GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Van Bop en Bep en Brammetje. ¹)

Bekijk het origineel

Bladeren
+ Meer informatie

Van Bop en Bep en Brammetje. ¹)

8 minuten leestijd

'Wat zijn wiji^ psychologen, toch ongelukkige mten. |'p; jsche'n in vergelijking met den intuitieven. roman-"^''söhrijver, den dichter. De dichter brengt ons dichter bij de dimigen, vlak bij', zoodat we maar de oogen behoeven te openen en we zijn erin, heele. maal erin. We verliezen er ons in. Ik was zoo verdiept in dat boek, , idat ilp|iK|-meer wist waar ik was, zegt .men dan. • '''.

Ik lees maar zelden 'een roman, en dan bijna nooit heelemaal, woord voor woord. Maai' het romantisch verhaal van Biob en Biep en Bram'metje heb ik gieieeen, woord voor woord, herlezen woord voor woord en het was een stil genot, een blijmoedig geluk, een diepe ontroering.

Het boekje is een kinderboekje, een boekje voor kinderen en over Idnderen. Maar het is ook voor gjroote mienschen en ik 'kan niet laten om' den lezier er opmerkzaam op te maken en er iets van te vertellen. Och, als we nog een beetje levensfrischheid in ons hart 'hebben en we zijn niet een werk-en denlanac'hine, die zich voeden-moet miet donkere vragen, troebele antwoorden, gefiltreerde en geschematiseerde werkelijkheidsplaatjes, onnoozel, onwerkelijk, beduimeld, geef dan eens een half uurtje, geef dan eens uw geest aan dit boekje. Liees het op een winteravond in het warme _ lamplicht, lees het oip een zonnige zomermorgen buiten op de bank voor die deur. En als ge boos zijt of ontevreden of verdrietig, er zal een vriendelijke kalmte in uw ziel dalen, een stille klaarheid als een koele vijver in het bosch. En ge zult het aan nw vronw èn aan een vi'iend geven èn aan uw kinderen... En ge zult het later nog eens lezen en een kind worden met de kinderen, een oogenblik maar en dan weer gewoon zijn, een man, een vrouw in de moeite en zorg van het leven. Maar pr zal een vreugde even door u heengaain, een geluk en een ontroering, want uw oog heeft Kindervreujgde, Kinderleven gezien, en uw oor heieft stemmetjes gehoord , en snelle voetjes, en in : uw hart draagt ge iets m!ee, een zoete warmte, eien' zacht geluid, als een Lenteavond.

O! Ik hoior u zeggen: „Ja maar... mij dunkt, dat'wij toch niet... toch wel." Zwij'g, wat ik u bidden m; a^, met uw doiiTe beschouwingen, met uw principes en meenen en vinden. Gij hebt. ge-MK gij' krij, gt van mij gelijk, reeds voor dat gij uitgesproken hebt. Maaï wees nu stil en luister:

„Kijk!... Drie paar Mompjes. Die staan zóó maar^iin.. het bosch. Van wie zijn ze? r^^Kw^^iï^? '"

Ze zijn vast van drie Idndeirtjes. Kijk maar! Twee kleine klompjes zijin er bij... héél kleine klompjes.

En er komt een Hkker aanspringen, een dikice kikker. - .^iSfcsy:

Hij kijlct? OUeE''''groiO'te oogien en is erg nieuwsgierig. Hij' denkt: , „Wat is dat? Zijn dat mooie honten huisjes? ... I-k ga eens kijken." O, en dan springt hij erop. En dan kruipt hij! eiiu. En dan zit hij heel stil in dat donkeïe kamertje.

Maar de drie Idnidertjes, ... waar zijn ze toch? Die klompjes staan zoo heiel alleen.

En mijnheer de kikker zit heel deiftig iii zijn kamertje. ^.^sSi-

En 'tis heel stil in^Juef-'^Bosch."

Zoo begint het. Een natuur-stukje vol zon, vol leven en bovenal vol geheimen. Als bij eein echte rolman. Hoe zal het verder gaan met die klompjes, en die kinidertjes en dien kikker. Ik vertel het u niet. Gij moet het zelf maar lezen. Met de noodzakelijkheid van het gebeuren in de stoffelijke en geestelijke wereld ointwikkelt zich de relatie der dingen in een dichten samenhang met vele mogelijkheden van ontlïnooping , als in den besten psychoJogischen roman. Of laat ik het zóó zeggen. Het verhaal van de drie kindertjes heeft van begin tot einde riöaliteitskaraKter. Het is niet bedaciht of verzonnen, in elkaar gezet. Het is 'niet een besc'honwing of b'evinding van den schrijver, niet een gebeurtenis, een tafereel in stukken en brokken weergegeven. Maar het is een ongerept stukje natuuTwerkeÜjkheid voorzichtig benaderd, met teedero woorden op het papier gefixeerd, zoo teeder, zoo ragfijn en toch zoo sterk, dat ze de éénheidvan het tijdruimtel'ijke gebeuren net vasthouden maar niet doorsnijden, zooais al te klemmende banden doen.

Dit is nu dat realiteitskaralcber, die werkelij'kheidszin, . die vruchtbare verbeeMiagskracht, die iWaria Montessori met zoo veel intuitieve liefde voor het kind 'heeft bepleit. Ook wij kunnen daarmede, .oins nog opvoeden, ons erin verliezen. De werkelijkheid is altijd nog schooner en rijker, dan wat wijl in onzen armen groe^eligen geest bedenken.

Ik vertel u niet meer van het mooie boekje, zeide ik. Maar alleen nog even het slot. Want er is een slat aan. Een afsluiting, een vredige oplossing, een natuurlijke ontknooping. Onzegbaar eenvoudig en. ontroerend, als een vallend blad op een stillen herfstdag, als een schaduwlooze avond-Maarte. ' Luister:

„Nu is het avond.

"De maan schijnt achter den schoorsteen. 'De sterretjes pinlcelen in (Je lucht.

Kijk!... I3aar staan weer klompjes heel eenzaam voor de deur.

Van wie zijn ze? Van drie kindertjes. En waar zijn .ze nu, de drie kindertjes? O, •; -ai^; ? ^ii^^||^^lj: , |iang, leikker in hun bed.

Ze hebben alles verteld. Moe is wel eiig bang geweest. En ook wel een beetje boos. .Vader ook.

Nil niet meer. Nu zijn ze bli|. "'ffM^^'

Moe vroeg: „Ben je erg bang geweest'^ih h'et bosch? " Maar Brammetje zei: „De lieve Heer zorgt voor ik-ke!"

Ze hebben de krentenbroodjes lekker op'gesmull. Ze hebben hun avondgebedje opgezegd.

En toen zijn ze gauw onder de dekens gedoken. • Ze droiomen, al misschien.

Nu is het avond.

De maan schijnt achter den schoorsteen.

'De sterretjes pinkelen in de lucht. En buiten staan heel eenzaam de klom'pjes voor de deur."

Dat is de oplossing, rein en groiotsch als de werkielijkheid van mooie en goede dingen.

'De maan, de sterren, alles verteld, de krentenbroodjes, het avondgelbedje, misschien droomen, - — de eenzame klompjes. En dan de taal. 48 kleine bladzijden met weinig wooriden, .. getelde woorden. Hoe heerlijk zijn die getelde woorden in het proza. Niet één te veel, niet één te weinig. Diaarom heb ik Guidoi Gezelle zoO' lief en lees Thoimas a Kernpis zoo gaarne.

„Laten uw woorden geteld zijn" schreef Danle en Montessori plaatste het als motto boven een deel van hare opvoedkumde. En d'e menschen, onze onderwijsmenschen, zeiden: „ja^ maar het vertellen dan!"

Veel woorden zijn het bederf voor de jeugd. Weinig woorden miafcen diepen indruk, zij resoneeren in de ziel, doen haar de echo' i'n het hart beluisteren. Weinig woorden eischen geconcentreerde aandacht, stil, scherp' luisteren; actief denken.

BreedspraMgheid kweekt luiheid en oiok deze luiheid is des duivels oorkuissen. Want de geestelijk luie is de passieve, de wilsarme en daardoor geestelijk geïsoleerde, die door zijn gemis aan conlaet met de rijlce wereld buiten hem, eenzaam' in zich zdf, met zich zelf, blijft; zoodat de hoogmoed, wier kenmierk immers de ombuiging van gedachte, gevoiel en wil van den nnensch naar zich zelf toe is, meel' en meer het isolement bevestigt. .Daarom: laten onze woorden geteld zijn. En wie hierop antwoordt: „men mo'Ct dit maar kunnen" of „er is velerlei gave", zotoals. de dominee zegt, als men hem op een 'andere preekmethode wijst, dan vertgete men niet, dat een bepaalde wijze van handelen, een mode van zóó schrijven (en zóó preoken) niet oaitstaat door passief lui en hoogmoedig te staren op eigen gewoonte, eigen gemak, miaar actict en deemjoedig zich te geven , aan een ideaa«l, welks verweze'nlijkiaig men met „velerlei gave" najaagt.

Dan de woordkeuze m ons boekje. De herhalinig van klank en m'aat. Een paar voorbeelden van treïfende waarneming en kiindeiiijke schildering.

Brammetje... „liep hard. mee op zijn dikke beenen. Zijn tong stak met een puntje uit zij'n mond. Zóó hard lióp hij'."

En na het onweer:

„Aan de boomien hingen wel duizend droppeltjes. 't Waren net kleine, moioie knikkertjes vari zilver. Tik!... Tüc!... Tik!... ging het... Tik l... Tik... Tik... Dat deden de mooie droppehjes. Die vielen van de baomen op den weg en op de mand en ook op Brammetje zijn neus, toen hij even naar boven keek... Tik!.'.. Tik!... Tik!..." •

Maar meer verklap ik u niet van het mooie hoekje. Liees het zelf.

Alleen één paar woorden nog, een gedichtje', een zang, een litanie van den arbeid. D-ie wil ik geen enkel lezer onthouden. Want er trilt de arbeidsvreugde doorheen, waaridoor alle" dingen licht worden. Er' zit nog wei meer in, stille kracht. Ervaar het.

„Daar komt de dikke bakker aan." Hij heeft roode wanigen en hij' lacht altijd.

De vogeltjes zingen in de boomen hun mooie liedjes.

De bakker, hoort het. Hij wordt er vroolij'k van.

En hij gaat óók een liedje zingen.

Hij draagt een groiote mand aan zijh arm.

Die mand is heel zwagx; maar hij' voelt het niet. Hij is zoo vroolijk.

De zon schijnt fel. Het is heel warm; maar hij voelt het niet.

Hij zingt maar.

Hij beeft roode wangeai en hij la, öht altijd."

Dit is de litanie ter eere van den arbeid uit het • boekje van Bo'b en Bep en Brammetje.

Dit stukje is geen boiekbespreking en daarom zwijg ik oiver eenige kleine O'njüistheden. Ze storen kinderen niet en ook 'inij niet. Ook over de mooie plaatjes moet ik helaas zwij^gen.

Van n Bob^ei> lèêp eia Branunetje, door W. G. van ueTlulst, 5J|c& v; Ge'jikistreerd door ïjeerd Bottema. Uitgave van G. F. Oallen-•'''bach, Nijkerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 januari 1922

De Reformatie | 8 Pagina's

Van Bop en Bep en Brammetje. ¹)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 januari 1922

De Reformatie | 8 Pagina's

Bladeren