GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Enige opmerkingen over de gelijkenissen des Heren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Enige opmerkingen over de gelijkenissen des Heren

10 minuten leestijd

HOOFDARTIKEL

1. TER INLEIDING. MOETEN GELIJKENISSEN ALLEGORISCH WORDEN VERKLAARD?

Mogelijk komt onder het lezen van dit opschrift bij een lezer de vraag op, of het wel nodig is over de gelijkenissen des Heren enige opmerkingen te maken. Die zijn immers zó eenvoudig, dat een kind ze kan begrijpen. En over wat kinderen kunnen begrijpen schrijven we toch geen artikel in , , De Reformatie".

Onlangs hoorde ik van een predikant, die van mening was, dat de gelijkenissen behoorden tot de gemakkelijkste gedeelten van de Bijbel. Als hij Zaterdags niet klaar kon komen met een preek over een „moeilijke" tekst, die hij aanvankelijk gekozen had, dan nam hij maar gauw een gelijkenis als stof voor de preek. Daarmee kon hij in de gauwigheid op de Zaterdagavond nog wel klaar komen. Ik betwijfel of deze dominé het bij het rechte eind had. En ik kan wel verstaan, dat een andere beweerde: De gelijkenissen behoren tot de moeilijkste stof om over te preken.

in elke Hermeneutiek — ik bedoel een geschrift, dat handelt over de manier, waarop de Schrift in haar geheel en in haar delen moet worden verklaard — wordt een apart hoofdstuk gewijd aan de bespreking van de gelijkenissen. En het aantal boeken is ontelbaar, waarin de gelijkenissen worden verklaard. En wie wel eens een paar verklaringen van één en dezelfde gelijkenis heeft vergeleken, kan het wel eens zijn met de verzuchting van een geleerde exegeet: „De geschiedenis der exegese stelt ons voor een chaos, waarover diepe duisternis hangt". Het schijnt toch niet zo eenvoudig te zijn als sommigen wel denken. Als we de verscheidenheid, ja tegenstelling der verklaringen opmerken, kan de gedachte wel opkomen: Is de Schrift, althans wat de gelijkenissen betreft, wel doorzichtig en duidelijk?

Hoe tegenstrijdige verklaringen van één gelijkenis kunnen worden gegeven wil ik met een voorbeeld duidelijk maken. Ik kies daartoe de bekende gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester uit Lucas 16 VS 1—9.

Men heeft zich afgetobd met de vraag, wie toch wel met die rentmeester bedoeld zou zijn. De antwoorden zijn verbluffend. Eén bisschop uit d^ tweede eeuw zag in hem voorgesteld P a u 1 u s, die eerst zo wettisch en hard was geweekt, maar later door de genade Gods zich het hart der Heidenen won.

Een ander dacht aan Judas Iskariot, die niet zelden mudden tarwe en vaten olie ontving van degenen, die Jezus dienden van haar goederen.

Een derde herkende in de rentmeester Jezus Christus zelf, door Mozes aangeklaagd, waardoor hij niet langer rentmeester over de Joden blijven kon, maar elders arbeiden moest.

Een vierde hield hem voor de duivel, die de zielen der mensen bedrÏRgt, door hun absolutie van zonden te beloven.

Vermaarde verklaarders hebben gedacht aan de Farizeeërs, die zich schamen te bedelen om Gods genade, terwijl ze niet werken kunnen, naar de wet; waarom zij zich zoeken te redden, door Gods schuldenaars (de Joden) willekeurig afslag te geven. Terwijl veel Roomse verklaarders gedacht hebben aan de bisschoppen, die als rentmeesters van Christus medelijden met zondaars moeten hebben en hun aflaat moeten verlenen. (Zie v. Koetsveld, II, bl. 298 v).

Dit éne voorbeeld zou met tientallen te vermeerderen zijn. Het is niet overdreven als ik beweer: In één figuur uit één en dezelfde gelijkenis hebben de verklaarders voorgesteld gezien God en duivel, Christus en antichrist. Farizeeërs en Tollenaar. Er moet aan dergelijke verklaringen toch wel een en ander mankeren. En het is wel te verstaan, dat theologen in verband met deze verscheidenheid van verklaringen de regel opstelden: , , uit de gelijkenissen mag niets worden geconcludeerd ter vaststelling van de leer der waarheid."

Ik geloof, dat de gelijkenissen duidelijk zijn. Althans voor hen, die oren hebben om te horen en ogen om te zien. Want ze zijn uitgesproken door Hem, die gezegd heeft: , , Ik dank U Vader, Here des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt ze den kinderkens geopenbaard" (Matth. 11 : 25). Maar in de loop der geschiedenis hebben „wijzen en verstandigen" de gelijkenissen zó ingewikkeld gemaakt door hun inlegging, dat geen mens er meer wijs uit kan worden. Hierbij denk ik aan de zgn. allegorische verklaring, waarmee we ons eerst willen bezig houden.

De allegorische verklaring van een gelijkenis gaat er van uit, dat elk onderdeel van de gelijkenis een overdrachtelijke betekenis heeft. Een allegorie is een uitgewerkte gelijkenis, waarvan inderdaad elk onderdeel „overgebracht" moet worden. Zulk een allegorie vinden we bijv. in Joh. 15 : 1—6. Daar noemt Jezus zichzelf de ware wijnstok en zijn Vader de landman. Z'n discipelen zijn als ranken aan de wijnstok. Zoals een onvruchtbare rank wordt weggesnoeid en in het vuur geworpen, zo wordt een ontrouwe discipel buitengeworpen. Zoals een rank alleen maar vrucht kan dragen als deel van de wijnstok, zo kunnen de discipelen alleen maar vrucht dragen door gemeenschap aan Jezus Christus. In zulk een allegorie heeft dus elk onderdeel een „andere betekenis". Dat zulk een allegorie allegorisch verklaard wordt is goed.

Maar niet alle gelijkenissen zijn allegorieën. Ze hebben wel een „andere beduiding" (Gal. 4:24), maar niet elke trek van de gelijkenis heeft een overdrachtelijke betekenis. Ik hoop dat straks nog wel nader uit te werken.

Maar de allegorische verklaring der gelijkenissen is niet eerder tevreden eer ze elk onderdeel van een gelijkenis heeft , , overgebracht".

Ze wil beslist weten, wie 'er bedoeld zijn met de vijf wijze maagden en wie er aangeduid worden met de vijf dwaze maagden en wat we hebben te verstaan onder de lampen en welke betekenis de olie in de lampen heeft en wat het wil zeggen, dat de vijf dwaze meisjes olie gingen kopen en bij wie ze dat moesten doen. Om duidelijk te maken hoe de allegorische verklaring te werk gaat, lijkt het me dienstig maar een bekend voorbeeld van zulk een verklaring te geven.

Ik kies daarvoor de verklaring, die Augustinus gaf — op voorgang van vele anderen — van de bekende gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan (Lucas 10 VS 30—37). Ik geef eerst de vertaling van het Ned. Bijbelgenootschap:

, , Een zeker mens daalde af van Jeruzalem naar Jericho en viel in handen van rovers, die hem niet alleen uitschudden, maar ook slagen gaven en weggingen, terwijl zij hem half dood lieten liggen. Bij geval daalde een priester af langs dien weg; en deze zag hem, doch ging aan de overzijde voorbij. Evenzo ging ook een Leviet langs die plaats, en hij zag hem en ging aan de overzijde voorbij. Doch een Samaritaan, die op reis was, kwam in zijn nabijheid, en toen hij hem zag, werd hij met ontferming bewogen. En hij ging naar hem toe, verbond zijn wonden, goot er olie en wijn op, en hij zette hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en verzorgde hem. En den volgenden dag stelde hij den waard twee schellingen ter hand en zeide: Verzorg hem en mocht gij meer kosten hebben, dan zal ik ze u vergoeden, op mijn terugreis.

Wie van deze drie dunkt u, dat de naaste geweest is van den man, die in handen der rovers was gevallen? Hij zeide: Die hem barmhartigheid bewezen heeft.

En Jezus zeide tot hem: „Ga heen, doe gij evenzo". En nu de allegorische verklaring van Augustinus en anderen:

De reiziger is de menselijke natuur of Adam, de vader van ons geslacht. Hij heeft Jeruzalem, dat is de hemelse stad of de vredestad, verlaten. D.w.z. hij is in zonde gevallen. Hij is op weg naar Jericho, de stad die onder de vloek ligt volgens Jozua 6 : 26. (Anderen brengen Jericho in verband met het Hebreeuwse woord voor maan. Die iis met haar wassen en afnemen een beeld van dit sterfelijke leven. Nog weer anderen denken aan de palmen van Jericho en maken hieruit op, dat de mens zwelgt in de stad der lusthoven!).

Zodra de mens de heilige stad en de tegenwoordigheid Gods heeft verlaten valt hij in handen van hem, die een rover en moordenaar is, de mensenmoorder van Joh. 8 : 44, en wordt door de duivel en z'n boze geesten beroofd van z'n kleed der oorspronkelijke gerechtigheid. Hij wordt ernstig gewond achtergelaten. (Een beroemde verklaarder zegt: elke zondige passie en begeerte is een gapende wond, waaruit het levensbloed van de ziel (!) wegstroomt).

Maar ondanks dit alles is de mens niet absoluut dood, want anders had de verzorging van de Samaritaan hem niet geholpen. De levensvonk is niet helemaal uitgeblust. Er is een sprank van goddelijk leven overgebleven, die door een hemelse ademtocht in vlam kan worden gezet. De zondaar is nog te redden, want hij is maar halfdood.

Priester en Leviet kunnen hem echter niet redden.

Dat wil zeggen : De wet en de offeranden konden geen redding brengen. De wet stond bij de gevallen mens, maar onder de indruk van de ernstige wonden en onmachtig om te helpen, vertrok zij. Doch wat Priester en Leviet niet konden doen, dat deed de Samaritaan. En die Samaritaan was Christus zelf. Want Samaritaan staat in verband met een Hebr. woord dat redden betekent. Hij was dus de Redder.

Hij goot olie en wijn in de wonden, dat is: Hij stortte zichzelf uit in de harten der zijnen. Volgens sommigen zijn olie en wijn tekenen van de Geest en van het bloed van Christus. Anderen denken aan het medelijden en de ijver van de Heiand. Het verbinden der wonden is een aanduiding voor de sacramenten.

Dat de Samaritaan de gewonde op z'n eigen lastdier zet doet ons denken aan de plaatsvervanging van Hem, die ofschoon Hij rijk was om onzentwil armis geworden, opdat wij door Zijn armoede rijk zouden worden.

De herberg is een beeld van de kerk, de plaats waar de zielen worden genezen. Daar brengt de Zoon des mensen allen, die gered zijn uit de handen van Satan. Daar worden ze door de grote Geneesmeester verzorgd, totdat ze gezond zijn. Dat de Samaritaan heengaat wil zeggen, dat Christus niet op aarde kon blijven, maar moest heengaan naar de plaats vanwaar Hij gekomen was. Maar Hij zorgt voor zoveel genade, dat de gelovigen het kunnen uithouden, totdat Hij wederkomt. Met de twee geldstukken weet men niet precies raad: Zijn het de twee sacramenten? of de twee testamenten? of Woord en Sacrament?

Sommigen vinden het maar beter onder de twee penningen te verstaan al de gaven en krachten, die de Here aan de kerk laat tot aan de wederkomst.

De herbergier is volgens de één Paulus, volgens anderen Petrus, want tot hem zeide Jezus : Weid mijn lammeren. (Joh. 21 : 15).

Wat de herbergier meer aan de patiënt ten koste mocht leggen wordt toegepast op bijzonder goede werken, waarbij de één denkt aan de ongehuwde staat, een ander aan het feit, dat Paulus met eigen handen de kost verdiende!

Dat de reiziger de gemaakte kosten zal vergoeden wil zeggen, dat de Here bij z'n wederkomst aan bijzonder goede werken een bijzondere beloning zal geven.

Wanneer we één ogenblik nadenken over deze methode van verklaring dan is het ons wel duidelijk: Deze uitlegging is wel scherpzinnig, maar niet eerbiedig. Want ze is uiterst willekeurig. Alle vastheid ontbreekt. Zó kan elke verklaarder met wat vernuftigheid van alles alles maken. Boven gaf ik drie verklaringen van Jericho. Mogelijk zou een vernufteling er wel tien kunnen geven. Waar blijft zo de duidelijkheid van de Schrift? Waar blijft het verband? Wat wordt er van de toepassing, die Jezus zelf gemaakt heeft? Wat komt er terecht van het: Zó spreekt de HERE?

Misschien denkt iemand, dat het niet nod^g i? ? deze methode van verklaring te bespreken, omdat er niemand meer is die het zo doet. Wie zo denkt, zou zich vergissen. Tot in deze tijd komt deze verklaring voor. En er zijn veel gemeenten die het maar prachtig vinden als een predikant zulke „ongehoorde" dingen uit de tekst haalt. En mannen van naam vinden deze verklaring nog zo gek niet. Maar daarover een volgende keer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 augustus 1952

De Reformatie | 8 Pagina's

Enige opmerkingen over de gelijkenissen des Heren

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 augustus 1952

De Reformatie | 8 Pagina's