GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

UIT DE SCHRIFT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

UIT DE SCHRIFT

4 minuten leestijd

Een koning, die de armen in trouw recht doet, diens troon zal in eeuwigheid bevestigd worden. Spr. 29: 14.

D8 glorie van het koningschap.

Er is reeds heel veel over het komngschap gesproken. Velen hebben er geen goed woord voor over. Men verklaart het koningschap dan ook als opgekomen naar het recht van den sterkste. Men kan dan hoogstens waardeeren een popvilairen vorst of vorstenhuis. Het is gelukkig, dat de Bijbel ons betere dingen zegt van het koningschap. Het koningschap is van God. Hij heeft het aan de wereld gegeven. Hij heeft ook de roeping van het koningschap aangewezen, een laak, welke rechtstreeks verband houdt met deze zondige wereld zelf. In deze wereld leeft de streving van het menschelijk hart om alleen zichzelf het leven te gunnen, om zelf te genieten van wat de groote wereldlafel biedt. Men vraagt niet naar de wet -< i- '2 welke iedereen het leven garandeert, men is zichzeix de wet, omdat men zichzelf het leven bouwen wil. Dit moet nitloopen op een totale ruïne.

Maar God heeft het koningschap gegeven, en den koning toevertrouwd gerechtigheid te oefenen, en wel zóó, dat ieder het leven heeft, dat niemand vertrapt worde, dat geen mensch, zelfs de armste niet, leeft bij de gratie van den rijke, maar leeft bij de gratie van Gods wet. En de Heere heeft hem daartoe Zijn wet geschonken. Want alleen dan is dat mogelijk. Wie naar de wet Gods leeft, die kan gerechtigheid oefenen, die geeft ieder zijn plaats, die garandeert ieder — wijl hij rechtspersoonlijkheid bezit — het leven. Dat is de glorie van het koningschap in deze wereld. Gerechtigheid uit te oefenen naar de wet Gods, zoodat ieder het leven heeft, en niemand vertrapt kan worden, maar ieders leven opbloeien kan.

Gelukkig het land, dat zulk een koning bezit, en gelukkig de koning, die zoo zijn roeping vervult — want achter dit koningschap staat God, de groote Barmhartige, Die het leven verlossen wil, en Die door het koningschap van Jezus Christus ieder weer het leven garandeeren wil overeenkomstig de wet. Want in Jezus Christus zal het waarachtige koningschap weer gezien worden. In Zijn koninkrijk zal ieder het leven hebben, groot en klein, rijk en arm, ieder, die voor Hem buigt. En het rijke Messiaansche geschenk aan de wereld zal zijn het koninkrijk der gerechtigheid, waar ieder recht gedaan wordt, ook den armste, zoodat ieder het leven heeft tot in eeuwigheid onder de zon van Gods welbehagen. God zal dan ook den troon van Jezus Christus vastzetten in de hemelen tot in eeuwigheid. Zoo is het koningschap in deze wereld, wanneer het zijn roeping verstaat, schaduw van het koningschap van Christus.

En wie vandaag het koningschap uitoefent, en dat doet naar de gerechtigheid van het koninkrijk Gods, zelf buigende voor Jezus Christus, die is zijn volk tot een rijken zegen, want hij waarborgt ieder het leven, hij handhaaft de wet Gods. Hier heerscht dan ook niet het recht van den sterkste, maar het rechl van de wet. Zulk een koning is een rijk geschenk van God.

En zoo heeft ook het huis van Oranje het koningschap uitgeoefend. Daartoe van God zelf geleerd. In een langen strijd tegen harde tyrannic. En dat is het wonder van genade aan ons volk geschonken. En dat is de band, die ons met Oranje verbindt.

En dit koningshuis heeft ook de belofte in vervulling zien gaan: diens troon zal in eeuwigheid bevestigd worden. Het huis van Oranje heeft zijn glans behouden, wijl het vastgehouden heeft aan zijn roeping: gerechtigheid uit te oefenen naar de wet Gods.

En de hoop, die in ons hart leeft, is, dat dit koningschap in het huis van Oranje blijve, dat het zijn schoone traditie handhave: ieder, ook den armste, recht te doen naar de wet Gods, daarin buigende voor Jezus Christus en de gerechtigheid van het koninkrijk Gods. Dat zal gebeuren, wanneer in het huis van Oranje blijft de vreeze des Heeren, de erkenning, dat het koningschap van God is, en dat het zijn glans verkrijgt van Jezus Christus.

En wanneer wij deze week waarlijk feest gevierd hebben vanwege het geboren koningskind — een schoone gave Gods aan ons volk — dan moet dit in ons hart geleefd hebben: bewaring van het huis van Oranje met bewaring van zijn schoone traditie: het koningschap der gerechtigheid. Dit is.een schoone roeping. Haar vervulling is alleen mogelijk in Christus' krachten. Laten wij dan blijven, een ieder in het zijne. Het huis van Oranje in zijn koningsglorie: ieder het leven te geven naar de wet Gods; te regeeren, opdat niemand vertrapt worde onder de zon van Gods gratie. En wij leven uit de wet Gods om ons leven schoon te maken voor God door tegen de zonde te strijden en Hem ter eer te leven. En voorts met elkander niet vergeten, dat alleen Jezus Christus dit leven verlost en behoudt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 februari 1938

De Reformatie | 8 Pagina's

UIT DE SCHRIFT

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 februari 1938

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken