GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Boekkespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekkespreking

3 minuten leestijd

Kees van Duinen: „De trap". Bosch & Keuning, N.V., Baam.

Het is een daad van piëteit geweest van Lidy van Eysselsteyn en Ido Keekstra, een bundeltje gedichten uit te geven van den vroeg gestorven, weinig bekenden diciiter Kees van Duinen. Schuchter, tot haast menschenschuw toe, was Van Duinen er niet de man naar, zelf zijn verzen te bundelen. Een paar gedichten werden hem bijna ontwrongen, en verschenen, vooral in Ontmoeting. Hij viel daar op als een zeer fijnzinnig dichter, van wien men groote verwachtingen koesterde.

God achtte zijn taak echter geëindigd. Op een kleine groep vrienden heeft hij een onvergetelijken indruk achtergelaten, voor de wereld was een schuw mensch gestorven.

En nu komt dit kleine bundeltje, keurig verzorgd. Kees van Duinen in het licht zetten. En wij hooren een christen spreken, soms stamelen, van zijn angst, zijn twijfel, zijn verlangen. Maar ook klinkt, hoewel zelden, de juichtoon op, als in het prachtige Pi-Hachirot.

De bundel ontleent zijn naam aan het laatste vers dat hij schreef, kort voor zijn dood. Het is anders dan de andere, moderner van vorm en klank. Luidde het een nieuwe periode in? Wij weten het niet. Nu bezitten we slechts dit weinige, maar het leert ons kennen een mensch, die worstelt naar God, in een wereld die hem beangstigt en kneust.

In zijn vers heeft hij zich kunnen bevrijden.

Zij, die dit mooie bundeltje koopen, zullen ervan genieten, omdat het zoo eenvoudigweg uit het hart geschreven is. En in dat hart glansde het goud.

G. Mulder: „In Prou TofoUe". T. Wever to Frentsjer.

Ook in zijn moedertaal, het Friesch, toont Mulder zich een uitnemend verteller. De snel zich ontwikkelende Friesche literatuur heeft ook behoefte aan het verhaal, dat de groote massa kan bereiken. Gemakkelijk is zijn Friesch niet, maar wel zuiver.

De opzet is aardig. Op oudejaarsavond vindt de administrateur uit zijn boeken, dat er een vrouw te veel stond ingeschreven en ondanks den buitengewonen avond, wil hij het jaar niet eindigen, zonder dat de zaak klopt. Derhalve gaat hij met de directrice aUe zalen rond. Zoo krijgt de schrijver de gelegenheid tal van patiënten en zusters de revue te laten passeeren. Weinig vreugde, veel leed, zoowel bij zieken als bij gezonden, gaat hij teekenen.

Boven allen uit torent de figuur van de directrice, een rechtschapen vrouw, die voor niemand of niets uit den weg gaat en volgens het oordeel, vooral van de dokters, eigenlijk te veel is in het ziekenhuis.

De oplossing, waarbij de directrice persoonlijk een brand bluscht, is niet het sterkste deel van het boek, dat ontroerende passages bevat. Voor echte Friezen een mooi boek — anderen zullen het niet kunnen lezen.

H. S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 14 juli 1951

De Reformatie | 4 Pagina's

Boekkespreking

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 14 juli 1951

De Reformatie | 4 Pagina's