Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

Verband en Verbond

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Verband en Verbond

6 minuten leestijd

(III)

In de inleiding, die ik een vorig maal voor u mocht houden, werd reeds toegelicht, dat het alle aanbeveling verdient, het Gereformeerd Sociaal en Economisch Verband toegankelijk te stellen voor allen, die, hetzij zélf een maatschappelijke positie bekleeden, hetzij, zonder dat dit het geval is, actieve belangstelling aan den dag willen leggen voor de behandeling der vragen op sociaal en economisch gebied. Bij deze laatste categorie hebben wij speciaal het oog op wetenschappelijke werkers, waaronder ook onze kerkelijke hoogleeraren en heeren predikanten, alsook de studenten. In één der vergaderingen van het V.C. is dit punt nog speciaal aan de orde geweest. Algemeen vereenigde men zich daarbij in het oordeel, dat ook deze laatste groep als volwaardig lid zou kunnen toetreden en dat voor het lidmaatschap van het Verband, wat dat betreft de begrenzing zoo ruim diende te worden gesteld, als zich verdraagt met reëele belangstelling. In deze V.C.-vergadering werd ook nog besloten, aan u kenbaar te maken, dat het V.C. het wenschelijk achtte, zulks in overeenstemming met van verschillenden kant gegeven aanbevelingen in deze richting, dat, wanneer uwe vergadering straks in de middagbijeenkomst, naar verwacht wordt, zal overgaan tot het verkiezen van een bestuur, daarbij dan zooveel mogelijk rekening zal worden gehouden met een paritaire samenstelling wat betreft het aantal leden, die als werkgever of als werknemer (om dezen niet geheel juist onderscheidenden, maar toch moeilijk door een beteren te vervangen • en voor een ieder overigens wel begrijpelijken term te gebruiken) een maatschappelijke positie bekleeden. De resultaten van het studiewerk van het Verband zullen zoowel in plaatselijk als regionaal en ook landelijk te beleggen vergaderingen aan de orde kunnen komen. Naar wij meenen te weten, bestaat er in twee plaatsen, Berkel en Groningen, reeds zulk een ondei> ling plaatselijk contact tusschen hen, die zich als lid voor het Verband hebben opgegeven. Dit voorbeeld moge ook elders navolging vinden.

Ter afsluiting van de toelichting op den opzet van ons Verband rest mij nog u verslag uit te brengen van de bespreking, die twee leden van het V.C. in opdracht daarvan hebben gevoerd met twee belangstellenden, die zich voor het Verband hadden aangemeld en van wie gebleken was, dat zij niet in kerkelijke eenheid leefden met de initiatiefnemers.

Zooals in de vorige vergadering van de zijde der initiatiefnemers reeds was opgemerkt en toen alge^ meenen bijval had gevonden in de vergadering, werd het noodig geoordeeld, met het oog op het feit, dat de kerkelijke scheiding haar ontstaan had gevonden in het voltrekken van kerkelijke vonnissen, op grond van zeer zware, gestelde overtredingen, alsook door een buiten het verband plaatsen van een Gereformeerde kerk, waarbij een breuk in de ethische verhoudingen was ontstaan, dat, alvorens wij elkander, als leden van het Verband in volle rechten, zouden kunnen aanvaarden, op den gemeenschappelijk gestelden en aanvaarden grondslag, die ook impliceert de ongebroken beleving van de gemeenschap der heiligen, welke, wij immers als onze roeping belijden, er vooraf diende te komen een opheldering ten aanzien van de positie over en weer, in de hoop, dat het mogelijk zou zijri, deze ethische verhinderingen op te heffen, en aldus den weg vrij te maken voor den arbeid, die gemeenschappelijk als noodzakelijk werd erkend.

Op 31 October 1950 had ten huize van den heer Jac. G. van Oord, die samen met ondergeteekende de commissie voor samenspreking van het V.C. vormde, een ontmoeting met de beide heeren plaats. In dit onderhoud, dat om 8 uur begon en tot na het middernachtelijk uur duurde, stelden wij onze bezwaren aan de orde. Aan het eind van het gesprek verklaarden beide heeren, dat zij erkentelijk waren voor de correcte en vriendschappelijke wijze, waarop zij waren ontvangen en de besprekingen met hen waren gevoerd. Van onzen kant konden wij eveneens verklaren, dat, al waren zeer ernstige bezwaren door ons aan de orde gesteld, het ons verheugde, dat de discussie op zulk een waardige wijze kon worden gehouden. Aangezien, zooals in onze uitnoodiging lag opgesloten, het initiatief aan onzen kant had berust, en wel bleek, dat de beide heeren niet hadden verwacht, dat hun zulke zaken zouden worden voorgehouden als door ons was gedaan, merkten wii van onze zijde nadrukkelijk op, dat het allerminst onze bedoeling was, een zekeren overmatigen druk op hen te leggen, of hen te overrompelen, zoodat wij overeenkwamen, dat, waar vwj, zooals één der beide heeren het uitdrukte „hun veel te denken hadden gegeven", zij beiden dit alles nog eens rustig zouden overdenken. Daarna zouden wij ten huize van één hunner elkander opnieuw ontmoeten. Op den datum, dien wij ons voor dit onderhoud hadden genoteerd, troffen wij op het opgegeven adres alléén één der beide heeren in diens woning aan. Het bleek, dat z ij een anderen datum hadden genoteerd. Een kort gesprek volgde, waarbij wij vernamen, dat de beide heeren bezig waren aan de opstelling van een memorandum over de met ons beoogde samenwerking en over de wijze, waarop 't werk aangevat zou kunnen worden. Heengaande overlegden de heer Van Oord en ondergeteekende, dat de gedachte van zulk een schriftelijk stuk inderdaad een goed en nuttig ding zou kunnen zijn, opdat dit zoo noodig ook ons verslag aan Uwe vergadering zou kunnen vergemakkelijken en vereenvoudigen. Op grond van deze overwegingen stelden wij van onzen kant ook een brief op aan de beide Heeren, waarin nog eens een zakelijke samenvatting werd gegeven van die punten, welke in onze eerste bespreking aan de orde waren geweest. Deze brief werd vervolgens verzonden. Na vooraf nog een telegram te hebben ontvangen, om

ons van het overeengekomen bezoek af te houden, ontvingen wij tot onze teleurstelling en verwondering spoedig daarop van één der beide heeren namens beiden een kort briefje, waarin men zonder meer constateerde, dat door ons de basis voor samenwerking was versmald, waarbij men ons eveneens zonder nadere argumentatie kortweg beschuldigde van een zwartwit-schema met den eraan toegevoegden wensch, dat God ons daarvan zou mogen verlossen. Dat was alles. Na dit schrijven vooraf formeel voor ontvangst te hebben bevestigd, 'werd in de eerstvolgende vergadering van het V.C. een concept-schrijven besproken en vastgesteld. Na verzending daarvan hebben wij van de beide heeren niets meer vernomen^). P. GROEN.

1) Op 2 Maart j.l. kwam bij schrijver dezes een brief van één hunner namens beiden alsnog binnen, waarin tot ultdruklcing komt, de wenscli tot contact met ons, waarbij men evenwel tevens doet blijken, liever niet op de door ons aan de orde gestelde zaken in te gaan en deze als een betreurden loop der dingen meent te moeten aanvaarden. Dit schrijven komt in de e.v. bestuursvergadering van het Verband aan de orde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 maart 1951

De Reformatie | 8 Pagina's

Verband en Verbond

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 maart 1951

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken