GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Persstemmen.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Persstemmen.

12 minuten leestijd

Uit het verslag van de (Am.) „Wachter" lichten WO omtrent het verhandelde op de Chr. Geref. Kerk in Amerika nog het volgende:

Nederlandsche steua voor Canada.

Met dankbaarheid werd kennisgeving ontvangen, dat de Gereformeerde Kerken in Nederland 1500 gulden zonden ten bate van ons zendingswerk in Canada.

Vertaling van belijdenisschriften en gebeden.

Aangaande de vertaling van gebeden en belijdenissen (zie Agenda I, bidz. 93) werd besloten eene commissie te benoemen, om eene vertaling te bezorgen in idiomatisch Engelsch naar den tekst van Dr Rutgers, welke in 't algemeen erkend wordt de beste te zijn.

Huwelijksformulier.

De revisie van het huwelijksformulier (Hollandsch en Engelsch) werd opnieuw in handen van de bestaande commissie, met bijvoeging van Prof. Volbeda, gelegd, om op de volgende Synode te rapporteeren.

Het aangeboden huwelijksformulier geleek veel op dat, wat op onze Synode van 1923 was ingediend. Van het concept, dat thans te Arnhem op tafel komt, hadden de rapporteurs geen kennis kimnen nemen. Misschien heeft dit laatste op het besluit wel eenigen invloed geoefend.

Formulier voor bevestiging van Ouderlingen en Diakenen.

Een commissie werd benoemd, om de volgende Synode te dienen met een ontwerp van revisie van het formulier voor de bevestiging van ouderlingen en diakenen. Besloten werd, om voortaan uit dat formulier de volgende woorden weg te laten: „Die gestolen heeft, stele niet meer, " enz.

Waarom ook niet het formulier ter bevestiging van Dienaren des Woords aan de comniissie van revisie werd toevertrouwd, meldt het verslag niet.

De nieuwe vorm voor den eeredienst.

Vervolgens werd aan de orde gesteld de kwestie van den nieuwen vorm van eeredienst. Een breed en weluitgewerkt rapport werd ons voorgelegd en hoewel de tijd der Synode op 't einde liep en vele afgevaardigden hartelijk naar huis begonnen te verlangen, was er toch aanstonds en bleef er de noodige attentie voor de behandeling dezer zaak, waarover in 't verleden zoo veel is geschreven en nog meer gesproken.

Een levendige discussie volgde. Van beide zijden werd er vurig gepleit zonder schadelijke hartstochtelijkheid. De zaak is wel overwogen.

Daar waren, zoo meldde ons het rapport, instructies van acht classes, zes kerkeraden en tien afzonderlijke personen ter tafel. In alle die werd er gevraagd, dat het besluit der Synode van 1928 in zake den nieuwen vorm van eeredienst zou worden opgeheven of herzien. Op één na waren al de bezwaren gericht tegen den dienst der verzoening en meer bepaald tegen het element der absolutie. In onderscheiden instructies werden er ook bezwaren ingebracht tegen het besluit der vorige Synode, wat het kerkrechtelijke betreft. De Synode van 1928 overschreed hare bevoegdheid, ze had geen recht om de gewetens aan banden te leggen, de vrijheid der kerken behoorde erkend te vi'orden, enz. en bijna elke classis en kerkeraad, die over deze zaak eene instructie had, vestigde de aandacht op de beroering en tegenkanting, die ontstond als een gevolg van de poging om tot de invoering van den nieuwen vorm van eeredienst te verplichten.

Het standpunt der commissie van praeadvies kwam in 't kort hierop neer:

1. Wat het materiëele der kwestie betreft, was ze van oordeel, dat het feit, dat de speciale absolutie niet door de Schrift wordt geëischt, de ernstigste overweging der Synode verdient, ook met het oog op de onrust in de kerk, dat wat goeds er gevonden wordt in de onderscheiden elementen van den dienst der verzoening, ook altijd gevonden werd in de oude orde in wet, gebed en prediking; dat er een fout is in de idee zelf van een dienst der verzoening, dewijl Gods volk voor altijd verzoend is met zijn God; dat de wet tot Gods volk in den eeredienst komt, niet allereerst als een onderwijzeres der zonde, maalais een regel van Christelijke dankbaarheid; en eindelijk dat de vrees voor Romanisme en het gevaar van formalisme niet geheel zonder grond is.

2. Wat het formeele van de kwestie betreft, was de commissie van oordeel:

a. Dat kerkelijke eenheid wel eischt eenheid van eeredienst, zoowel als eenheid van belijdenis en kerkregeering, maar dat deze eenheid van eeredienst het niet per se noodzakelijk maakt, dat al de kerken een uniforme orde van eeredienst gebruiken.

b. Dat het Synodale voorschrift van een orde van eeredienst eene zaak is, waarvoor geen - waarborg is in de Schrift of in de Kerkenorde.

c. Dat het aanstonds toegestemd mag worden dat, andere dingen gelijk zijnde, uniformiteit in de orde van eeredienst wel gewenscht is en dat de Synode een beslisten dienst verricht, als ze arbeidt om den publieken eeredienst te verbeteren en deze verbeteringen aan de kerken aan te bevelen.

d. Dat het desniettegenstaande overgelaten moet worden aan het plaatselijke ambt, om in deze zaak te beslissen, geheel in aansluiting aan de beginselen, die onder ons algemeen gelden en rekening houdende met de behoeften der plaatselijke kerk.

e. Eindelijk, dat het feit, dat de Synode van 1928 een Orde van Eeredienst heeft voorgeschreven, kan op geen enkele wijze worden geconstrueerd als de bevoegdheid van de tegenwoordige Synode beperkende tot het herzien of wijzigen van zulk een besluit, indien de Synode overtuigd is, dat zulk eene actie noodig is.

Daarop werd het volgende advies door de commissie gegeven en door de Synode aanvaard:

Op grond van de argumenten, die aangevoerd zijn, adviseeren wij de Synode het besluit der Synode in betrekking tot de nieuwe Orde van Eeredienst (Acta, 1928, p. 55) te herzien op zulke wijze, dat:

1. De absolutie er uit weggenomen worde. Gronden:

a. De verzoende kerk van Christus heeft geene behoefte aan eene speciale absolutie, afgezonderd van de prediking, als deel van den dienst der verzoening.

b. De Kerk behoort niet langer verontrust te worden door het behouden van een liturgisch element, niet geëischt door de Schrift.

2. „Belijdenis van zonde of Boetpsalm (of beide)" veranderd worde in psalm van overgave en toewijding of boete. Gronden:

a. Het voornaamste antwoord van den Christen op de wet is .en behoort te zijn, dat van eenheid met Gods wil als uitgedrukt in zijne wet.

b. Het element van belijdenis is en behoort aanwezig te zijn in het algemeene gebed.

3. De Apostolische Geloofsbelijdenis worde weggelaten uit den eersten dienst. Gronden:

a. Zij komt hier voor als een deel van den dienst der verzoening en heeft daarom hare bedoelde liturgische beteekenis verloren door de weglating van de absolutie.

b. Ze wordt gevonden in de ontworpen orde voor den tweeden dienst en het is niet noodig, dat ze gevonden worde in beide, den eersten en tweeden dienst.

4. Dat de psalm (8) achter het Credo weggelaten worde. Gronden:

a. Daar is geen behoefte aan een psalm op dit punt in de orde, die wij voorstellen.

b. Hem te behouden zou twee psalmen vlak achter elkander geven.

elkander geven. 5. Verder adviseeren wij (de commissie van praeadvies) de Synode het besluit der Synode van 1928 te wijzigen:

a. Door de bepalingen op te heffen, die de bepa-. lingen van de nieuwe Orde verplichtend stellen. Deze worden gevonden in Art. 70, 5 (zie Acta, 1928, p. 60) en Art. 70, onder J (p. 61), en lezen als volgt: „Dat leeraars en kerkeraden aangespoord worden.de. noo-. dige stappen te nemen, om de nieuwe Orde van Eeredienst in te voeren, met dien verstande echter, dat de vrede en de welvaart in die kerken, waar er veel oppositie is, niet in gevaar worden gebracht. Terzelfdertijd zullen de classes de handen der kerkeraden sterken, door ze aan te sporen, speciaal door de kerkvisitatoren, om voortgang met deze zaak te

maken". De Synode spoort onze kerkeraden aan geene veranderingen in hun publieken eeredienst aan te brengen anders dan die besloten zijn in de Orde door de Synode aanvaard; en bepaalt hen met nadruk bij het feit, dat kerkelijke eenheid en getrouwheid eischen, dat al de kerken zich zullen confoi-meeren met wat besluiten er betreffende deze zaak genomen zijn, tenzij die bewezen worden in strijd te zijn met Gods Woord; en verder staat er op, dat de kerkeraden zich zullen onthouden van die in te voeren door onafhankelijke actie, maar hunne wenschen door de gewone kanalen bekend maken. Gronden:

bekend maken. Gronden:1. Het kan niet gesteund worden door gronden aan Schrift en Kerkenorde ontleend, dat het in de bevoegdheid der Synode ligt een specifieke Orde van Eeredienst voor te schrijven en hare invoering in de

kerken te forceeren. 2. Dewijl noch Schrift, noch Kerkenorde waarborg leveren voor zulk eene actie, behooren onze kerken

bevrijd te worden van de vrees van officiëele pressie door v/egneming van het element van dwang.

b. Door te besluiten, dat de nieuwe Orde van Eeredienst als gewijzigd tot de kerken komt met de aanbeveling der Synode en dat de invoering er van overgelaten worde aan de wijsheid van elke plaatselijke kerk. Gronden:

1. Het recht van de plaatselijke kerkeraden, om de beste belangen hunner kerken met betrekking tot de invoering eener Orde van Eeredienst in acht te nemen, is erkend.

2. Daar is voor de Synode een weg opengelaten middelen te gebruiken, om onze kerken te adviseeren en. te onderwijzen met het oog op het bereiken van eene mate van uniformiteit zóó groot als mogelijk en practicaal is.

Dezelfde commissie had ook te adviseeren aangaande het ontwerp van een nieuwe orde voor deri tweeden dienst des Zondags. Het volgende werd aangenomen:

De Synode legge deze Orde van Eeredienst onze kerken voor en verzoeke de kerken, die haar invoeren, te willen correspondeeren met de commissie voor verbetering van den publieken eeredienst, zoodat die commissie het voordeel mag ontvangen van hare wenken en kritiek.

Verder sprak de Synode hare waardeering uit voor het werk door die commissie verricht, dat geleid heeft tot de verhoogde belangstelling onzer kerken in liturgische zaken. De bestaande commissie werd gecontinueerd om haar werk aan de Orde van Eei-edienst - voor de tweede godsdienstoefening voort te zetten en een orde te ontwerpen, geschikt voor beide diensten op den dag des Avondnaaals.

Nu de orde van. eeredienst oofe op onze Synode ter sprake komt, is het interessant, kennis te nemen van wat de Synode der Chr. Geref. Kerk in Amerika dienaangaande besloot.

Voor breede aanteekeningen leenan deze „Persstemmen" zich niet. Anders zouden wij' ze op dit punt gaarne maken.

De Chr. Geref. Kerk had op 3e vorige Synode reeds ©en vorm van eeredienst aangenomen.

Daartegen rees echter sterk verzet.

Vooral conceatreerde die zich om de absolutie.

Ook viel het niet in goede aarde, dat a; an kerkvlsitatoren werd opgedragen, toezicht te oefenen, of deze vorm in de berken werd onderhouden. Het eerste kritieke punt heeft men laten vallen.

Het eerste kritieke punt heeft men laten vallen.

Dit valt te billijken om den 'tegenstand, het uitlokte. welke

We bejammeren het echter, dat men er prTn-•cipiëele gronden voor aanvoerde.

De vrees voor Romanisme speelde hierbij' geheel ten onrechte parten.

Wanneer worden we daarvan eens verlost?

De Synode had er gelijk in, dat zij dezen vorm van eeredienst niet opdrong, maar aan de vrijheid der kerken overliet. Doch tevens beval men hem sterk aan.

Verwacht mag worden, dat hij langzamerhand door de overgroote meerderheid der kerken aanvaard zal worden.

Uitbouw der belijdenis.

Geheel tegen veler verwachting in werd besloten, dat er van de zijde van onze kerken geen pogingen tot uitbouw onzer belijdenis zullen worden aangewend. (In Nederland komt die zaak dezen zomer ook voor de Synode der Gereformeerde Kerken. Een ontwerp is door eene commissie reeds opgesteld en zal de Synode worden aangeboden. Intusschen is dat ontwerp in vele bladen in Nederland aan kritiek onderworpen. Zelfs gaan er daar onderscheiden stemmen op, die uitbouw der belijdenis niet noodig en minder gewenscht achten. Zonder twijfel had dat alles in­

vloed op de stemming onzer Synode). Wel mag „De Wachter" schrijven: geheel tegen veler verwachting in.

Waar de verwachting van zoovelen werd teleur-"gesteld, zal hierover stellig niet het laatste woord gesproken zijn.

Ware de Synode van Arnhem gehouden vöór die van Grand Rapids, mogelijk zou het verloop anders zijn geweest.

Men is teveel afgegaan op de kritiek ten onzent en verloor misschien uit het oog, dat deze critiek opnieuw aan kritiek zal worden onderworpen.

Want inderdaad is deze kritiek zeer aanvechtbaar.

Prof. Du Toit over de uitbreiding van de belijdenisschriften.

Dr Du Toit schrijft in j, Diie Kerkblad"!:

Soos ons lesers weet is d' Gereformeerde Kerke in Nederland al ses jaar lank cffisieel besig met behandeling van die vraag of ons belydenisskrifte verder „uitgebou" moet word. Onder die punte wat daar deur die twee vorige sinodes genoem. is in verband met 'nmoontlike „uitbou", neem die belydenis aangaande die H. Skrif 'n eerste plek in. Vandaar dat die deputate ad hoc in hulle uitvoerige rapport aan die sinode wat binne enige maande in Arnhem vergader, opgeneem het 'n „Proeve" van 'n nuwe belydenis aangaande die H. Skrif. Die redakteur van ons Kerkblad het die „Proeve" voluit in 'n vorig nommer opgeneem; en dit is te hope dat ons lesers dit nie alleen aandagtig gelees het nie, maar dat huUe dit ook sal bewaar. Daarin tog kom kostelike dinge voor, uitsprake ook omtrent die ingewing van die H. Skrif. Wie na lig soek in ons tyd van stryd—'n stryd wat meer en meer gekonsentreer word rondom die Skrif as Woord van God—sal nie teleurgesteld wees as hy die „Proeve" aandagtig gelees het nie. Sulke besliste eg-Gereformeerde, eg-Skriftuurlike uitsprake het ons broodnodig, sal die verwarring onder ons nie altyd groter word nie.

Daarna maakt hij melding van het gevoelen van prof. Ridderbos.

En hij eindigt: „Intusschen is die „Proeve", soos ons bowe aangedui het, 'n merkwaardige ge tuien is teen iafdwalings ten opsigte van die H. Skrif".

Prof. Du Toit spreekt hier uit ervaring.

De Du-Plessis-zaak liep grootendeels over de leer der HeiUge Schrift.

Daarom hechten wij hooge waarde aan zijn oordeel: uitsprake (gelijk inde Proeve gebodenwordeni) HET ONS BROODNODIG, SiALI DIE VERWARRING ONDER ONS NIE ALTYD GROTER WORD' NIE.

HEPP.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juli 1930

De Reformatie | 4 Pagina's

Persstemmen.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juli 1930

De Reformatie | 4 Pagina's