GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

HOOFDARTIKEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HOOFDARTIKEL

10 minuten leestijd

De typische verbinding „getuigen van Jezus Christus". — Het spraakgebruik van Lukas. — Getuigen van feiten. — Getuigen in een geding. — Getuige als mandataris. — Getuigen der opstanding. — Het spraakgebruik van Paulus.

Getuigen [in den Bjjbel.

III.

De vraag naar de beteekenis van getuigen in den Bijbel is eigenlijk een vraag naar den zin deï typische verbinding „getuigen van Jezus Christus". Wat we totnogtoe schreven, maakt de baan vrij voor een bespreking dezer verbinding.

We moeten daarbij onderscheiden tusschen liet spraakgebruik van Lukas, met dat van Paulus, eanerzijds en dat van Johannes anderzijds. Geen wonder dat hier ondeïscheid in spreekwijze is. Lukas is Hellenist en Johannes Gallleër. Lukas schrijft over de eerste dagen der kerk en Johannes over liaar laatste. De plaats in de eerste geschiedenis der Christenheid van deze beide mannen is verschillend en ook hun tijd.

We beginnen met Lukas, bij wien we telkens lezeii van de apostelen als getuigen.

Zij danken deze betiteling aan Jezus, Lk. 24:48, Hd. 1:8. De lieere stelde de elf discipelen, die na 't verraad van Judas van 't oorspronkelijk Twaalftal door den Opgestane weer veïgaderd waren, als getuigen aan. In Lk. 24 kunt ge vertalen: Gij zijt getuigen daarvan; en ook: Ge zult getuigen daarvan zijn. Maar Hd. 1 is de authentieke commentaar op Lk. 24. Daar zegt Jezus: Gij zult la-acht ontvangen, wanneer de HeiUge Geest op u komt, en gij zult mijn getuigen zijn in Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot aan het einde der aarde. Het woord is een opdracht; ' liet omschrijft dei taak der apostelen in de toekomst. Het zegt ook, dat zij door Jezus zijn aangesteld en dat zij Hem toebehooren; Hij' noemt hen Zijn getuigen.

Dit spraakgebruik, dat de apostelen getuigen noemt, is zoo belangwekkend', dat we het moeten analyseeren. Er zijn dan drie motieven te onderscheiden. .

Het ooggetuige-motief heeft jure suo den voorrang. Voor Joodsch besef heeft geen andere dan de oog- en oorgetuige recht van spreken. Christus' werk wordt herhaaldelijk in de evangeliën getypeerd als leeren en doen, als wat te hooren en te zien viel dus. Als Lukas Theofilus een inzicht in zijn bronnen geven zal, vertelt liij', dat hij kon teruggaan op menschen, die van het begin af het Woord met eigen oogen zagen en dienden, Lk. 1:2. In de geschiedenis van den Opgestane wordt het ooggetuigen-motief met nadi-uk naar voi-en gebracht: telkens worden de namen genoemd van hen. wien Jezus verscheen; vijftien maal heet het, dat Christus na de ojistanding door de zijnen gezien is; aan Paulus is overgeleverd, dat de Heel-e verschenen is, I Kor. 15. Voor den man, die in het Twaalftal de plaats van Judas moet innemen^ geldt de voorwaarde, dat hij in het gezelschap der discipelen moet geweest zijn al den tijd, dat de Heere Jezus in hun midden verkeeirde, te beginnen bij den doop van Johannes tot op den dag van Zijn hemelvaart, Hd. 1:21. Petrus dient zichzelf en zijn mede-discipelen aan bij Cornelius met de verklaring, dat zij getuigen waï-en van al wat Christus had gedaan, bepaaldelijk getuigen van Zijn opstanding, want zij haddeji met den Opgestane gegeten en gedronken, Hd. 10:39, 41. „Gij zult mijn getuigen zijn", zegt Jezus dus tot mannen, die recht van spreken hebben omdat zij dje feiben als oog- en oorgetuigen kennen. Jezus Christus is historische realiteit. Het getuigen van Hem is getuigen van feiten.

Maar — en dat is het tweede motief in den zin van getuige — het is getuigen in een geding. Oe getuige heeft beslissende beteekenis in het pro en contra van een juridisch proces. Welnu, Lukas heeft te verhalen, dat er een rechtsstrijd gevoerd wordt tusschen God en Zijn volk oveir den Clil-istus. Meestal voor liet forum van het sanhedtrin. De getuigen van Jezus moeten Zijn partij kiezen. Meermalen heeft Jezus de apostelen voorzegd, dat zij bij het volbrengen als predikeirs zouden komen te staan in het groote rechtsgeding, dat gaande is tusschen God en het ongeloof. Wanneer Joodsche en heidensche overheden hen als beklaagden dagen, moeten zij den Heere belijden, Mt. 10:32. Zij zullen het onbevreesd mogen doen, want in dat uur wordt hun gegeven, hoe of wat zij spreken zullen. De Heilige Geest zal in hen spreken. Precies zoo geeft Jezus bij de aanstelling tot getuigen de belofte van den H. Geest, Hd. 1:8.

Voor de kennis van het tweede, het forensische motief, is van belang de wijze, waarop! de discipelen als getuigen zijn opgetreden, n.l. als getuigen der opstanding. In het groote .rechtsgeding, dat wij aanduidden, was vooral het getuigenis der opstanding als argument krachtig. De pirediking van Petrus in de eerste capita van Hd. en zijn verantwoording voor het sanhedrin typeert de kwesties, die men aanvankelijk in Jeruzalem aan de orde stelde. De opstanding, zoO' zegt Paulus, I Kor. 15:14, geeft aan het apostolisch kerj'gma „zijn inhoud". Tol de stof van dit kerygma behoort voor Paulus en ook vooir de brionnan van zijn traditie behalve de opstanding in elk geval ook het lijden, en sterven en de begrafenis. Toch ware de prediking — zoowel die van Paulus als die in Jeruzalem — inhoudloos, zooi ze niet van de opstanding kon spreken. Alleen door de ppstanding krijgen het lijden en sterven van Christus beteekenis. De opstanding is Zijn publieke rechtvaardiging en overwinning. En zoo zien we de apostelen ojtreden als getuigen der opstanding. De man, die in Judas' plaats zal worden gesteld, wil Petrus aangewezen hebben juist als getuige der opstanding, Hd. 1:22. Petrus heeft dadelijk het programma van de apostolische prediking in Jeruzalem zien vaststaan. Hij heeft de situatie doorzien en geweten, waarover het conflict zou loopen en waarop de verkondiging van het evangelie van Jezus zich moest toespitsen. Hij had het oog op da twee leidende bewegingen in het Palestijnsche Jodendom van zijn tijd. De Parizeen geloofden niet in een opstanding van een gekruisigde, een gevloekte. De Sadduceën achtten elke beweging, 'die met een opstanding rekening hield, een ergernis. Slechts het geloof in de realiteit van de ppjstanding van Christus kon zich ontworstelen aan 'de heerschende opvattingen in den Joodsdhen kring.

Het derde motief in den zin van getuige is dat van het mandaat. Er zijn, wanneer men, volgens Hd. 1, Matthias kiezen gaat, meer getuigen van de opstanding van die ééne broeder, dien men kiezen ging om met de andere apostelen getuige der opstanding te zijn. Getuige der opstanding, in den specifieken zin, dien het woord bij Lukas heeft, is men krachtens o_pd!raeht. De q^postelen weidden door den eigen wil van God bestemd tot getuigen der opstanding, zegt Hd. 10:41. Zoo- 'doende vormen de getuigen een bepaalden kring. Alleen zij, die de taak om te prediken ontvingen, alleen de apostelen, zijn getuigen. H(et woord is exclusief.

Vandaar, dat Paulus getuige heet, O'ok van wat hij gehoord en gezien heeft, in denzelfden zin als de Twaalf dien naam dragen, omdat Jezus hem verschenen is, en hem uitdrukkelijk de O'pdracht om te prediken gaf, Hid. 22:14 vlg., 26:16. En dan blijkt ook weer, dat het de heerlijMieid van den opgestanen Christus is, die bij zijn getuigen na, ar voren moet komen. Paulus is getuige van Christus in den zelfden zin als de Twaalf. Dat ko'mt niét daarvandaan, dat Paulus over een gelijksoortige kennis en ervaring van Jezus' woorden 'cn werken beschikte als zij; maar dat is een gevolg van de omstandigheid, dat God reeds zeer spoedig de geschiedenis van het geloof en van de predij- Idng zoo heeft geleid', dat „getuige van Jezus" practiscli hetzelfde werd als „getuige van de oph s'tanding van Jezus".

We staan liier voor een enger worden der beteekenis van het woord. Onder invloed de'r gebeurtenissen in de oudste kerk is een zekere be^ perking in het gebruik er van gekomen'. In Hd 13:31 is getuige, zonder dat het er (vpzcttelijk bij vermeld wordt, toch getuige der opstanding. Een 'duidelijk spoor van die beteekenis-verenging geeft ook de benaming, die Stefanus draagt, Hd. 22:20, als Jezus daar spreekt over Stefanus, Mijn getuige. Was dat een vaste benaming: Stefanus, de getuige? Zooals men later van Johannes den Dooper sprak? Hoe dit zij, da, t Stefanus getuige wordt genoemd, heeft wel zijn grond in het verhaal, Hd. 7:55 vlg., dat hij na zijn verhau'delingi voor het sanhedrin de hemelen geopend zag en Gods heerlijklieid en Jezus, staande aan Gods rechterhand; en ook sprak van wat hij zag.

Er is weliswaar een zeel* oude opvatting, dat Hd. 22:20 van Stefanus als bloedgetuige spreekt. Hier en daar staat in de handschriften „eerste getuige", m.a, w. „eerste martelaar". Maar men mag in Hd. 22:20 geen andere beteekenis aan het woord geven dan het in het zelfde hfdst. in vs 15 heeft. Bovendien wijst het verband uit, dat Stefanus als getuige in gelijken zin als Paulus wordt bedo'eld.

Paulus heeft het zelfde spra, al{gebruik als Lukas in ons geval. Niet alleen wijst hij er in zijn brieven meer dan eens O'p; , dat hij 'den verrezen Christus heeft gezien en brengt hij de verschijning van Jezus aan hem in verband met zijn apostelschap, maar hij kwalifioeer't om die reden pok zichzelf en anderen aJs getuigen.

Immers, hij schrijft aan de Korinthiërs: .. iadieai Christus niet is opgewekt... dan Wijken wij ook valsche getuigen van God te zijn, I Kor. 15:14vlg.; en laij licht liet „valsche getuigen" aldus toe: want dan hebben wij tegen God in getuigd, dat Hij den Christus opgewekt heei^, dien Hij toch niet heeft opgewekt, als er geen dooden opgewekt worden. Paulus en de andere apostelen waren, blijkens deze woorden, met de boodschap van de opstanding als getuigen opgetreden. Deze voorstelling beheerscht het vers geheel. Wanneer de dwalenden in Korinthe gelijk hadden met hun gedachte, dat er geen opstanding der dooden is^ dan heeft dat verschillende consequenties, o.a. deze, dat dan Christus niet is opgewekt, wat weer tengevolge zou hebben een optreden van de apostelen, de door God aangestelde getuigen, met een boodschap, die in strijd was met wat God werkelijk gedaan heeft. Dan zouden ze blijken valsche getuigen te zijn. Maar als getuigen zijn ze in iedet geval aaiigesteld en opgietreden.

Als bij Lukas' spraakgebruik treft ons hier het motief van' den oog- en oorgetuige, dat van de forensische situatie — valsche getuige is een forensische kwalificatie — en het domineeren van de opstanding als speciale voorwerp van het getuigen.

Het , ", Gij zult mijn getuigen zijn", exclusief door den Heere tot hen gesproken, die Hij als ^.postelen van Jezus Christus aanstelde, is nu duideUjk. Getuigen van Jezus is het spreken van feiten jn een geding, op Zijn roeping.

Menschen, in hun waan, dagen God en Zijn Zoon uit en zetten zich over Hen als forum.

Do apostelen zijn als getuigen gesteld om van de feiten te spreken en aldus het onrecht van de ongeloofshouding aan te toonen. Elk forum, dat Jezus' werk veroordeelt en dan meent recht te doen, moet de feiten-vei*haleiide getuigen tegenover zich vinden. Ieder mensch, die zich van Jezus' aanspraken wil afmaken, in zijn ongeloof, vindt de feitenmededeeling der getuigen tegenover zich, opdat hij gelooven zou, en Jezus' werji rechtdoen op grond van een wettig getuigenis. Het getuigenis dringt op een beslissing, aan. Recht doen is bet laten gelden der feiten. Dp getuigen van Jezus Christus dienen Hem door hun prediking zoo op te zetten, dat zij de hooirders tot een uitspraak dwingt. Wie zich met Jezus bemoeat, moet zich door de feiten, die in het getuigenis aan heit licht komen, laten bewegen tot de belijdenis van Zijn naam. Dit is het typische in het spteken van Lukas en Paulus over getuigen van Jeizus Christus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 oktober 1939

De Reformatie | 8 Pagina's

HOOFDARTIKEL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 oktober 1939

De Reformatie | 8 Pagina's