Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

UIT DE SCHRIFT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

UIT DE SCHRIFT

9 minuten leestijd

Maar ik houd (daarvan) af, opdat niemand van mij denke hetgeen hij ziet, dat ik ben, of dat hij uit mij hoort. 2 Cor. 12:6 b.

Geen catalogus van gezichten!

Corinthe was de gemeente van geestdrijverij. Dat wil zeggen: men hechtte hier overdreven waarde aan de charismata, de bizondere geestelijke gaven, gelijk de kerk die in den eersten tijd na Pinksteren ontving. Er was een belangrijke groep, die alleen

maai-"vroeg naar bizondtere gezichten en openbaringen. En op den duur is men in Corinthe'zoover gekomen, dat men iemand slechts taxeert hiernaar, in hoever hij is een pneumatisch mensch. Het aanzien in de gemeente stijgt, naarmate men meer vreemde talen spreekt, en van buitengewone ervaringen gewagen kan.

Uit deze eigenaardige Corinthische mystiek zijn te verklaren alle zonden, waartegen Paulus in Gorinthe te vechten had, en alle moeite, die bij daar geleden heeft. Want natuurlijk, als men van de charismata het een en het al maakt, en daarin den eigenlijken rijkdom van Pinksteren ziet, dan laxeert men ook iemand als Paulus niet naar het ambt, dat hij van Christus ontv^gen had, maar naar de gezichten, die hij had gezien, en naar de talen, die hij sprak. Dan vraagt men niet naar zijn lastbrief, omdat men feitelijk alleen interesse heeft voor zijn particuliere talenten. En omdat nien van bizondere dingen bij Paulus vrijwel niets bespeurde, was hij in Gorinthe niet de gevierde man; en zag hij zich genoodzaakt, telkens weer zijn apostolisch gezag te verdedigen.

Een tweede uitwas van deze ligging was, dat men ging leven bij ervaringen en niet bij het Woord'; men kwam in de kerk niet voor de prediking meer, want de diensten ontaardden al meer in een demonstratie van aparte gaven; men sprak liefst niet in voor allen verstaanbare taal, maar in vreemde talen, die niemand verstond; men weidde zichzelf, en stichtte niet de gemeente. Men had weinig aandacht voor het werk van Christus, in het verleden verricht; men begeerde openbaringen en verloor zich dus in apocalyptische droom er ij en. Men fantaseerde maar raak over de dingen boven; en de dingen hier beneden, nu ja, die kwamen er minder op aan. Want de aarde verliest haar waarde voor wie in verrukking van zinnen den hemel mocht aanschouwen. Men had het zoo druk over den Geest, dat het kwam tot spiritualistische verachting van het vleesch'. Hieruit is te verklaren heel dat complex van zonden, waartegen Paulus den strijd aanbindt; de gevallen van ergerlijke ontucht; de wanordelijkheden bij de kerkdiensten; de uitspattingen tijdens de viering van het Avondmaal; de loochening van de opstanding der dooden, en wat dies meer zij. Wederom was een derde gevolg van deze mentaliteit, dat het kwam tot twisten en partijschappen. Want de Geest verleent vele gaven; maar de mensch heeft er moeite mee, om die charismata gelijkelijk te waardeeren en in onderlingen samenhang te genieten; de één voelt hiervoor het meest; een ander kan slechts dat behagen; en nummer drie geeft de voork'eur aan nog weer eesn andere gave. Dan hokt men bijeen in kringetjes van gelijkgezinden; in groepen van denzelfden smaak en aanleg en richting; en dan schaart men zich achter een voorman, die in bizondere mate het charisma heeft, dat men verabsoluteert. Zoo heeft men dan ook in Gorinthe een partij van Petrus; een groep van Apollos; een kring, die zich noemt „van Christus"; en daarnaast heeft men dan nog de fractie vaia Paulus. En genoemde partijen leven permanent op voet van oorlog.

Nu is op het oogenblilc, dat Paulus dezen twefr> den brief schrijft, de toestand wel aanmerkeUjk verbeterd; echter vormt de invasie van pseudoapostelen een nieuwe bedreiging. En deze menschen, die terecht begrijpen, dat Paulus hun gevaarlijkste tegenstander is, probeeren op alle manier zijn autoriteit te breken. 'BUjkbaar hebben ze daarbij een staat van dienst overgelegd, waaruit blijken kon, dat ze heel wat voor de kerk van Christus hadden gedaan; en, speculeerend lop de Gormthische zucht naar mystiek, hebben ze een schoon verhaal gedaan van de bizondere openbaringen, die hun te beurt waren gevallen, en van de extra-ordinaire gaven, die de Geest zeer particulier aan hen had verleend. De bedoeling, die daarbij voorzat, is aanstonds doorzichtig: laat Paulus, als hij tenminste kan, daar nu eens iets tegenover stellen. Hij moet nu ook maar eens verhalen, wat hij heeft gepresteerd en opsommen, welke openbaringen hij ontving. Paulus wordt dus door zijn tegenstanders gesommeerd tot deelname aan een vergelijkend examen. Paulus spreekt zijn tegenzin tegen dit vergelijkend examen onomwonden uit; maar terwille van de gemeente, die hij van die leugen-apostelen moet be%Tijden, geeft hij toch toe; althans wat het ©erste deel van het onderzoek betreft. Zoo zien we het gebeuren, dat hij een breeden catalogus geeft van alles, wat hij in den dienst van Jezus Christus heeft gedaan en geleden. Als het op prestaties aankomt, wie heeft er dan gewerkt en wie is er dan mishandeld als hij? Wie heeft dan eerder recht op den naam „apostel" dan hij? Zijn afgebeulde lichaam en zijn vele litteekenen bewijzen zijn apostolaat.

Maar nu komt hij toe aan het tweede deel; en hij verheelt het zich niet, dat dit bij de examinatoren het zwaarste weegt. Per slot van rekening kan het de kerk van Gorinthe minder schelen, wat hij, actief, in het ambt, heeft gedaan en verdragen. Veel meer belang stellen ze in een gedetailleerd overzicht van wat hij als pneumatisch mensch, passief, ontvangen heeft. Dit tweede deel zal dus den doorslag geven; en het zal van den uitslag afhangen, of hij in de kerk van Gorinthe de man zal zijn, dan wel die anderen, die pseudo-apostelen.

Eigenaardig: Paulus, die bij het eerste deel zijn best deed, en een nauwkeurig verslag gaf van werk len lijden, Paulus gaat dit tweede deel verknoeien; en hij doet dat expres. Want hij kan veel verhalen; hij is opgetrokken geweest in den derden hemel, en in het paradijs; en hij heeft onuitsprekelijke dingen gehoord; ook in het stuk van „gezichten en openbaringen des Heeren" komt niet één van die anderen aan hem toe. Maar hij weidt daai'over niet uit; hij' geeft enkele vage aanduidingen, die 'de menschen van Gorinthe zeker jtiiet bevredigen; hij noemt gebeurtenissen van 14 jaar \Toeger, die dus voor het heden niets bewijzen van zijn grootheid als pneumatisch mensch. O ja, hij kan wel veel verhalen, en ook wel dingen noemen uit den allerlaatsten tijd; maar hij weigert dat. Denkt hij er dan niet aan, hoeveel er mi op bet spel staat; dat het er nu om gaat, of de gemeente hèm zal volgen, of die anderen? Maar juist dat is het motief van zijn weigering. Als hij door een catalogus van gezichten de gemeente achter zich moet krijgen, dan doet hij geen moeite meer; dan mag ze wel zich scharen om die anderen ; want dan is tóch alles verloren. Wat heeft hij eraan, dat men hem den eerepalm reikt? De reden, waarom hij dien ontvangt, is dan toch verkeerd; en de gemeente is dan even ziek gebleven; en juist in haar zonde gestijfd. Paulus zag heel scherp, wat blijkbaar zijn tegenstanders niet begrepen, dat de beide vakken, waarin zou worden geëxamineerd, elkaar uitsloten. Goed, ook tegen het eerste deel had hij wel eenig bezwaar; maar hij kon op dat punt tenslotte toegeven ; want daar ging het over ambt s-dienst, en over zijn lijden, zijn litteekenen, over de manifestatie van zijn prediking in zijn vleesch. En de uitslag van dit onderzoek zal dus altijd dienstbaar kunnen zijn aan de erkenning van het ambt, en den voortgang van het Woord', en den opb'ouw van de kerk; en dus zal, als-hij hieraan meedoet, dat kunnen helpen, om de gemeente, 'die juist op deze drie punten laboreerde, te genezen. Maar daarom is het hem onmogelijk, zich aan het tweede deel te onderwerpen. Stel, dal hij het doet; dan zal men hem, of die anderen, erkennen, doch dan als pneumatisch mensch, en niet als ambtsdrager; geeft Paulus dus op dit punt toe, dan werkt hij mee aan de ambtsverachting en aan het bederf der gemeente dientengevolge. Dan zullen de menschen waarschijnlijk ze^en: die Paulus is nog eens een bizonder man. O ja, hij heeft zijn figuur niet mee; die man is verschrikkelijk geschonden door de litteekenen, van de wonden, die hij opliep bij zijn werk; maar daar moet ge maar niet naar kijken ; want hij is opgetrokken geweest in den derden hemel, en zooiets ondervindt hij bijna dagelijks. Ja, mooi preeken kan hij ook al niet; zijn stijl is moeilijk en zijn gedachtengang zwaar; maar ge moet hem eens hooren vertellen van zijn openbaringen. Vergeet dan maar de litteekenen van zijn ambt ; en slik dan maar die moeilijke preeken, die bediening van het Woord; het eigenlijke zijn z'n gezichten. Paulus begreep, dat hij, als hij sprak van openbaringeu, niet alleen het ambt, maar ook het Woord zijn plaats in Gorinthe zou helpen rooven. Men zou van hem denken boven wat men van hem zag (zijn a m b- telijke striemen), of wat men van hem hoorde (het Woord), en al kreeg hij op die manier de menschen ook mee, hij zou ze niet verzamelen rondom Christus, maar om zichzelf; hij zou dan z ij n p a r t ij groot maken, en w e d ij v e r e n met die anderen om den grootsten aanhang; zijn spreken over gezichten zou dus de gemeente nog meer helpen verscheuren.

En dus heeft Paulus, al was de baan voor hem vrij, om in Gorinthe de gevierde man te worden, die verzoeking weerstaan. Hij wilde „zakken" voor het tweede deel; want hij begeerde erkenning van het ambt; en heerschappij van het Woord; en eenheid der kerk. Hij gaf zichzelf, opdat de gemeente maar genezing zou vinden. De aureool, die men in Corinthe reserveerde voor den grootsten pneumaticus, wees hij af; en den wierook, dien men daar brandde voor bizondere menschen, heeft hij niet begeerd'. Want hij wist, dat ambt en kerk , en Woord het eigenlijke zijn van Pinksteren; dat die drie de constante charismata zijn voor allen; en dat alleen, waar die drie bewaard blijven, het in orde kan komen met de gaven, idie de Geest, individueel en incidenteel, verleent naar Zijn wil.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 23 September 1938

De Reformatie | 8 Pagina's

UIT DE SCHRIFT

Bekijk de hele uitgave van Friday 23 September 1938

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken