GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

School en tuchteloosheid.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

School en tuchteloosheid.

6 minuten leestijd

Op haar Jaarvergadering in Juni 1'925, besloot de Tucht-Unie een uitgebreid onderzoek in te stellen naar den omvang dér tuchteloosbeid in ons land en de middelen te overwegen, die tot verbetering zouden kuimen leiden, 't Spreekt vanzelf, dat ook de school ter sprake kwam en Sub-Commissie II kwam met een uitvoerig rapport over School en Tucht. Ik wil daarop dezen keer de aandacht vestigen.

Een der middelen, waardoor de school kan helpen, de tuchteloosbeid te bestrijden, is al dadelijk de lectuur. Dieren plagen, planten vernielen, ongelukkigen bespotten, zijn bezigheden, die in het leesboek worden afgekeurd en die in de betrokken lessen gewoonlijk hun gerechte straf vinden. Rijde schrijfvoorbeelden kan men zulke kiezen, die in korte regels vastleggen, wat betamelijk is in den omgang met planten, dieren en menschen. Waar een schooltuin is, kan men de zoi'gvuldige verzorging, die planten eischen, al zeer aanschouwelijk maken.

Misschien is de vraag gewettigd, of de school in deze riditing niet wat meer kan doen 'dan tot dusver het geval is. Men heeft wel veel gevraagd naar aangename leesstof, maar was ze O'ök wel altijd nuttig. Zijn de kwajongensstreken in sommige boeken niet wat al te verdienstelijk voorgesteld, zoodat ze, om het maar zacht te zeggen, wel wat tot navolging prikkelden.

Van veel belang is natuurlijk ook de tucht, die op de school gehandhaafd wordt. Men kan hier zonder twijfel naar twee kanten fouten begaan. De zoetsappige onderwijzer, die maar meegaat èn alles toegeeft en de leiding al gauw niet meer in handen heeft, is nog noodlottiger d.an de onderwijzer, die de teugels wat al te strak houdt. ^Baj'

laatstgenoemde slaat de bedwongen vrijheid, zoodra ze los komen, niet zelden om in bandeloosheid, 't Is, ol ze zich even moeten sohad.eloos stellen voor het tekort s& a vrijheid gedurende de schooluren. Maar daar tusschen in staat de man, die het jomgenshart kent, die de noodige vrijheid durft te geven, maar die toöh ook weer geen oogenblik aarzelt, om met gezag op te treden. Het kind moet respect houden. De vrije orde, waarvan sommigen voorstanders blijken, moet geen goed heenkomen zijn voor de onmacht om de orde te handhaven.

De Scliool met den Bijbel kan hier het kind wijzen op den wil 'Grods. Het belieft Hem, kinderen door grooteren te regeeren en daarom moeten ze gehoorzamen. Maar dit ontslaat den onderwijzer in geen enkel opzicht ook maa^-één oogenblik van zijn plicht, om de kinderen dat gehoorzamen door tact en vaste leiding gema*kkelijk te maken. D'e Jeugd heeft behoefte aan steun. Ze nemen ons niet kwalijk, wanneer we dien steun bieden, kunnen het zelfs w-el hebben, dat we daarbij een beetje streng optreden, als we ïnaar rechtvaardig blijven.

Ook buiten de school reikt de arm van den onderwijzer ver. Hij kan zich er van af maken met te zeggen: Ik doe in de school mijn best en daarmee uit. Daarmee is hij evenwel tegenover oaize samenleving niet verantwoord. Als de buren van de school klagen over de ruwheid van de schoolkinderen, dan moet de onderwijzer wel degelijk nota nemen van die klachten. Hij vindt daarin gereede aanleiding, met zijn jongens eens te praten, ze desnoods te straffen. Hij moet in 't algemeen weten, wat er opi den schoolweg gebeurt, mag daai' best eens naar informeeren. De school is voor hem om vier uur niet uit. Ik wil dit even met een voorbeeld toelicihten. Een wegwerker komt klagen bij het hoofd eener school, dat de jongens een heele stapel steenen, die voor de reparatie van den weg moesten dienen, inde sloot hadden gegooid. De onderwijzer brengt dat punt eens ter sprake bij de jongens uit de buurt en maakt hun duidelijk wat hun plicht is. 't Blijkt, dat ook jongens, die reeds van school waren, hadden meegedaan. Goed, dan moesten ze die ook ijxaar bewegen, de scha mee te herstellen. Een paar dagen later komt de wegwerker den meester "bedanken. De jongens hadden de steenen weer uit de sloof opgehaald en ze netjes op een stapel gezet. Zonder twijfel heeft zooiets ook voor het toekomstig leven van zulke jongens hooge waarde.

In dit verband mag ook gewezen worden op de onderlinge verhonding van de leerlingen van verschillende scholen. Hoe kunnen ze soms met elkaar vechten! Daarin hebben ook de onderwijzers met tact op te treden. Kleinzielige conourrentiegeest mag hier niet het hoogste wooi-d hebben. Men heeft elkander te aanvaarden en moet de kinderen leeren, in goede verstandhouding met elkander te leven. Van veel belang is hier de wijze, waarop de verschillende onderwijzers met elkaar omgaan.

Waar ook bij het openbaar onderwijs de ouderavonden in eere komen, kan nu wel in het algemeen gezegd worden, dat deze zeer geschikte gelegenheden bieden, om het vraagstuk der tuohteloosheid te behandelen. Heel wat onderwerpen kunnen hier in die richting worden behandeld. Denk b.v. alleen aan de vacanties. Daar zijn vele moeders in de groote steden mee verlegen. Men is dan ook in Amsterdam en Den Haag reeds begonnen met z.g. vacantie-scholen. Verschillende jongelui stellen zich beschikbaar, om vooral in de lange zomervacantie de kinderen bezig te houden op terreinen, die aan de buitenzij van de groote stad liggen en daarvoor worden gehuurd, of, door het stadsbestuur welwillend worden afgestaan. Dat werk verdient meer aandacht en medewerking.

Zoo kan er gesproken worden over Tehuizen voor schoolgaande kinderen, speeltuinen, schoolwerktuinen. Men zoekt de kinderen bezigheid te geven, , yoor zooveel het gezin - daarvoor zelf de gelegenheid mist. 'Die laatste voorwaarde moet er wel nadrukkelijk bij. 't Ci-eVaar is, dat het gezin zich maar gemakkelijk op zij laat zetten, zich ook niet meer inspant, om 'het kind iets te bieden. En natuurlijk, heel wat baldadigheid spruit voort uit een te groote vrijheid en - een te beperkte ruimte, een te veel aan vrijen tijd èn een tekort aan goed geleid en aangenaam werk.

't Is te hopen, dat het rapport van de Tucht-Unie de noodige belangstelling vindt en de nog sluimerende krachten wakker maakt, om zooveel mogelijk op elk gebied en met alle middelen de tuohteloosheid te bestrijden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 januari 1926

De Reformatie | 8 Pagina's

School en tuchteloosheid.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 januari 1926

De Reformatie | 8 Pagina's