GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

LITERATUUR EN KUNST

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

LITERATUUR EN KUNST

8 minuten leestijd

Nieuwe fioeken over Indlë.

ni.

Tot de boeken over Indië (die ik van de nieuweuitgaven-ter-bespreking in enkele artikelen samenvoeg) behooren ook een tweetal belletristische verhalen: „Vrouwen naar Jacatra", door A. den Hertogi) en „Men se hen in Mal.aise", door P. Korthuys.

De titel van het eerstgenoemde boek, die Jacah-a als plaats van handeling vermeldt, wijst uit, dat het verhaal speelt in ons historisch verleden: Jacatra was immers een van de eerste vestigingen der Oost Indische Compagnie en bestond tot 1619, toen J. P. Coen, die haar had weten te behouden tegen een overmacht van gezamenlijk aanvallende Engelschen en Inlanders (eind 1618), haar herdoopte in Batavia. Een verhaal over „Vrouwen naar Jacatra" moet dus een historisch verhaal zijn.

Toch is met de benaming „historisch verhaal" het boek niet voldoende gekarakteriseerd. En een juiste kaï'akterbepaling is uiteraard het eerstnoodige, zal men over een boek oordeelen.

De moderne vorm van het historische verhaal is die van de „histoire romancée" (over dien vorm heb ik in den vorigen jaargang een uitvoerige artikelenreeks geschreven en, aan de hand van onderscheiden proeven van het soort, de typeerende eigenschappen aangegeven). Maar tot deze „histoire romancée" kan „Vrouwen naar Jacatra" zeker niet gerekend worden. Noch in zijn bouw, noch in zijn stijl heeft het iets dat daarop gelijkt.

De oudere vorm van het historische verhaal is die van den „historischen roman". Hij dateert van den tijd der Romantiek en bestaat gedurende de tweede helft van de 19e eeuw tot over die grenzen van Tachtig, als de roman, die een historische stof bewerkt (men denke aan de boeken van Mevr. Bosboom, Oltmans, Schimmel, Adr. V. Oordt e.d.). Doch ook met dezen historischen roman vertoont „Vrouwen naar Jacatra" weinig of geen overeenkomst. Want diens wezen is romantisch verhalen van historisch gebeuren, d.w.z. het historische is hoofdzaak en slechts de omkleeding berust geheel of gedeeltelijk op fantasie (ik noem weer de boeken van Mevr. Bosboom, Oltmans en Schimmel en herinner er bovendien aan, dat de lichtvaardigheid van Jacob van Lennep in het omgaan met historische stof zijn, overigens zoo vlotte, verhalen in waarde bij die van de genoemde auteurs doet ten achter staan). En hier, in „Vrouwen naar Jacatra" is het historische stellig niet de hoofdzaak, maar onweersprekelijk: de 'fantasie.

Waar alzoo het boek evenmin histoire romancée is als historische roman en toch het historische naast het (overwegend) fantastische er element in is, daar lijkt het mij het best te qualificeeren als: een fantasie tegen den achtergrond van historische feiten: deze historische feiten vormen het decor, dat aan het fantasie-verhaal zijn kleur en ook zijn ratio geeft.

Een nadere argumenteering van deze gedachte brengt mij vanzelf tot de bespreking van den inhoud. Het historisch-feitelijke in den roman is het instituut der zoogenaamde „Compagniesvrouwen". In de eerste jaren van haar vestiging zond namelijk de Compagnie vrouwen naar Indië, ten einde dezen uit te huwelijken aan haar dienaren en tegen te gaan de voor haar prestige zeer nadeelige verbintenissen met inlandschen. De Jonge in zijn „Opkomst van het Nederlandsch Gezag in Oost Indië" en Tiele in zijn „Bouwstoffen", deelen dat mede, maar ze spreken met weinig waardeering over deze „Compagniesvrouwen". Tiele betitelt ze zelfs als „het schuym van den lande", wat er op wijst, dat het gehalte van de uitgezon-

204 denen veel te wenscheu overliet. Wanneer meii bedenkt, wat de mannen waren voor wie deze vrouwen als echtgenootcn waren bestemd, behoeft men zich daarover niet te verwonderen. , .Zeeroot' en ongebondenheid, moedwil en brooddronkenheid, muiterij en doodslag", zegt Prof. Blok iu zijn „Geschiedenis van het Nederlandsche Volk'', „waren onder hen aan de orde van den dag". Eerst in den tijd van Jan Pieterszoon C, oen trad verbetering in: hij regeerde met straffe hand; hij trad legen de „rauwe gasten", zooals hij ze zelf noemde, met kracht op en streefde ook ernstig naar verbetering op hel punt der uilzending van Compagiiiesvrouwen (sommige geschiedschrijvers vertellen, dat hij o.m. gepoogd lieeft de regenten van hel Amsterdamsche Burgerweeshuis te bewegen lot het „afstaan" van weesmeisjes).

Dit historisch materiaal nu omlrenl de Compagnicsvrouwen vormt den achtergrond van hel boek van Den Hertog. Hij teekenl verschillende van haar vertegenwoordigsters en ze beantwoorden volkomen aan de door Tiele gegeven qualificatie. Voorts geeft hij een beeld van het Indische leven van die dagen, van de toestanden onder de emplüj'é's der Compagnie, van het bedrijf, in handels- zoowel als in mililair opzicht. En ook cioel hij den gouverneur-generaal J. P. Coen zien als den ijzeren regeerder, die, soms hardhandig, orde op zaken stelt en evenzeer de gedragingen der Compagniesdienaren als die der Compagniesvrouwen onder strenge controle houdt.

Maar dit historische is voor hem uitgangspimt, gegeven zoo men wil, van een overigens gefantaseerd verhaal.

Zijn hoofdfiguur is Aletla Bruystens, Amsteridamsch weesmeisje, en, bij den aanvang, dienstbode iii't huis van den rijken koopman en bewindhebber Sinjeur Francken. Zij gaat met de „Dordrecht" als Compagniesvrouw" naar Indië, maar dien zwaren gang, zwaar, geliuge de ellendigheden, < Me ze aan boord meemaakt en de gevaren, die haar voortdurend bedreigen, doet ze uit liefde. De held van haar jeugd namelijk, Aert Gijsels, is in dienst der Compagnie naar Indië vertrokken en ze heeft hem nooit kunnen vergeten. Hem wil ze daar zoeken om met hem gelukkig Ie zijn: in hel vaderland heeft ze niets en ginds wacht haar alles. Als ze, na vele moeilijke maanden aan boord, eindelijk in Indië aankomt, vindt ze Aert niet, maar wel is er een zekere Jaspar Stevens, die aanstonds op deze uitzonderlijke Compagniesvrouw het oog slaat. Zijn liefdesbetoon is oprecht, maar hij vermag niet Alelta's genegenheid te winnen, omdat ze trouw wil blijven aan Aert, dien ze vroeg of laat toch nog hoopt te vinden. Wanneer echter Coen haar bestemt voor een hoogen ambtenaar en hij niet toegankelijk blijkt voor haar wensch, stemt ze toe in een huwelijk met Jaspar Stevens. Deze, door zijn huwelijk met een degelijke, knappe Hollandsche vrouw in aanzien gestegen en zelf een eerzuchtig man, maakt snelle promotie en zoo is Aletla na weinige jaren de echtgenoole van den „fiscaal" te Batavia. Maar ze kan Aert niet vergelen. En haar innerlijke onvrede leidt tot een crisis, als ze straks Aert terugvindt, een verworden soldenier, een rauwen dronkenlap. Ze ontmoet hem enkele malen in 't geheim en bijna voert dat lot een catastrophe. Te rechter tijd echter komt ze lot de bezinning, dat ze toch niets meer voor hem kan zijn en dat ze afstand moet doen van een ideaal, dat tot het verre verleden behoort. Aert, die dat ook begrepen heeft, zoekt dan bij een vijandelij ken overval den dood

... „Er was geen tijd meer om de musketten te laden... . Toen ging hij er alléén op af en hield ze juist lang genoeg tegen.... Alleen! Dat woord grift zich in Aletla's gedachte... De held van haar jeugd was een held gebleven.... tol hel laatste toe." ...

Uit dit overzicht van den hoofdinhoud moge blijken wat ik boven zei: dat het verhaal 't best is te noemen een fantasie tegen den achtergrond van historische feilen. Want Aletla's geschiedenis, romantisch en eenigszins idyllisch, is het eigenlijke van 't boek en 't overige is decor.

• Als we dan nu zoo het kaï-akter van het boek hebben vastgesteld, komt nu de \Taag naai' liet al of niet geslaagd zijn.

En dan kan zeker het oordeel gunstig luiden. Hoofdzaak zoowel als decor zijn levendig en frisch van kleur: de verteltrant is boeiend; de afwisseling rijk; de personen, ieder overeenkomstig eigen plaats in hel verhaal, goed geleekend. De Compagniesvrouwen eenerzijds, in haar kwalijk passen in den staal, dien ze hebben verkregen (voortreffelijk is dal b.v. afgeschilderd in het tooneel van den gala-avond ten huize van den gouverneur-generaal), Aletla aan den anderen kant, die in ieder opzicht haar tegenovergesteld is, zijn uitstekend getroffen figuren. En ook de mannen, Jaspar Stevens, Aert Gijsels, Geert de bootsman en v'ele anderen naast hen, zijn als dienaren van de Compagnie in hun onderscheiden aard en prestatie verdienstelijk uitgebeeld, 't Is grootendeels, indien niet alles, fantasie, maar dal fantasie-spel heeft, juist door den hislorischen achtergrond, reëele vormen. De gestrengheid van Coen (gedemonstreerd in hel fragment van den jongen officier, die een amourette begint met hel nichtje van den gouverneur), de bewogenheid van het Indische leven in die dagen, de bedrijvigheid in koopmanschap en machtsuitoefening, ze zijn alle historische werkelijkheden, in hun geest overeenkomend met wat de geschiedschrijvers, De Jonge, Tiele, Van der Chijs, van Meeteren, Klerk de Beus en anderen, meedeelen. En de fantasieomschepping van den Auteur heeft ze kleurigheid en levendigheid gegeven en niet van hun karakter beroofd.

De taal iu hel boek, vooral als de „rauwe gasten" aan hel woord zijn, alsook de sfeerj zijn ruw. In dat opzicht heeft de Schrijversfanlasie zich óók aangesloten bij de, niet anders te verwachten, realiteit. Daarom is het ook niet zonder meer aanbevelenswaardige lectuur. Maar als „nieuw boek over Indië" verdient het zeker de aandacht, omdat het een ongemeen gegeven op origineele wijze bewerkt.

De ruimte laat niet meer toe, hel andere bclletristische bock mede in dit artikel te bespreken. Over. „Menschen in malaise" dus D.V. de vol

gende week.

­ C. T.


1) Uitg. van A. W. Sijthoff's Uitg.-Mij, Leiden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 maart 1935

De Reformatie | 8 Pagina's

LITERATUUR EN KUNST

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 maart 1935

De Reformatie | 8 Pagina's