GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Het water des levens.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het water des levens.

4 minuten leestijd

Die dorst heeft kome en die wil, neme ^ het water des levens om niet. Openb. 22:17.

Dit is de laatste noodiging van den verheerlijkten Christus, die we in onzen Bijbel lezen.

Hij roept de velen tot Zijn heil.

Bij Hem is de fontein des levensi.

Laten dan alle dijrstigen komen lot de wateren. Die dorst heeft kom e.

Het eerst noodige, het eenig noodige is dorst.

Van nature hebben wij wel dorst naar da zonde, doch niet naar God.

Gretig drinken wij de vreugdebekers der aarde, het water van den dood.

De Heere Zelf moet ons dorstig maken.

Die dorst bestaat in een opreclit verlangen naar Jezus, in een sterke begeerte naar schuldvergiffenis, naar gerechtigheid, wijsheid, kracht, verlossing, heerlijkheid.

En in dit alles is het een behoefte aan God Zelf.

Gelijk de Psalmist zingt: mijn ziel dorst naar God, naar den levenden God. •'

Is er zoo in onze ziel verlangen gewekt naar het heil in Christus? Hebben we hem zoo van noode als de dorstige het water?

Die dorst heeft kome.

Waarheen?

Waarheen anders dan naar de bron.

Waarheen gaat het Verlangen van den afgetobden woestijnreiziger, wiens tong kleeft aan 'zijn gehemelte als de laatste watervoorraad is opgedronken? Als de moede kemels de koppen opsteken in den wind en iets opsnuiven van een frisch spankelende waterwei, waarheen repjpen zich dan dieren en menschen met hun laatste krachten?

Waarheen anders dan naar de bron, die lafenis belooft en geeft.

Zoo moet de zondaar, die dorstig naar gerechtigheid is geworden, niet moedeloos neer blijven zitten in de heete woestijn dezer troostelooze wereld. Neen, hij moet opstaan en komen tof de fontein van geestelijke zegeningen, die ontspringt met een stroom van leven aan den voet van Christus' kruis.

De Geest zegt tof Christus: Kom!

Maar de Geest zegt het ook tot den zondaar: Kom! Doch deze komo als dorstige, want voor dorstigen alleen is hier eeuwige lafenis.

En die wil, neme het water des levens om niet.

Lezen we dat wel goed?

Staat het er werkelijk dat die wil het water des levens nemen mag.

Dus; vrije wil? Wij kunnen toch zelf niet willen en niet komen en iiiet drinken?

Wij zijn toch onmachtig.

't Is waar.

En toch zegt God het: die wil, neme.

Maar, Hij zegt het tot degenen, die Hij dorstende gemaakt heeft.

En dat dorsten is willen van de lafenis, dat is komen tot de bron.

Door te komen en te willen en te nemen maken wij toch de fontein niet.

Van den Heere alleen is al de' kracht èn voor het willen èn voor het nemen.

't Is alles vrije genade.

Maar onze God laat ons hier opnieuw zien, dat in alle verbonden twee doelen begrepen zijn. Hij prikkelt ons tot geestelijke werkzaamheid. Hij ontneemt ons het oorkussen der valsche lijdelijkheid.

Velen laten hun ziel versmachten bij de TDron. Als zij komen drinken zij niet.

Alsof God zeide: die dorst heeft kome en smachte verder.

Maar het Woord zegt: die kome en drinke.

En dat om niet.

Zonder geld en zonder prijs wordt ieder aemechtige gelaafd, als hij maar ootmoedig, boetvaardig, geloovig tot deze heilfontein komt.

Wel is er een dure prijs voor deze verlo'ssing betaald. Want de Heiland heeft er Zijn dierbaar bloed voor gestort, ja. Zijn leven er voor gegeven in den dood. Doch Hij biedt Zijn verzoening aan om niet.

Ja, als ge nog iets van eigen verdienste mee zoudt willen brengen, zoudt ge daarmee to-onen geen waren dorst te hebben en ge zoudt tot de koele bron niet worden toegelaten. Maar armen en blinden, ellendigen en bedrukten, die hun ziel bij 't leven niet meer kunnen hOuden, die worden door Christus gelaafd en hun brandende dorst wordt gelescht.

Kom dan tot de bron, en drink om niet. Wie van dat water gedronken heeft zal niet dorsten in eeuwigheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 februari 1926

De Reformatie | 8 Pagina's

Het water des levens.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 februari 1926

De Reformatie | 8 Pagina's