Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

LITERATUUR EN KUNST

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

LITERATUUR EN KUNST

7 minuten leestijd

Schippers op den Rijn.

Herman de Man: Aart Luteyn de andere. — Bosch & Keuning, N.V., Baarn. 1938.

Dat Holland een waterland was en nog is, zou men niet zeggen, als men moest afgaan op de literatuur. Ondanks de buitengewoon groote rol die het water speelt in het economische leven van ons land, ruimt de letterkunde slechts ; een klein plaatsje in voor boeken, die over het water handelen.

En toch, uit de weinige literaire werken die wij bezitten over onze schippers van de groote en de kleine vaart blijkt reeds, welk een eigen karakter dit deel der bevolking heeft. JDe bemanning van de zeilschepen en kleine stoombootjes, die in enkele boeken van Arthur van Schendel en Herman de Man beschreven werd, is een goedig slag menschen. Hun hoofdpersonen waren meestal zwaarmoedig en min of meer zonderling. Het leven in kleine gemeenschap aan boord van een schip, de betrekkelijk groote eenzaamheid, die veel tijd voor denken overliet, maakten dat hun gedachten meestal ronddraaiden ïu den kleinen kring van eigen belangen en zorgen.

Verleden jaar schiep De Man de figuur van Aart Luteyn, den rustigen werker, die zich van knecht wist op te werken tot kapitein op een beurtschip. De Lek en Zeeuwsche wateren waren zijn domein, tot de zorg voor ouderlooze neefjes" en nichtjes hem, den schipper in hart en nieren, naar den vasten wal deed verhuizen. Vluchtig hebben we toen reeds kennis gemaakt met verschillende leden van de uitgebreide familie Luteyn, allen schippers op de HoUandsche binnenwateren.

In zijn jongsten roman geeft De Man de levensgeschiedenis van enkele andere Luteyns, schippers op de Rijnvaart. Hun schepen zijn grooter, hun reizen gaan verder, hun kijk jls 'ruimer dan die van den ouden Aart Luteyn.

De titel van het nieuwe werk wekt eenige verwondering, als men bezig is te lezen. Immers pas midden in het boek ontmoet men voor het eerst Aart Luteyn, die ter onderscheiding van zijn oom .en naamgenoot, de Andere heet. De beide deelen van den roman hebben elk een eigen hoofdpersoon, maar beschrijven samen een Jangen tijd', waarop de ondertitel slaat: Rijnvaart. , Een tijds"ruimte van bijna honderd jaar ligt tusschen het begin en het einde van het verhaal, dat een eentoeid vormt, niet door zijn personen, maar doioi- hun beroep. Het belangrijkste gedeelte van de ontwikkelingsgeschiedenis der Rijnvaart, aanschouwelijk en levendig beschreven, trekt hier aan het oog der lezers voorbij. De stoere ondte'memingsgeest, de taaie volharding, de heldere, yooruitziende blik der Nederlandsche Rijnschippers, worden verpersoonlijkt in enkele leden der familie Luteyn. De nieuwe mogelijklieden die de oudere generatie zag, worden ten deele verwezenlijkt door het huidige geslacht. Het bedrijf van Aart Luteyn de Andere was nog slechts een gedeeltelijke vervulling van het ideaal van zijn overgrootmoeder Anne Margot Luteyn—Luteyn, de hoofdpersoon uit het eerste gedeelte van den roman.

Romantisch, gemoedelijk, is de sfeer van dit eerste gedeelte. Duitschland, in vele kleine rijkjes verdeeld, is economisch van weinig belang. De onderlinge naijver der aan den Pijn grenzende staatjes verhindert de uitvoering van de plannen der geniale ingenieurs, die den Bijn bevaarbaar willen maken tot Bazel, om een groot achterland voor den handel open te leggen. Maar verder dan de waterbouwkundigen ziet een vrouw, eigenaresse van een kleine rijnaak. Als vrouw kan zij geen schipperspatent krijgen, en nu neemt ; iij, die het vak beter verstaat dan menig schipper, en die het werk van een kerel ^an verzetten, een oud mannetje mee in het voorschip, om met zijn patent haar t© deliken voor de wet. En deze vrouw, ondanks alles, schipper op haar |aak „Vertrouwen", durft het aan naar een vergaderüig van mannen te gaan, geleerden en hooge autoriteiten, die nog opzien tegen een rivier-verbetering, om haar inzichten te toetsen aan het |hunne. Zij, de HoUandsche schippersvrouw, die avond aan avond over atlas en boeken gebogen zit pm nieuwe mogelijkheden voor de Rijnvaart te ontdekken, ontwikkelt voor een schranderen hoofdingenieur haar plan om den Rijn met de Saóne en de Rhone te verbinden, waardoor de rijnaken van Holland naar Marseille zouden kunnen varen langs veilige binnenwateren. Terwijl niemand nog verder durft te gaan dan de mogelijkheid van dit stoute plan te erkennen, ziet zij, de ondernemende HoUandsche, de verwezenlijking in de toekomst, en in vol ver^trouwen daarop noemt zij, naar de drie rivieren, haar nieuw schip „Rhosari".

Het is boeiend geschreven, dit eerste deel, „MarseiUe" geheeten, naar het ideaal van de hoofdpersoon. De opkomst der stoomsleepbooten, het begin der concurrentie van de kantoorschepen, die de kleine particuliere aken trachten te verdringen, heel het historische gegeven is levendig uitgebeeld. Waar een \TOUW zulke plannen heeft, wat hebben de mannen daarvan gemaakt?

Het tweede deel „de vervuUuig" .speelt jaren later. De jonge Aart Luteyn weet zelfs de geschiedenis niet van zijn overgrootmoeder. Met den ondergang van haar schip was de herinnering aan de flinke, plannenrijke schipper met rokken verbleekt tot een sprookje. Doch haar bloed spreekt nog in haar nakomelingen. Aart de Andere heeft haar energie geërfd en weet zich op te werken tot bezitter van de grootste rijnaak die ooit den Rijn bevoer. De Rijn is verbeterd, naar de plannen van den ingenieur uit Anne Margot's tijd, maar haar plannen zijn vergeten.

De jonge Aart heeft denzelfden drang in zich, als zij had, om den schippersstand omhoog te voeren. Groote schepen, machtige interieurs moep ten den schippers het leven veraangenamen, en hen in staat stellen zich met alle animoi te geven aan hun taak, zich te handhaven tegen de moordende concurrentie van de kantoorschepen, , den handel langs den Rijn te vergrooten, nieuwe perspectieven te volgen.

Het tweede deel beschrijft den kalmen tijd voor den oorlog van 1914, de zware oorlogsjaren, den wilden tijd van het laatste oorlogsjaar, wanneer de rijnvaart weer bloeit, maar de schippers htm eigen schepen verkoopen aan de kantoren, om met de hooge opbrengst te gaan speculeeren. Luteyn, het type van den rijnschipper, doet aan alles mee, trekt zich bijtijds terug, maar verliest toch nog zijn geld, omdat hij zijn enorm luxueuze, groote aak niet met voordeel kan bevaren, in de jaren van inzinking, die volgen op den onnatuurlijken bloei. Totaal geruïneerd verhuurt Aart zich als kok op een buitenvaarder en zoo bereikt hij Marseille, de droomstad van Anne Margot.

Zoo sluit het tweede deel prachtig aan bij he!t eerste, en is de schijnbaar zwakke constructie van het boek in werkelijkheid een stevig bouwsel. De droom van Anne Margot is wreed verstoord. Haar nazaat bereikt de stad van haar verlangen geheel anders, dan zij had voorzien. Maar men heeft haar weg niet gevolgd. Haar plan omvatte vrede tusschen de volkeren, een machtig Rijnverkeer door de samenwerking van Duitschland en Frankrijk. De mislukking van Aart's onderneming is het' gevolg van den oorlog tusschen die rijken, die zijn overgrootmoeder had willen vereenigen door haar kanalenplan. De tragische afloop verzwakt niet het krachtig ideaUsme dat

uit het boek spreekt. Het milieu, de menschen, het bedrijvige leven, het is alles goed gezien en uitgebeeld. De met Germanismen en zuiver Duitsche woorden doorspekte taal geeft een goede kleur aan het verhaal. Ten overvloede verontschuldigt De Man zich over dit gebruik van onzuiver Nederlandsch. Dit voorwoord was niet noodig geweest, want ieder, die wél eens iets van hem gelezen heeft, en dat is dus haast ieder, weet dat hij niet lot de slordige taaibehandelaars behoort. Integendeel, stilistisch is het boek goed.

Aart de Andere is werkelijk anders dan zijn voorganger. Het karakter van de hoofdfiguur is niet zoo minutieus geteekend, maar toch staat het duidelijk voor ons. Het mist geheel het kleine, bekrompen e, In het zelfde kringetje ronddraaiende; de jonge Aart denkt ruimer, ziet verder, is forscher. Hij past geheel bij zijn schip en zijb vaart. Zooals de oude Aart volkomen paste bij de kleine beurtvaarf, past Aart de Andere bij de grootschere Rijnvaart. De Man gaf weer een echt Hollandsch, frisch, nu idealistisch boek, ondanks de tragiek.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 september 1938

De Reformatie | 8 Pagina's

LITERATUUR EN KUNST

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 september 1938

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken