GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

EVEN PARKEEREN.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EVEN PARKEEREN.

4 minuten leestijd

Gekroonde Hoofden.

Indien Psalm 103 niet van David was en niet lot dien Canon behoorde, zouden wij onsi misschien geroepen achten in broichin'es ^en artilieien tegen Id'en dichter te waarschuwen. Weiliöht zoiidien wij iliog ove'r het hoofd willen zien, dat hij er ©en afwijkende zielsbeschouwing op schijnt na te houden, immiers hij spreekt van zijn ziel en al wat binnen in iiem is. ' Maal- moeilijk zoudlen wij kunnen laten passeeren wat wij wel z, oudien moeten betitelen als ée verregaande eenzijdigheid van den dichter.

Zijn lied begint met: Loof den Heere, mijn ziel on zoOi eindigt het.

Natuurlijk is dat goed; ook wij doen zoO' „in onze beste oogenblikken".

Maar dat er nu in deze 22 verzen geen enkele maal staat: zucht mijn ziel, noch: beef mijn ziel of treur mijn ziel! dat scliijnt ons toch wel wa(t gewild optimistisch toe.

Het is al maar loven omidat wij geloioven en een loon van twijfel en bekommering klinkt hief geen oogenblik door.

David, zouden wij beleefd willen opmerken, U heeft wel eens op een betere harp gespeeld dan op 'dit éénsnarig instrument!

Deze Vel-bondspsahn „Hij heeft Mozes Zijn weigen bekend gemaakt, dten kinderen Israels Zijn daden" prikkelt en Irriteert ons wel een bieetje, is er dan niets anders dan Het Verbond?

Wel spreekt de idichter ook van zonde, maar hij schijnt alleen te weteii van vergeven zonden.

Loof den Heëre, mijn ziel, Die al uw ongerechtigheden vetgeeft!

Loof den Heere, mijn ziel, Die ons niet doet naar onze zonden.

Loof den Heere, mijn ziel, zoO' vör het ooisten is van het westen, dJoet Hij onze oivertredingen van ons.

Man naar Gods hart, gij zijt in dteen psalm geen man naar óns hart.

Ook schijnt de 'dichter geen oog te liebben voor het verschil tusschen de bedeeUngen van het hier en het hiernamaals.

Wel trilt van zijn harp even de weemoed over den mensch, wiens leven is als de grashalm en de bloem van één dag, maar terstond klinkt en jubelt daar weer de forsche geloofstoon: Yan laeuwigïieid tot leeuwigheid is Jehova mijn God! En termjl wij kleintjes spreken van dit jammerdal -- waarin wij ons overigens in het algemeen tamelijk wel kunnen schikken — zingt do heilige zanger Gods van de kinderen des Verbonds als van Ge- 'kroonden: Die ons leven kroont met goedertierenheid en barmhartigheden.

David, wij kunnen niet instemmen met uw lied, wij kunnen u niet bijvallen. Alleen vers 8 uit de berijming willen wij meezingen en zingende zullen wij medelijden hebben met onszelf.

Gekroonde Hoofden!

Ik zat eens in mijn bank tijdens ©en Avondmaalsdienst en de gemeente gttig langs mijn plaats om te gaan verkondigen den dood van Hem, Die ons leven is. Die gekroond werd met doornen, opdat wij het hoofd zouden opsteken en de eerkroon zouden dragen.

Daar ging mijn broeder óp met het groot© gezin en het Ideine steunbedrag en liij zong zoo enthusiast: Looft 'Hem voor zoo' menig blijk van Zijn heerlijk Koninkrijk

Was dat nu één van die Gekroonde Hoofden?

Daar ging mijn zuster, 'dii© een lieve huisvrouw Ihad kunnen zijn als de crisis niet gekomen was, was dit nu ©en der Gekroonde Hoofden?

Daar passeerde mijn vriend, met vele gaven versierd, maar idie niet de overwimiing had over zijn karakterfouten.

O, God! had ik wel willen snikken, het is niet iwaai-, dat jubelUed van David: „Die ons tooort met goederüereiiiheid en barmhartigheden." '

Maar David loofde, omdat hij geloofde. En wij, gelóóven wij wel?

Gelooven wij het evang©lie van Gods Verbondstrouw „van ©euwigh-dd en tot eeuwigheid"? Gelooven en prediken wij' het evangelie van het gekroond© leven?

Gelooven en prediken wij, dat de Goidlz, alig|hei|d ook de belofte heeft des tegenwoorddgen levens, ?

Neen, David, ditmaal houden wij het met het gezang en niet met den psalm.

En in dit jammerdal zingen wij van „het moede llioofd der vromen", dat, straks gekroond z, 'al wdrden.

Tenzij de Heilige Geest over ons komt Igelijk Hij kwam over u en het geloof in ons zingen gaat:

Van eeuwiglieid en tot eeuwigheid is Jehova mijn God!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1937

De Reformatie | 8 Pagina's

EVEN PARKEEREN.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1937

De Reformatie | 8 Pagina's