GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Ut de pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ut de pers.

8 minuten leestijd

Voor de kennis van de toestanden in Zuid-Bagelen en Banjoemaas, is de volgende brief uit Java niet onbelangrijk:

Waarde Vriend!

Toen Mevr. Philips besloten had een kerkje op haar erf te bouwen, waren er onder de pas gewonnen Christenen verscheidenen, die gaarne een handje wilden helpen. Zoo bouwde onder anderen de U welbekende Simon van Djelah als timmerman ijverig mee. Nauwelijks was de vergaderplaats gereed, of Mevr. Philips begon daarin geregeld dienst te houden, des Zondags en op feestdagen, voor haar bedienden en de door Sadrach gewonnen lieden, die uit verschillende desa's (dorpen) opkwamen. Was zij ongesteld dan trad Sadrach op. Ook gaf zij aan de door Sadrach toegebrachten wat catechetisch onderwijs, om ze voor te bereiden voor den doop. Waren de doopcandidaten klaar, dan riep zij de hulp van den Gouvemementspredikant in en werden zij gedoopt en waren dan Christenen. Nadat dit zoo een tijd was voortgegaan, ging Sadrach op zichzelf wonen en wel te Karangdjasa, een uur of vijf van Poerworedjo verwijderd. Zijn eerste volgelingen Johannes en Markus voegde zich daar bij hem en al spoedig werd nu Karangdjasa het middelpunt. Sadrach bleef echter in verband met Mevr. Philips arbeiden. Als hij op deze of gene plaats wat lieden gewonnenhad, gaf hij daarvan kennis aan haar. En toen er in Zuid-Bagelen verscheidene plaatsen waren, waar één of meer volgelingen van Sadrach woonden, ging Mevrouw Philips, alleen of vergezeld van haar man, met Sadrach daarheen om de menschen te bezoeken en met hen te spreken en te beslissen of er en waar er een kerkje zou geplaatst worden en wie er als «oudsten" zouden optreden. Sadrach kondigde zulk een komst van te voren aan, door te zeggen: »Njonja Philips, Uw grootmoeder, zal hierheen komen". Delieden kwamen dan allen saam uit verschillende desa's en Mevr. Philips verkeerde dan meestal eenige dagen in hun midden en predikte op hare wijze hun liet Evangelie. Zij werd overal met grooten eerbied ontvangen en verscheidenen noemden haar, of liever spraken haar aan met het woord »Goesti", een betiteling van God en vorstelijke personen. Zij besliste na onderzoek, of er een gemeente zou gevormd worden. Zie, zoo kwamen er door de prediking van Sadrach en onder medewerking en goedkeuring van Mevr. Philips overal gemeenten van Javaansche Christenen, vooral in Zuid-Bagelen, maar ook wel verder op in het Noorden en zelfs over de grenzen in Banjoemaas en elders. Meermalen werden er van die Christenen bij honderdtallen gedoopt door de Gouvemementspredikanten en zij vierden ook wel Avondmaal in het kerkje in Poerworedjo op het erf van Mevr. Philips en onder leiding van zulk een predikant. Waarde vriend, houd deze dingen toch goed in het oog tot recht verstand van de geschiedenis der Javaansche Kerken op Midden-Java. Niet door eenigen arbeid van zendelingen zijn die gemeenten ontstaan, in het minst niet. En als gij nu let op het feit, dat de eigenlijice arbeid van Mevr. P. zich wel uit den aard der zaak moest bepalen tot het nu en dan eens een reis doen om toestemming tot gemeente-vorming of kerkbouw te geven of kerkjes in te wijden en verschillende zaken te regelen, dan zult gij mij toestemmen, dat eigenlijk niemand anders dan Sadrach die gemeenten heeft gesticht. Vraag dan ook in welke gemeente gij wilt naar den oorsprong en gij zult altoos weer ten antwoord krijgen, dat Sadrach en zijn gezanten, Johannes, Markus en anderen, daar het eerst het Evangelie predikten en zij dus de gemeente hebben gesticht. Nooit zullen zij U, Mevrouw, Philips, als zoodanig noemen, maar immer Sadrach.

Ik durf U dan ook gerust zeggen, dat Sadrach bij de Javaansche Christenen algemeen als de stichter der gemeente beschouwd wordt.

Het is een niet te weerspreken feit, dat Sadrach nu sinds 26 jaar op Midden Java als de stichter en daarom, naar Javaansche opvatting, als het hoofd of de vader, de leidsman en de leeraar der Christengemeenten geldt. Het feit, dat hij tot op haar dood Mevrouw Philips als zijn meerdere erkende, verandert daaraan niets. Hij woonde trouwens sinds 1871 in Karangdjasa, en nam dus in het oog zijner volgelingen reeds van toen af een zelfstandige positie in en Karangdjasa was dan ook bij het leven van Mevr. Philips al het middelpunt dier gemeenten en werd dat in volstrekten zin na haar dood. Ik hoop U dit een volgende keer Ie doen zien; thans groet ik U.

Dit schrijven doet opnieuw de vraag rijzen, of er niet op andere wijze dan dusver met Sadrach contact moet worden gezocht.

Zijn verschijning, en de invloed, die van hem uitging, ze blijven toch zoo hoogst merkwaardig.

Over het Kerkschip schreef Ds. Sluijteraande Holl. Kerkbode dit:

Uwe bekende en zeer gewaardeerde belangstelling in alles wat het «Kerkschip" aangaat, geeft mij de vrijmoedigheid voor het volgende een plaatsje in «Hollands Kerkblaa" te verzoeken.

Tot ons leedwezen kan het «Kerkschip" dit jaar nog niet in de vaart gebracht worden. De kosten van uitrusting zijn zeer groot, en hoewel wij soms belangrijiie giften hebben ontvangen, toch is de offervaardigheid niet zoo overvloedig geweest als wij hadden gedacht en gehoopt. Wij weten wel, dat er in onze dagen veel wordt gevraagd, maar de algemeene sympathie, welke het plan in onze kringen mocht ondervinden, deed wat anders verwachten. Nog altijd komen er echter gaven in en wij hopen, dat de stroom der gitten, zoo moge toenemen, dat in het volgende jaar het »Kerkschip" niet meer tot de pia vota behoort.

Deputaten hebben echter niet stil gezeten. Zij wisten, dat de visschers, tijdens hunne eerste reis ter haringvangst, gewoon zijn Lerwick te bezoeken. Ten einde onze visschers nu ook daar met het Woord te kunnen bereiken, werd een verzoek gedaan aan the Tree Church of. Scotland, en aan the United Presbyterian Church om ons de behulpzame hand te willen bieden ter realiseering van dit plan. Met de grootste bereid vaardigheid werd hieraan gevolg gegeven en een «halV voor dit doel ter beschikking gesteld. In de tweede plaats richtten deputaten een verzoek tot den Kerkeraad der Gereformeerde kerk te Scheveningen A, of hij bereid zou willen wezen zijn Dienaar des Woords, Ds. L. van der Valk, gedurende eenige weken in het belang onzer visschers naar Lerwick af te vaardigen, waarbij de verzekering werd gevoegd, dat deputaten alle onkosten voor hunne rekening namen. Ook hier vonden wij een geopend oor. Zoowel de Dienaar des Woords als de overige leden van den Kerkeraad, ziende op de dringende noodzakelijkheid, om ook ginds in de geestelijke behoeften der visschers te voorzien, waren na eenige bespreking gereed om ons Verzoek in te willigen.

Dientengevolge hoopt Ds. v. d. Valk 8 Juni op last zijner kerk naar Lerwick te vertrekken en heeft hij in opdracht, om, zoo mogelijk ook des Zaterdagsavonds, maar in elk geval op den dag des Heeren, minstens eenmaal de visschers, zoo veel doenlijk, onder de prediking des Woords te verzamelen, de schepelingen op te zoeken, de kranken bij te staan en een ieder zooveel mogel^k met raad en daad te dienen.

Wij verheugen ons zoowel in deze opdracht als in het bereidwillig aanvaarden ervan, door Broeder V. d. Valk ten zeerste. Er is zeker geen tvreede Broeder in ons land te vmden, die zoo bekend is met de eigenaardigheden onzer visscherbevolking en die tevens zoo hun achting en vertrouwen geniet.

Tegelijk zal deze reis worden dienstbaar gemaakt om ook ten opzichte der inrichting en uitrusting der Kerkschepen nog eenige gegevens te verzamelen. Waar echter aan de uitzending van Br. v, d. Valk belangrijke kosten zijn verbonden, welke deputaten bereids voor hunne rekening hebben genomen, daar hopen wij, dat menigeen zich gedrongen zal gevoelen aan Br. Eisma, onzen penningmeester, of aan een der andere deputaten, een gave voor dit doel te doen toekomen.

Sommigen schijnen te denken, dat de bevolking onzer vloot alleen uit inwoners van Scheveningen, Vlaardingen, Maassluis, Katwijk en Noordwijk bestaat. Dit is zoo niet. Niet alleen uit Noord-Holland en Zeeland komen tal van matrozen naar deze visschersplaatsen, maar ook Friesland en Groningen levert een behoorlijk aantal.

Het geldt dus niet sommige personen uit enkels plaatsen, maar het is een arbeid, die, onder Gods zegen, voor velen uit alle deelen des lands heerlijke vruchten kan afwerpen.

U dankzeggende voor de afgestane plaatsruimte en met het vriendelijk verzoek aan allen, die dit zullen lezen, deze zaak door hun gebed en gaven te willen steunen en ook Br. v. d. Valk gedurig in den gebede te gedenken, blijf ik met broedergroete, namens deputaten voor het in de vaart brengen van een «Kerkschip",

Maasshiis, i Juni '97.

Ook hier haaste men niet. Het kerkschip zal er komen.

Denke men maar al vast glashelder de verhoudingen door, waarin dat kerkschip tot de kerken zal staan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 juni 1897

De Heraut | 4 Pagina's

Ut de pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 juni 1897

De Heraut | 4 Pagina's