GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

DE DOORBRAAK EN DE NIEUWE VEREENIGING OP HET TERREIN VAN HET CHRISTELIJK ONDERWIJS.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE DOORBRAAK EN DE NIEUWE VEREENIGING OP HET TERREIN VAN HET CHRISTELIJK ONDERWIJS.

11 minuten leestijd

III.

„Trouw" heeft in haar artikelen „School en Doorbraak" van 22 Jan. en „School of Leeraar" van 14 Febr., stelling genomen tegen de aanwezigheid van socialistische leerkrachten op de Chr. Middelbare • Scholen.

„ De opvattingen dezer leerkrachten, die behooren •tot de aanhangers van de „doorbraakpolitiek" zijn in strijd met het karakter der Chr. School", zegt dit blad. „Sociahstische leerkrachten" zegt het verder, „werken als „vijfde colonne", als schijnbare medewerkers aan de zaak van het Chr. onderwijs, die zaak in werkelijkheid tegenwerkende, hetwelk unfair is, of men dat nu zoo bedoelt of niet."

Zoo is (het. Ik ben „Trouv; " dankbaar voor deze artikelen. Ik heb ze, en naar ik vermoed velen met mij met yolte instemming gelezen. Ze doen den naam van dit dagblad alle eer aan. Ik hoop, dat het protest van , , Trouw" zijn ujtlwerking niei zal m'": sen en dat de lezers de consequenties zullen • trekken.

Onze Chr. scholen en onze onderwijzers-en leeraarsvereenigingen moeten gezuiverd worden.

De socialisten moeten uit onze scholen verdwijnen. Ze hooren er niet. Ze moeten overstappen naar het Openbaar Onderwijs. Daar hooren ze thuis. Als ze het uit zichzelf niet doen, dan moeten onze besturen ingrijijen en onze organisaties moeten handelend optreden. Dat is ontegenzeggelijk verdrietig werk. Maar de nood is ons opgelegd.

Het moét! En als ze het toch niet doen? Dan moeten de leden het aan de besturen duidelijk maken en hen desnoods dwingen heen te gaan. Dan hebben ze zich het vertrouwen onwaardig gemaakt.

Onderwijzers of leeraars, werkzaam bij het Chr. onderwijs, die door toetreding tot de P. v. d. A. te kennen geven, het beginsel-program van die partij te aanvaarden, hebben daarmee de eenheid met hun collega's verbroken en met de daad van toetreding gezegd niet langer eensgeestes met hen te zijn.

De P. v. d. A. aanvaardt niet de normen van Gods Woord voor het politieke leven, ze erkent „de.menschehjke persoonlijkheid" en dat beteekent dat ze zuiver humanistisch is. Hoe zouden menschen, die lid zijn van de P. v. d. A. nu op het terrein van Onderwas en Opvoeding de H. Schrift kunnen erkennen als den eenigen genoegzamen en onfeilbaren regel voor al haar doen en laten, dewigl al de elementen eener waarachtige opvoeding in haar neergelegd zijn? Op 't een© gebied - dat van den Staat - het absolute gezag van de Schrift niet erkennen en op een ander gebied - dat van opvoeding en onderwijs - wel? Dat is een tweeslachtig standpunt en daarom caihoudbaar.

Durft men op één gebied tomen aan het gezag van den Bijbel, dan spreekt men daarmee uit, dat men de onfeilbaarheid van de Schrift niet aanvaardt en aulke menschen hooren niet in de Chr. school.

Ook in de redacties van onze schoolbladen moet een radicale verandering kcanen.

Er moét worden ingegrepen, vóór het te laat is.

Het gevaar van verdoezeling, dat altijd-bestaan/ heeft, is thans een feit geworden, getuige ook het artikel, dat de heer Tjoelker, voorzitter van de Vereeniging vian Chr. Onderwijzers en Onderwijzeressen in Nederland onlangs schreef in het Correspondentieblad.

Daar lezen we o.m.: „Er zijn er ook, die een school Christelijk noemen als er een Christelijk milieu geschapen wordt! Door lied en gebed, door onderwijs en leeraar! Al wordt er ook geen Bijb. geschiedenis of godsdienstleer onderwezen, omdat men vreest, dat er onder de ouders van de leerlingen een te groot onderscheid is in principe dan dat dit onderricht geen bot^ singen zou veroorzaken!

We gelooven, dat zulk een school wel een Christelijke genoemd kan worden, maar dat deze naam niet ten volle tot zijn recht komt, als niet uit den Bijbel wordt onderwezen. Naast sfeer moet er ook inhoud zijn in het onderwijs aan een Christelijke school. En in genoemde scihool kan sfeer aanwezig zijn, die op het Christeüjk karakter van de school wijst, maar we achten het beter, dat inhoud aan de lessen gegeven wordt, zoodat de leerlingen ook met den Bijbel zelf op de hoogte komen en iets van de waarde ervan leeren verstaan! Niet dat de Bijbel op school deze tot een Christelijke maakt! Er moet zeker ook een Christelijke geest en sfeer zijn

Tenslotte moet nog terdege opgemerkt, dat de persoon van den onderwijzer tot dit vraagstuk veel doet. Is hij Christen, dan kan hij zijn onderwijs altijd Christeüjk maken, zelfs op de Openbare School! Zoodat, als alle leerkrachten van zulk een school Christen waren in den zin van belijder, deze school door hun onderricht tot een Christelijke zou kunnen gemaakt worden!" Even later lezen we:

„Er is nu eenmaal - de geijkte onderscheiding tusschen Christelijk en Openbaar Onderwijs, aan Christelijke en Openbare Scholen! Maar, dat beteekent niet, helaas, dat alle onderwijs op de eerste dien naam verdient! En evenmin beduidt het, dat op de Openbare Scholen geen Christelijk onderwijs kan worden gegeven en soms ook wordt gegeven."

Tot zoover de heer. Tjoelker.

Een man, die zoo schrijft, kan zonder veel bezwaar de Christelijke school verwisselen met de Openbare. Op deze school kan immers volgens hem ook wel Christelijk onderwijs gegeven' worden, al blijft daar dan de Bijbel ook een gesloten boek. Dat begint bedenkelijk veel te gelijken op een. Christendom boven geloofsverdeeldheid. Hoe is 't mogelijk, dat Tjoelker zulke dingen, kan schrijven. Maar — nu verbaast het me ook niet meer, dat hij zich niet verzette tegen de toetreding van , , De Groote" bij het Anov, nu Anof.

Welk bezwaar kan hij er nog tegen hebben dat socialisten, die zeggen prijs te stellen op den Christennaam, lid zijn van „De^ Groote" ?

Snelle afloop als der wateren!!!

De oogen van onze menschen moeten geopend worden voor de gevaren, die onze scholen bedreigen ^van binnen en van buiten.

In het licht van al deze overwegingen moet U zien de oprichting van de nieuwe vereeniging, op 14 Dec. 1946, onder den naam van „Verbond van Voorstanders van de vrije Christelijke School (V.C.S.).

Art. 2 van haar Statuten luidt: •

Haar grondslag is Gods woord, naar den uitleg van de Drie Formulieren van Eenigheid. Zij erkent, dat de in. de Drie Formulieren van Eenigheid vervatte waarftieden het eenig juiste en onveranderlijke richtsnoer vormen voor alle opvoeding en ondervnjs. ^

En art. 4: Leden der vereeniging kunnen zijn:

a. alle werkers bij het vrije Christelijke onderwijs in al zijn geledingen;

b. alle andere voorstanders van de vrije Christelijke School.

De volledige Statuten worden u op verzoek gaarne toegezonden.

Opgave van nieuwe leden wordt ingewacht aan het adres van onzen voorzitter, den heer J. Abels, leeraar Chr. H.B.S. te Groningen, Radesingel 14.

Onze vereeniging telt thans plm. 50 leden. Meldt u aan als lid en helpt mee!

Het Bestuur is voorloopig. Ook de Statuten. Alles v/acht op uw aansluiting, want onze bedoeling is deze vereeniging, die nu nog gewestelijk is, om te zetten in een landelijke organisatie.

Strijdt mee den goeden strijd! Het gaat om het, voortbestaan van de vrije Chr. Shool in Nederland, waarvoor onze vaderen hebben gestreden, geleden en gebeden.

Het bestaansrecht van deze jonge vereeniging is reeds duidelijk gebleken! Wie kennis nam van het jongste prae-advies van het H.B. van , , De Groote", n.l. om de moties van de afdeelingen Kampen en Bedum af te wijzen, weet dat van deze vereeniging niets meer is te verwachten. Haar devies schijnt te zijn en meer en meet te worden: „Eenheid boven alles". Maar wie onder deze vlag vaart, koerst verkeerd.

Ik hoop een volgenden keer nader op deze kwestie in te gaan.

K. v. H.

S.S.R. EN DE GRONDSLAG DER DRIE FORMULIEREN.

II.

Het doel van de S-SiK, . is o.a. het instandhouden en bevorderen van het gereformeerd studentenleven. Om dus een steun te zijn, bij de tenuitvoerlegging van de taak van den gereformeerden student aan de Rijksuniversiteiten.

U hebt mij gevraagd naar die taak. Mijn antwoord zou heel kort kunnen zijn; die taak is gereformeerd te zijn; in leven en in studeeren.

Het eerste: in leven, is praotisch van het meeste belang. De studie aan de Rijksuniversiteiten, en dan heb ik vooral het oog op de faculteiten der geneeskunde en der wis-en natuurkunde, is zulk een uitgebreide vakstudie, dat tijdens deze studie voor christelijk-wetenschappelijk werk, uitgezonderd mogelijk voor een enkeling, vrijwel geen tijd overblijft. De studenten in de^e faculteiten vormen heden ten dage de overgroote meerderheid van alle studenten.

Het bevorderen van het gereformeerd studentenleven zal dus in de praktijk de groote taak van de S.S.R. zijn.

Gereformeerd studentenleven, dat beteekent in de allereerste plaats een leven van afgezonderd zijn.

De openbare Universiteit is in wezen onchristelijk' van een groot deel der studenten geldt hetzelfde. Beide vormen een deel van de wereld. De wereld nu is nooit neutraal; maar altijd vijandig. Wat uit God niet is, haat God. Hier is geen tusschentoestand. De positie van den gereformeerden Student aan de Rijksuniversiteit is te kenschetsen met die van het lam temidden van grijpende wolven. Wie God haat, haat ook degenen, die God liefhebben. De gereformeerde student leeft aan de Rijksuniversiteit in een perma-" nent gevaar. Hij wordt volgepropt met een massa kennis, die gespeend is aan alle christelijkheid; die vaak lijnrecht ingaat' tegen het Woord van God. Hij mist ecSiter vaak den tijd en de leiding om de mate van strijdigheid met het Woord van God serieus na te gaan. Hij heeft die kennis alleen maar in zijn hoofd te pompen, om die na eenigen tijd op een examen op te kunnen disschen. Dit beteekent een groot gevaar voor hem.

Maar hij verkeert ook temidden van een studentengemeenschap, die zich niet aan hem voordoet als een vijandige gemeenschap. Integendeel zij suggereert Ihem de mogelijkheid en de gewenschtheid van een eenheid, van een werkelijke eenheid. Hij moet lid worden van één civitas academica; daarvan zijn, volgens Kraemer, allen lid, die , , de Universiteit in haar wetenschappelijken en vormenden arbeid dienen". Waarmede zelfs de oud-alumni verbonden blijven! En alweer volgens Kraemer heeft zulk een „civitas-plan alleen vruchtbaren zin, wanneer het de uitdrukking is van een nieuwe opvatting van de beteekenis der universiteit, als een der kostbaarste cultuurorganen van ons volk, dat zich zijn eigendommelijke roeping en verantwoordelijkheid bewust is". Zulk een volk bouwt natuurlijk naar een bepaald schema, naar bepaalde grondbeginselen en normen. Daarom moet, volgens Kraemer ook de universiteit een bepaalden grondslag hebben. Daarom scfnrijft Kraemer: , , De Universiteit moet ook ds zedelijke en geestelijke vorming harer studenten in het oog vatten, evenzeer als de wetenschappelijke". En hij vervolgt: „Zonder karakter te hebben, gaat dat niet en dit karakter vindt zijn natuurlijke uitdrukking in een grondslag". En zijn collega Westrate verduidelijkt dit nog als volgt: , , Wil dé universiteit haar alumni vormen in de zoo juist bedoelde hoogere beteekenis, dan moet zij weten, waartoe zij hen zal trachten te vormen, m.a.w. van welke beginselen en idealen zij hen zal trachten te doordringen".

Ten slotte gaat Kraemer zóóver, dat hij schrijft: „De Universiteit, aldus voor haar doel willende meewerken "in den dienst aan de wetenschap en aan de vorming van waarachtige menschen, en overtuigd dat haar gansche arbeid in verbondenheid staat met een wereld van hooger orde en gezag, heeft haar grondslag in het beste erfgoed van ons volk, zooals dat door Christendom en Humanisme geformeerd is en in eerbiediging van den medemensch als een der kostbaarste uitingen vindt. Zij wil met volledige erkenning van ieders geestelijke vrijheid, haar drievoudigen arbeid verricibten in het besef, dat de zin des levens gevonden wordt in gehoorzaamheid aan waarheid, gerechtigheid en naastenliefde". Deze laatste trias kon letterlijk overgenomen zijn van een reclamebiljet van de Nederl. Volks-Beweging uit 1945, waarvan Krae-'mer hoofdbestuurslid was. .

Deze zelfde grondslag zou Willem de Zvsdjger, volgens Kraemer, in d^ Stichtingsacte gelegd hebben onder de Leidsche Universiteit. En hij zegt dan nog verder, in verband met deze Stichtingsacte: „In dezen, ondubbelzinnig naar 't Christendom en het Humanisme verwijzenden grondslag, komt geen enkele confessioneele gebondenheid tot uiting". En hij vervolgt: „Dat zou niet kunnen noch mogen voor een Openbare Universiteit. Het is geen godsdienstig, maar een cultureel credo, een bekentenis dat de Universiteit weet dat het beste geestelijke erfgoed van ons volk en van de universiteit geformeerd is door Christendom en Huïiianisme, waaruit steeds weer nieuwe krachten en schatten kunnen worden opgedolven".

Christus en Erasmus als gelijkgerechtigde leveranciers van levenskrachten naast elkaar.

Maar de Christen weet, dat Christus Zijn eer nooit aan een ander geeft of ook maar met een ander wil deelen. Hij eischt alles! Wie niet geheel en al vóór Hem is, is tegen Hem. .Dat geldt ook voor de Universiteit.

Daarom ook is de Leidsche Civitas-academica-gedachte ten eenenmale. onaanvaardbaai; voor den gereformeerden student. Hij zou in zulk een Civitas samen moeten gaan werken in het verbreiden van „beginselen en idealen" (zie Westrate) op een grondslag, die een verloochening is van Christus als den eenigen Zaligmaker.

En het is zijn taak, zich daar positief tegen teweer te stellen.

P. JASPERSE.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 26 april 1947

De Reformatie | 8 Pagina's

DE DOORBRAAK EN DE NIEUWE VEREENIGING OP HET TERREIN VAN HET CHRISTELIJK ONDERWIJS.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 26 april 1947

De Reformatie | 8 Pagina's