GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Persstemmen.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Persstemmen.

10 minuten leestijd

Reformatie in de Gereformeerde Kerk van Hongarije.

Van plan om de belangrijke beslissingen der Synode van de Gereformeerde Kerk in Hongarije nader toe te lichten, vond ik in de „Kerkbode" van de Geref. Kerk van Amsterdam-Zuid een artikel van (Ds) C. J. S.(ikkel), dat nadere verklaring biedt en dat we daarom gaarne overnemen:

De vorige week kon men in de dagbladen dit verheugend bericht over de Hongaarsche Kerken lezen:

„De Gereformeerde Kerk in Hongarije heeft, na een beraadslaging van negen dagen, een herziening van haar kerkenorde aangenomen. Het presbyteriaanschsynodale systeem en de beproefde samenwerking van predikanten met ouderlingen en diakenen werd gehandhaafd. Daarbij werd uitdrukkelijk ingevoerd, wat voorheen inde Kerkenorde ontbrak, dat ambtsdragers en leden aan de belijdenisschriften voortaan gebonden zullen zijn; hierna werden als offioiëele belijdenisschriften vastgesteld de tweede Helvetische belijdenis en de Heidelbergsche catechismus.

Hiermee is dus de Hongaarsche Gereformeerde kerk in plaats van een vollcskerk tot een belijdeniskerk geworden en is daarmee overgegaan in het spoor van de Gereformeerde kerken in Nederland.

Het kerkelijk kiesrecht van de vrouw, dat reeds in de kerkenorde opgenomen was voor de vrouwen in gemengde huwelijken, werd nu nog uitdrukkelijk beperkt tot de vrouwen, die er bepaald om vragen.

In de organisatie van de „meerdere" vergaderingen werden in plaats van de conventie of synode de senioraalsraad en de districtsraad mgevoerd, de eerste de classis omvattende, de tweede de bisschopsdiocese.

De ambtsdragers (natuurlijk met uitzondering van de predikanten) worden voor 12 jaren gekozen. Een bisschop kan uit een andere diocese benoemd worden, mits hij een predikantsplaats in zijn nieuwe district zoekt en vindt.

Aangaande het aantal stemmen der kerken in de meerdere en hoogere vergaderingen, werd besloten, dat deze niet alleen bepaald zullen worden naar het zielental der gemeenten, maar ook naar de hoogte van haar geldelijk budget."

De hoofdzaak in deze reformatie der Hongaarsche kerken is stellig de gebondenheid aan de Geref. belpenis. Daar Icunnen wij niet anders dan met groote dankbaarheid van kennis nemen. Onder de laatste bepalingen zijn er, waarover in Nederland stellig het laatste woord nog niet zou gesproken zijn. Vooral de slot-mededeeling behoeft al heel wat commentaar uit de landshistorie, indien ze, vanwege de hardigheid der harten, aannemelijk gemaakt zou kunnen worden.

Doch net is ons niet te doen om de schaduwzijden aan te wijzen. Die vallen trouwens weg bij de groote beteekenis, die de principiëele beslissing heeft. Als formulieren van Eenigheid werden aangenomen de Heidelbergsche Catechismus en de latere Helvetische Confessie.

Daarop wilden wij een aanteekening maken.

Zooals „Helvetisch" aanduidt, is deze belijdenis met van Hongaarschen, maar van Zwitserschen bodem. Toch hebben de Hongaarsche kerken thans niet voor de eerste maal hun instemming met deze „latere Helvetische" betuigd. Dat geschiedde reeds op de Synode van Debreczin, den 24sten Februari 1.567.

Wie intusschen zou meenen, dat de Hongaren nimmer een eigen stem hebben laten hooren in het koor der Gereformeerde belijders, zou zich toch vergissen.

•Allereerst is er de ErlauthaJer belijdenis. Dit is een stuk, onderschreven door de kerken van Debreczin en omgeving, dat zijn ontstaan dankte aan de krachtige tegenwerking der Jezuïeten, die tegen het toen reeds overwegend Calvinistisch getinte protestantisme een contra-reformatie in het leven trachtten te roepen.

Dit geschrift is een geweldig boekdeel, dat door zijn omvang reeds ongeschikt was tot formulier van eenigheid te worden. Het beslaat, verkort uitgegeven, en klein gedrukt meer dan honderd en twintig flinke bladzijden. , , . .

In 1562 werd dit lijvig tractaat ter verdediging tegen de beschuldigingen, door de Jezuïeten ingebracht, aan keizer Ferdinand en koning Maximiliaan van Bokemen overgegeven. „., , , •

De opstellers, waaronder de getrouwe Peter Melius, en voorts de Hongaarsche predikanten, waren zich van de gebreken, die aan dit werk kleefden, bijna aan­ stonds bewust. Zij kwamen tot juister formuleering van het geloof der kerken door omwerking van Beza's: „Belijdenis van 't christelijk geloof etc". Deze omwerking, die eveneens in 1562 plaats vond, werd ds Hongaarsche belijdenis.

Het duurde echter maar kort, of het proces begon, waarin de „latere Helvetische Confessie", het oorspronkelijke belijdenisgeschrift verdrong, totdat het geheel de overhand behield.

Deze laatste belijdenis, die, reeds lang, en nu opnieuw bevestigd, ook de Hongaarsche' Gereformeerde kerken als geloofsformulier diende, is van zeer groote beteekenis, omdat ze in zulk een Jireeden jïring instemming verwierf.

Merkwaardig is de historie van dit symbool. Heinrich Bullinger uit Zurich had, toen zijn leven ten einde begon te nijgen, voor zichzelf behoefte aan rustige formuleering van zijn geloof. Zijn belijdenisschriften niet zelden geboren te midden van verdrukking en heftigen strijd, dit ontstond in groote rust en was vrucht van die bezimiing, waaraan een diep geloofsleven behoefte gevoelt. Had Bullinger aanvankelijk dit stuk voor zich alleen, hoewel hij er Petrus Martyr in 1562 reeds van deed kennis nemen, dit zou anders worden.

In 1564 heerschte in Zurich de pest, die ook den schrijver aantastte. Dit gaf Bullinger aanleiding te bepalen, dat zijn geschrift na zijn dood aan den magistraat zou worden overhandigd, opdat het getuigenis zou afleggen, dat de leer der Schriften zuiver was bewaard in de gemeente.

Nog was echter rijker toekomst voor dit geestelijk testament weggelegd.

Toen de keurvorst Frederik III van de Paltz in Zwitserland raad en bijstand vroeg in de moeilijke positie, waarin hij als aanhanger der Gereformeerde religie in Duitschland verkeerde, was Bullinger in staat door dit stuk, dat kant en klaar lag, aanstonds de gewenschte heldere uiteenzetting van het Gereformeerd geloof 'te geven. Het verzoek van den keurvorst was ook tot Geneve gericht. Trouwens ook in andere Zwitsersche kerken werd de behoefte gevoeld een hechter band van eenheid te scheppen. Men geraakte in besprekingen, waarvoor eenmaal zelfs Beza tot Bullinger te Zurich kwam. Na kleine wijzigingen werd door tal van Zwitsersche kerken instemming betuigd en aldus ontstond dit schoone bewijs van de eenheid der Zwitsersche kerken, dat nog meer beteekenis kreeg door de aanvaarding in Schotland zoowel als in Polen, in Hongarije zoogoed als in Frankrijk. Indien er dan ook eenig stuk is, dat het bewijs levert van de eenheid der Gereformeerde religie de wereld over, dan is het dit.

De belijdenis is gesteld in 30 artikelen. De omvang is echter driemaal zoo groot als onze 37 artikelen. Mij dunkt, dat de omvang dan ook altijd eenigszins een bezwaar blijft. Een kortere Confessie wordt dieper in het bewustzijn van ambtsdragers en gemeente ingeprent, biedt bovendien niet spoedig punten, waartegen in den loop der tijden gravamina zouden Icunneii worden ingebracht. Neemt men, bijvoorbeeld, de leer van kerk en Sacramenten, dan is die hier zóó uitgewerkt, dat dit stuk alleen den omvang onzer Nedeirlandsche Geloofsbelijdenis nog overtreft.

Wij besluiten deze aanteekening met den wensch, dat de beslissende stap door de Hongaarsche kerken gedaan, eeuwenlang van zegenrijken invloed moge zijn.

Hebbe de Reformatie aldaar verderen voortgang. Ook zien we met verlangen uit Hongarije zelf een uiteenzetting van de beteekenis dezer besluiten tegemoet.

De Gereformeerde Kerk in Gent.

Aan Gent bewaar ik oude herinneringen.

Toen ik predikant in Antwerpen was, waren de geestelijke belangen van de weinige Gereformeerden aldaar a: aa die kerk toevertrouwd.

Maandelijks trok ik er op uit, om in de woning van een broeder, die sinds overleed, catechetisch onderwijs te geven.

Vandaar, dat ik met meer dan gewone belangstelling de lotgevallen van de Gereformeerde Kerk aldaar volg.

Want na den oorlog heeft de Gereformeerde kern in Gent belangrijke versterking gekregen. De ambten konden worden ingesteld. Een predikant werd beroepen. Een kerkgebouw werd op eigenaardige manier eigendom der gemeente.

(Ds) B. W. G(anzevoort) vertelt daarvan in het „Maandblad ten dienste der Gereformeerde Kerken in België", dat vanuit Nederland allen steun verdient, het volgende:

Reeds spoedig mochten de broeders en zusters, tot hunne groote blijdschap, saamkomen in een eigen lokaal. Dit gebouw had ook zijn geschiedenis gehad:

Tevoren was het gebruikt geweest voor drukkerij, maar had ongeveer twee jaren leeggestaan. De olie van de drukkerij en het vuil van twee jaren waren voor de reinheid niet bevorderlijk geweest: Het gebouw was in zóó verregaanden staat van vervuiling gekomen, dat anderen, die het overigens goed hadden kunnen gebruiken, er van teruggehouden werden het te koopen.

Eindelijk hadden de communisten hier het oog erop geslagen, tot grooten schrik van de buren, en het zou aan hen komen, mits zij tijdig de koopsom konden betalen.

Zoo stonden de zaken, toen een paar van de gemeenteleden het gebouw ontdekten, bezagen, door het vuil heen keken, en het een zeer geschikt pand vonden. Het ging er nu om, of de communisten klaar konden komen of niet. En wat voor een van de buren een „mirakel" was, dat was het voor ons ook: zij hadden niet kunnen slagen. En zoo was de weg open voor de Gereformeerden. Met behulp van broeders in Nederland werd het gebouw gekocht, en toen werd door al wie in de gemeente handen had om te werken, de strijd aangebonden tegen alles wat met reinheid en netheid op gespannen voet stond.

Het hart des volks was om te werken (Neh. 4:6); zeer vuriglijk (Neh. 3 : 20) werden de verbeteringen aangebracht; zelfs de zusters en de dochteren (Neh, 3 : 21) hielpen dapper mee. Wat door de gemeenteleden niet kon worden gedaan, werd aan anderen toevertrouwd.

Het resultaat van dezen grooten en grootschen kuiscli was, dat er van onder vet en vuil een rein en schoon gebouw te voorschijn kwam, bijzonder geschikt voor ons doel.

Vóór aan de straat ziet ge beneden de kamer, die vroeger kantoor was on nu dient voor Kerkeraadskamer, studeerkamer, catechisatielokaal en 's winters voor de Zondagsschool.

Daarboven verheft zich de pastorie.

Achter dit voorgestelde gedeelte is dan de ruimte der Kerk, lang ± 17, 50 M. en breed ± 7, 50 M.

Deze ruimte was voor kerk als ingericht. Er waren eerst twee galerijen. De bovenste is echter aan het gezicht onttrokken door een glazen dak, dat de kerkruimte kleiner, en daardoor in den winter warmer, en in winter en zomer beide gezelliger doet zijn. Er is één galerij opengebleven, die rust op ijzeren pilaren. De benedenruimte tusschen de pilaren is nu met stoelen bezet, de ruimte onder de galerij is nog onbezet, behalve dan door de plaatsen voor de ouderlingen en de diakenen. Deze verdeeling van het kerklokaal maakt, dat we ons niet gevoelen als in een groote leege ruimte, terwijl er toch tegelijk gelegenheid is voor uitbreiding.

Een groot voordeel is ook, dat Kerk en pastorie in één gebouw zich bevinden. Gasten van hier of uit Nederland kunnen we daardoor na den dienst gemakkelijk ontvangen. Aan vele bezoeken bewaren we blijde herinneringen.

Dat we over ons gebouw misschien wat veel vertelden, ging vanzelf. Vooreerst door wat we ermee doorgemaakt hebben. En dan niet minder hierom: er zijn zeer velen in Nederland geweest, die door hun gaven ons in staat hebben gesteld van het gebouw te maken, wat het nu reeds is. Heel het gebouw getuigt van de liefde van de gemeenteleden zelf, maar ook van de liefde van zoovele anderen. Ook voor hen in het bijzonder is ons schrijven bestemd.

Een volgend maal hopen we dan iets ervan te vertellen, hoe we ook Gods rijken zegen mochten ervaren in het meer inwendige leven van onze Kerk.

Doordringe de Gereformeerde waarheid hoe langer hoe meer het land, waaraan de Nederlandsche Reformatie zooveel is verschuldigd.

Voor het „Maandblad" kan men zich abonneeren bij den heer O. de Leeuw, Hoogstraat 506, Klundert. Abonnementsprijs f 1.50 per jaar.

HEPP.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 1930

De Reformatie | 6 Pagina's

Persstemmen.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 1930

De Reformatie | 6 Pagina's