GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

De wetenschap van den Logos - pagina 37

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De wetenschap van den Logos - pagina 37

Rede bij de overdracht van het rectoraat der Vrije Universiteit

2 minuten leestijd

31 want „elke soort van dingen heeft zijn eigen aard, die er door d é wet

der schepping voor bepaald is"; i) en de verbinding der

begrippen en hunne rangschikking, afdaling en opklimming geschiedde met volkomen juistheid en zekerheid. In den logos van den mensch spiegelde, in creatuurlijke

mate, zich zuiver af de

Logos, het Woord, dat in den beginne was bij God, door hetwelk alle dingen gemaakt zijn.

De logos alleen kent den Logos 2).

j

Een voorbeeld van de werking van dezen logos des menschen vóór den val wordt ons in Gods Woord verhaald: „want als de Heere God uit de aarde al het gedierte des velds en al het gevogelte des hemels gemaakt had, zoo bracht Hij die tot Adam om te zien, hoe hij ze noemen zou; en zooals Adam alle levende ziel noemen zou, dat zou haar naam zijn. Zoo had Adam genoemd de namen van al het vee en van het gevogelte des hemels en van al het gedierte des velds; maar voor den mensch vond hij geene hulpe, die als tegen hem over ware." 3) De Schepper verlustigt zich hier als het ware in zijn werk. 4) Adam moet, zouden we kunnen zeggen, zijn proefstuk leveren. En dat proefstuk bestaat eigenaardig juist daarin, dat hij moet' toonen, dat de logos in hem werkt naar de gelijkenis van den Logos zijns scheppers. God zelf had bij de schepping dag en nacht,' hemel, aarde en zee hun naam gegeven; tot Adam worden de dieren gebracht, opdat hij deze benoemen zoude. Uit het geheele verband, maar vooral uit de laatste woorden van het 20ste vers: „maar voor den mensch vond hij geene hulpe, die als tegen hem over ware" blijkt duidelijk dat Adam de dieren waarnam en door de waarneming terstond kende naar hunnen aard, en dat alsnu de innerlijke logos, de redelijke zelfbewuste ziel aan de verkregen ken-

1) Instit. 2, 2, 16. „Idque secundum uniuscuiusque generis propdetatem, quam ei creationis l e g e (Deus) attribuit. 2) „Res dei ratio; quia Deus omnium conditor nihil non ratione tractari intelügiquevoluit" zegt Tertullianus in zijne voor-montanistische periode, de Paenilentia § 2. 3) Gen. 2 : 19, 20. 4) Spreuken 8 ; 31 „en mijne vermakingen zijn met der menschen kinderen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 20 oktober 1891

Rectorale redes | 70 Pagina's

De wetenschap van den Logos - pagina 37

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 20 oktober 1891

Rectorale redes | 70 Pagina's