Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

UIT DE SCHRIFT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

UIT DE SCHRIFT

4 minuten leestijd

Opdat Hij 'haar Zichzelven heerlijk zou voorstellen Efeze 5:27,

De vreugde des Heeren.

De Gemeente denke zich toch de zaligheid niet als een geluk dat haar alleen zal tebeurt vallen, maar óók, ja vóór alles, als een ^Teugde die aan Christus bereid is; — het is de vreugde, die Zijn hart vervullen zal, wanneer Hij de volle uitkomst van Zijn werk aanschouwt.

Die uitkomst heeft Christus nog nooit volkomen gezien.

Hij heeft wel Zijn Gemeente van eeuwigheid liefgehad, en Zich voor haar overgegeven; Hij heeft haar gereinigd, en is aldoor werkzaam aan haar heiliging; maar h e e r 1 ij k, — zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, heilig en onberispelijk, — zóó hoeft Christus Zijn Gemeente nog nimmer kunnen aanschouwen, want zoo is zij nog niet. Zoo zijn de zaligen nog niet, wijl hun lichamen nog niet verheerlijkt werden. En zoo is de Kerk op aarde nog veel minder. Ook is het Lichaam van Christus nog niet volledig uitgegroeid. En daarom wordt de volle uitkomst van het werk des Middelaars, het ideaal d'at Zijn liefde Zich gesteld had, nog niet gezien. Dat zal eerst geschieden, wanneer, na de opstanding der dooden, de Kei'k in haar geheel in volmaakte gestalte Christus ontmoeten zal." Dan zal Hij haai' Zichzelven h e e r 1 ij k voorstellen. Dat zal Hij zélf doen. Het zegt ons, dat Zijn liefde tot den einde toe de Kerk blijft verzorgen. Die liefde heeft haar niet alleen gerechtvaardigd en geheiligd, maar zij bewerkt ook haar verheerhjking. Tot in de zaligheid toe gaat de arbeid en de trouw van die liefde voort. Christus zal Zijn bruid Zichzelven heei'Iijk voorstellen. Hij zal haar hand nemen, en haar lot Zich geleiden.

En dit zal dan Zijn vreugde zijn. Want dan zal Christus voor het eerst de volle uitkomst van Zijn werk zien. In de heerlijkheid van Zijn Kerk zullen dan al de krachten van Zijn bloed en Zijn Geesit aan den dag treden. De volmaakte vrucht van den arbeid Zijner ziel komt Hem tegemoet. Hij aanschouwt nu wal Zijn liefde beoogd had. In de stralende heerlijkheid Zijner bruid staat de schoonheid en de macht van Zijn eigen Middelaarswerk voor Hem.

Dit is de vreugde des Heeren.

En de vreugde der zaUge Kerk?

Zij zal boven alles hierin bestaan, dat die Kerk aan Christus toonen mag, hoe volmaakt en schoon Zijn werk geweest is. Welk een eer! De spiegel te mcgcn zijn der zon van Christus' liefde; aan Hem, die eenmaal Man van Smarten voor ons was, te mogen doen zien welk een rijJcdom van krachten in Zijn offer geschuild hoeft; het middel te zijn, om de schoonlieid van Christus aan Hemzelf te openbaren, en den Zoon des menschen daarin de reinste vreugde te geven. Ja, dit zal de zaligheid zijn; dit is het leggen van de kroon aan 'Jezus' voeten; dit is de eeuwige bevrediging van de begeerte der wederliefde.

Deze gedachte werke allereerst beschaming. Indien toch dit de einduitkomst wezen zal, — hoe behoorden wij ons dan daarheen uit te strekken met groot verlangen; en hoe behoorde ons leven nu reeds met die uitkomst in overeenstemming te zijn. Al is de volmaaktheid in dit leven niet te verJcrijgen, — dit mag ons toch niet slap en slordig doen zijn in geloof en heiligmaking; want dat zou strijdig zijn met de eeuwige taak der Kerk, om Christus vreugde te bereiden uit haar schoonheid.

En dan mag hier ook bemoediging opkomen. Wie, vanuit zijn schuldkennis en sü-ijd om in te gaan, zijn hope op Cliristus richt, die worde i^et ontmoedigd door gebrek en struikeling. Het zijn niet ónze krachten, die ons de volmaaktheid doen bereiken; — Christus zal Zichzelven Zijn Gemeenle heerlijk voorstellen. Op Zijn trouwe liefde dan het geloof gericht.

Maar dan ook onszelven onderzocht, of wij die liefde van Christus met ware wederliefde beantwoorden; of wij, vanuit een verbrijzeld hart, Christus aanhangen en begeeren te bezitten als onzen Zaligmaker; en of ons ideaal is, eenmaal van alle zonden gereinigd Hem vreugde en eer te brengen.

Indien niet, — dan roept nóg de stem van Christus' liefde, dat wij Hem zoeken zouden, om door Zijn bloed' en Geest gerechtvaardigd en geheiligd en verheerlijkt te worden.

V. A.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 oktober 1938

De Reformatie | 6 Pagina's

UIT DE SCHRIFT

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 oktober 1938

De Reformatie | 6 Pagina's

PDF Bekijken