GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

EVEN PARKEEREN.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EVEN PARKEEREN.

4 minuten leestijd

Een Dispuut over de Genade.

De Evangelist Markus brengl ons midden in een dispuut over de genade (Markus 9:14—29). De eene partij in dit debat zijn de Parizeen. Van d.e T-'arizëen liebben wij ons Iiandig afgemaalct! Wij hebben ze lange gewaden aangetrokken, zware baarden onder de kin geplakt, een Mischna onder den arm gesclioven. Ook hebben wij hun een zeer breeden rug geschapen! Wij zoeken liet sinds lang niet meer in het gewaad en het gepraat, vv'ij hebben sinds eeuwen met Armlnius afgerekend, wie kan met zulk een afscliuw den naam van Pelagius uitspreken als wij! Ergo: wij zijn géén Parizeen, als het striemende: Wee u! klinkt, schuiven wij dat tevreden op dien voorzeiden breeden rug. Ach, mijn broeder, gij kent uw eigen hart wol barslecht, als gij niet bij ervaring hebt, dat gij nergens meer mee overiioop ligt dan met de genade! Ik weet het wel, met de historische hoeren, met de tollenaren uit een Platen-Bijbel, kunnen wij het goed vinden, terwijl wij met de historische 'Parizeen niets te maken willen hebben. Tocli is ons leven één op^ stand tegen het Heilig Evangelie en verlooctienen wij maar al te dikwijls de genade, schoon wij met den mond in Iiaar roemen. Zie daar dien bezeten lijder, slungelig voortsjokkend aan zijns vaders hand! Daar is verband tusschen dit levensleed en een levenszonde, oordeelen de Parizeen. Er zou naar hun opvatting- één mogelijkheid van redding voor dien ongelukkige bestaan, namelijk als hij er zich uit kon bekceren! Doch deze mogelij-kheid is hier afgesneden.

De discipelen hebben getracht door handoplegging den duivel te bannen, maar zonder resultaat. Ook zij hebben vergeten, dat hun gave de duivelen uit te werpen een genade-gave was, zij. hebben „gewerkt" en wij kunnen den vloek niet wegwerken. Daar staan zij nu voor spot, zooals de kerk veelszins voor spot staat in de wereld, bitter moet Idagen: Heere, waarom hebben wij niet gekund?

Hoe heeft Jezus onder dit alles geleden, hoc bedroeven wij Hem nog vaak door onze disputen over de genade. 'Wij hebben genade-in-rubrieken, het zij! als wij de genade maar meer geloofden! Het dispuut brengt den Heiland tot de smartkreet: O, ongeloovig geslacht, hoelang zal Ui. nog bij ulieden zijn, hoelang zal Ik u nog verdragen! Jezus behandelt ons ongeloof niet met de verschooning, soms bijpa gelijkend op een bedekte hulde! waarmede wij haar plegen te ontzien. Daarop daalt de Heiland met den Vader in de diepte des lijdens af: hoe lang is het nu al, vaider, dat uw kind'zoo lijden moet? Jezus heeft onze smarten niet weggetooverd met een glimlach, Hij heeft ze gedragen. Let nu óp, gij discipelen, hoe uw Meester de duivelen uitwerpt, hoe Hij Zich één maakt met het lijden en met den lijder! Maar, wat is dat? Gaat Jezus nu zelf de genade beperken? Krijgen de Parizeen toch gelijk, krijgt Pelagius zijn kans en Arminius eerherstel? Want, zegt de Heiland niet tot den vader: Vriend, gij moet u er uit-gelooven? Helaas, zoo verstaan wij het menigmaal. Ei- wordt dikwijls ongeloovig over het geloof gesproken. Zóó ongeloovig, dat wij hier bijna het woord van Paulus zouden - aaiiwenden: Als het uit genade is, dan is het geen geloof^ anders is de genade geen genade meer. En als het uit het geloof is, dan is het geen genade, anders is het geloof geen geloof meer! Daar is soms een toepassing der waarheid, waarbij het schijnt alsof ons geloof pas de genade effectief zou maken.' Een goed lezen vaii deze geschiedenis kan ons echter voor zulk een averechtsche conclusie bewaren. Jezus trekt Zijn handen niet van dit ongelukkige Idnd af. Hij Zelf — niet de vader! — is het die spreekt: gij, stomme en doove geest, Ik beveel u ga uit van hem! Wat de Heiland wèl doet, het is den vader bewegen mede zijn trillende handen naar het kind uit te strekken. Het is zooals bij een ernstig-zieke, bij een stervend kind, bij een doodelijk-bedroefde van ziel. Als wij met hen in gebed gaan, dan neiöen wij soms hun handen in de onzei als oim hen te bewegen mèt ons God aan te roepen. Zoo beweegt Jezus den vader zich üi het geloof te veroenigen met de genade Gods. Zijn uitroep: ik geloof. Heer! houdt niet ia: ik probeer het, ik waag het! Neen, het wil zeggen; ik zie het! het licht breekt door! Gij zijt waarlijk de Cliristus, de Heiland der Wereld! Gelooven is geen zelfbewustzijn van vroomheid of bekeering, gelooven is bewustheid van Christus!

Samen zijn ze gekomen, vader en zoon. Een zielig stel!

Samen zijn ze gegaan, vader en zoon. Een zalig paar!

Omdat ze bij Jezus geweest zijn. Dat is het antwoord van Jezus op der menschen

dispuut over de genade..

op der menschen N. B.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 oktober 1939

De Reformatie | 8 Pagina's

EVEN PARKEEREN.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 oktober 1939

De Reformatie | 8 Pagina's