgedaan. D'eze vat het essentiëele van het zieleleven niet. Dit is slechts te vinden in de driften en machten, die den mensch in hun ware gedaante onbekend blijyen. En het is idt dit onbewuste', dat de angsten en o-nzekerheden, de neurosie en de hysterie, de foutieve instellingien tegenover het leven, de zondenwaan en zooveel meer, wat een kwelling voor den mensch is, verklaard moeten worden. En om daarvan vrij, te komen dient de patiënt tot de juiste kennis gebracht te worden van wat op den bodem zijner ziel ligt, en van het mechanisme, waarmee het onbewuste dit verwerkt.

Zoo zijn Freud en in zijn voetspoor vele psycho^therapeuten ook in aanraldng gekomen met uittn'gen van het zieleleven, die tot nog toe voor een deel het arbeidsterreiii van den Cln-istelijken zieleriherder vormden. Op hün wij/e ontdekken zij de verborgen driften, de innerlijke ten deele onbewuste conflicten, het schuldgevoel, de angst voor dood en eeuwigheid, gewetenszonden en gedachtenzonden. Maar ook op. hün wijze geven zij den weg aan, waarop de mensoh van al deze lasten bevrijd kan worden. Freud gaat daarbij zóóver, dat hij niet alleen geen enkele plaats aan de religie bij de behandeling van zijn patiënten toekent, maar haar zelfs opvat als de algemeen'm.enschelij, ke dwangneurose, die in den grond als een ziekteverschijnsel te beschouwen is.

Een nieuwe tegenstelling moet zich dus wel gaan ontwikkelen, een tegenstelhng, daarom zoo scherp en heftig aan beide kanten aangevoeld, omdat de diepste beginselen, ja de bestaansgrond van de eene partij, door de andere in het geding wordt gebracht. Wat de een beschouwt als een blij, de boodschap voor het door schuld verslagen men^ schenhart, wordt door den ander geloochend, ja zelfs als een onheil voor de mensohheid afgew.ezen.

De botsing tusschen beide overtuigingen wordt dus thans wel absoluut. De oude zielkunde, zooals zij, door Freud overwonnen werd, had zich in vroeger jaren wel hooghartig boven de religie ver'heven en den inhoud van haar geloofsvoorstellingen spottend ontkend, maar overigens had zij al heel weinig aandacht besteed aan het eigen karakter van het geloovige zieleleven. Daarvoor h'ad zij. te weinig oog voor de totaal andere geaardheid van de menschelijke ziel, in haar onder^ scheiding met de wereld van het anorganisohe.

Maar Freud, die den mensch van een geheel andere zijde benadert, moet bij zijn pogingen om diens belevingen te verklaren, wel stuiten op de religie. En daarbij wordt hij wel gedwongen zich rekenschap te geven eenerzij ds van de factoren, die voor de religieuze ervaringen verantwoordelijk gesteld moeten worden, en anderzijds van de beteekenis, die speciaal het Christelijk belijden voor het tot stand komen van verschillende geestelijke stoornissen hebben kan. En gezien zijn volkomen ongeloovig uitgangspunt en den opzet van zij, n verklaringssysteem kan hij niet anders dan in verzet komen tegen een godsdienst, die een eeuwigen toorn van God tegen de zonde kent en waarin de begrippen schuld len straf tot een van de meest aangrijpende werkeUjkheden behooren. Uil de erkenning van 'smenschen ellende in den zin, zooals Gods Woord die verstaat, ziet hij demonen opkomen, die den levensweg van den sterveling verdonkeren en conflicten in hem wakker roepen, die, hoewel onbewust voor hem, zijn levensontplooiing tegenhouden. En in wat voor den geloovige als de weg der verlossing geldt, speurt Freud niets anders dan motieven, waarvan de verklaring in een ziekelijk werkend onbewuste gezocht dient te worden. Terwijl de werken der dankbaaiiieid voor hem wel voorbeelden moeten zijn van het reinste zelfbedrog! Ook spreekt het vanzelf, dat zij, n naturalistisch standpunt iedere mogelijkheid van een bovennatuurlijke wierking des Geestes in de bekeering van de harten der menschen uitsluit en deze met behulp van de psycho-analy'se tot oplossing tracht te brengen.

Zoo worden de belijdende zielszorger en de mo"derne psychotherapeut wel gedwongen elkaar te ontmoeten. Men kan elkaar niet meer ontloopen, zooals dit vroeger nog wel mogelij, k was geweest B, eide betreden thans hetzelfde terrein. Beide komen met een eigen boodschap van verlossing; . En daarbij schijnt het oude Christendom wel heel sterk in de minderheid te zij, n tegenover zijn tegensitander. Geheel zijn geloofsinhoud wordt door de psycho-analyse ondergraven en opi natuurlijke wijze verklaard. Bovendien dringt Freud het terrein van de religie binnen van den kant van haar ziekelijke ontaarding, zoo' niet van haar caricaturale beleving. Daardoor moet de Ghristelij, ke godsdienst in verband met zijn naturalistische zienswijze wel den indruk op hem maken van een het leven vijandige macht te zijn en als zoodanig ook met behulp van zijn theorieën voorgesteld worden.

En tenslotte liggen de moeilijkheden voor hen, die Freuds ongoddelijk streven willen bestrijden, ook hierin, dat door het feit, dat diens theorieën tot therapeutische successen leidden, de psychoanalytische constructie van het onbewuste voor breede kringen een zeer groote mate van .waarschijnlijkheid krijgt. En veel van wat tot nog toie voor het menschelijk begrip duister gebleven was, vindt thans een oogenschijnlijk plausibele verklaring.

De strijd van den Christen, die hier zijn geloof wil verdedigen, is dus verre van gemakkelijk. Hij ziet zijn positie duidelijk en klaar ondergraven, maar in de wijze, waarop dit geschiedt, zijn ele; menten van niet te ontkennen waarheden zóó met naturalistische tendenzen verweven, dat het haast ondoenlijk is duidelijke aangrijpingspunten voor dien strijd te vinden. En dit, terwijl het hier gaat om de hoogste goederen, die God in Zijn genade aan een gevallen menschheid gegeven heeft!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 februari 1938

De Reformatie | 8 Pagina's

HOOFDARTIKEL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 februari 1938

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken