GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Het lidmaatsGliap van den Alg. Ned. Wlelrijdersbond  en van de Ned. Jeugd-Herberg-Centrale.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het lidmaatsGliap van den Alg. Ned. Wlelrijdersbond en van de Ned. Jeugd-Herberg-Centrale.

4 minuten leestijd

Ik ontving de vraag, of een christen Ud kan en mag zijn van den A.N.W.B. en van de N.J.H.C, die beide door loterijen hun organisatie trachten te versterken en te propageeren.

De vraag is nogal beperkt. Ze gaat uit van de veronderstelling, dat er voor een christen in 't algemeen geen bezwaar is tegen het lid-zijn van deze twee organisaties, maar dat het geoorloofde van dal lidmaatschap dubieus wordt door de bijkomstige omstandigheid, dat beide, door het organiseeren van loterijen, haar inkomsten zoeken te versterken en het Udmaatschap aantrekkelijk te maken.

Over de juistheid van deze veronderstelling heb ik niet te oordeelen. Gelukkig ook. Want, eerlijk gezegd, weet ik te weinig van deze organisaties af, om daar bevoegd toe te zijn. Alleen moet me toch de opmerking uit de pen, dat er tegen het Udmaatschap van de Nederl. Jeugdherberg Centrale, althans tegen hel gebruik maken van haar tehuizen, uit paedagogisch oogpunt, gelijk trouwens heel begrijpelijk is, voor ons, gereformeerde christenen nogal bezwaren zijn. In dien geest ' schreef daarover althans Dr Kraan, enkele maanden geleden, eenige artikelen in ons blad. In het voorbijgaan vestig 'ik daarop even de aandacht

Doch aangenomen dan, dat er in hel algemeen voor ons geen bezwaar is tegen saamwerking met deze beide organisaties, rest de vraag, of hel feit, dat ze loterijen organiseeren tot versterking van haar inkomsten, ons van het lidmaatschap moet terughouden.

Op die vraag nu, zou ik, hoe beslist ik ook het vonnis over loterij, dal er aan ten grondslag ligtj onderschrijf, niet zonder meer bevestigend durven antwoorden.

Zóó gemakkelijk mogen wij, christenen, het ons ten opzichte van dergelijke ingeslopen misbruiken niet maken. Althans niet tegenover organisaties, die — ik denk hier nu met name aan den A.N.W.B. — zulk een nuttig doel op het oog hebben, en van wier arbeid ook wij eiken dag dankbaar profiteeren.

Daarvoor moet ons de roeping om overal waar we kunnen het leven, ook het natuurlijke leven - te dienen, - te zwaar wegen.

't Zou best kunnen zijn, dat zoo'n misbruik als

de loterij een aanklacht tegen on; ? ~Wa'S~en een prikkel voor ons moest zijn, om ons, en liefst in zoo groot-mogelijken getale, en dan liefst heel spoedig, aan te sluiten.

Een aanklacht zou't inderdaad tegen ons zijn, als onze terughouding (bij 't genoeglijk profiteeren van den arbeid van den Bond) het importeeren van de loterij mogelijk had gemaakt; óf, als we, lid zijnde, niet ernstig hadden gepoogd dit kwaad te keeren.

In beide gevallen dragen we een verantwoordelijkheid, waarvan we niet af zijn met een vonnis en met onthouding.

Tot een ander vonnis dan over ons-zèlven hebben we dan geen recht. En 't zal dan een zaak van ernstige overweging bij ons moeten worden, of we niet door — liefst massale — aansluiting moeten trachten ons verzuim tegenover dit stuk nationale leven, zoo mogelijk, te herstellen.

We zijn geen christenen om, met de handen in den zak, anderen zich te laten uitsloven voor een of ander volksbelang, om daarna wat die anderen, buiten ons om, tot stand brachten, uit de hoogte te keuren, maar om, in verzet tegen het kwade, in gemeenschap met anderen het leven te dienen.

Anders komt het te staan, als er wèl in den A.N.W.B. van christelijke zijde, ernstig verzet is aangeteekend tegen de invoering van de loterij, maar de meerderheid geweigerd heeft voor dit verzet uit den weg te gaan. Toch zou ik ook in dat geval heengaan of onttrekking nog niet aanstonds den aangewezen, laat staan den geboden weg achten.

Zoo men niet gedwongen is persoonlijk aan de uitvoering van zulk een verkeerden maatregel mee te werken, zou men, naar mijn oordeel, lid kunnen blijven of worden, mits men nadrukkelijk — dat wil in dit geval ook zeggen: gemeenschappelijk — zijn protest daartegen indient, dit protest levendig houdt door het bij elke gelegenheid te herhalen, en middelerwijl z'n best doet, om door overtuiging en overreding het kwaad uit te bannen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 april 1934

De Reformatie | 8 Pagina's

Het lidmaatsGliap van den Alg. Ned. Wlelrijdersbond  en van de Ned. Jeugd-Herberg-Centrale.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 april 1934

De Reformatie | 8 Pagina's