GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

GEESTELIJKE ADVIEZEN.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEESTELIJKE ADVIEZEN.

5 minuten leestijd

Een onzer jonge lezers vraagt me raad in een geval, waarin er velen mèt hem verkeeren.

Hij werkt op een groot kantoor met een vrij| talrijk personeel. Op een paar uitzonderingen na is heel dat personeel ongeloovig en lid van deii) Protestantenbond. Op zichzelf reeds een niet begeerlijk milieu voor wie niet vreemd is aan de vreeze Gods. Doch nu komt daarbij, dat de zucht tot vloeken, spotten met het .heilige en, honen van de fijiien onder deze menschen epidemisch werd. Onze briefschrijver getuigde daartegen, verzocht vriendelijk, dat men, zoo men er voor zichzelf geen zonde in zag, dan ten minste om anderen niet in hun heiligste gevoelens te krenken, het vloeken en profaneeren zou trachten na te laten, 't Mocht echter niet baten. Eer deed het het kwaad nog verergeren. Klagen bij de Directie geeft weinig kans op beter resultaat, omdat Directeuren zijn als het personeel. De betrekking opgeven heeft velerlei bezwaren; finantiëele en ook andere.

Onze jonge vriend vraagt nu wat hem staat te doen.

Hij legt me daarmee een uiterst moeilijke kwestie voor. Het is hier als in zooveel gevallen: ^om een gedecideerd advies te geven, zou men van Allerlei op de hoogte moeten zijn, dat uit de verte moeilijk voldoende te kennen is; zou men vooral ook , den persoon van den klager van nabij moeten kennen: zijn wijze van optreden, zijn geestelijke draagkracht, enz.

Nu moet ik daarvoor een beroep doen op' de zelfkennis van den vrager.

Ik raad hem in de eerste plaats, zich door de vruchteloosheid van zijn protesten en verzoeken te laten dringen tot de vraag, of hij door zijn wijze van optreden daartoe ook aanleiding gegeven kan hebben. In delicate gevallen als dit kan ons dat zoo licht overkomen. — Van heel veel beteekenis is al dadelijk de manier waarop men als belijder in dergelijken kring zijn entree deed. Begon men — zeer verklaarbaar — onder den indruk der tegenstelling tusschen zichzelf en zijn nieuwe omgeving, met zich aanstonds, door schuchter optreden of door een gereserveerde houding, scherp af te teek enen tegen dien kring; verried men vrees voor conflicten of zekeren weerzin tot collegiale aansluiting — dan was daarmee al aanstonds veel bedorven. Dan had men daardoor al dadelijk een stemming gemaakt, die weinig hoop liet, dat een eventueel getuigenis of verzoek , een goede plaats zou vinden. Een frank en vrij optreden, een opgewekte, vriendelijke en collegiale gedraging is bij de intrede in een ons geestelijk niet sympathieken kring van 't grootste belang. En wie in dit opzicht in den beginne in gebreke 'bleef, moet zich haasten dezen misslag zoo spoedig en zoo afdoend mogelijk, te herstellen. Jozef in het huis en in de gevangenis van Potifar blijft daa.rvoor het klassieke voorbeeld.

In de tweede plaats hebben we bij een teleurstellende uitkomst ons af te vragen, of de 3vijze, waarop we opkwamen tegen vloeken en spotten, wel de juiste was. De preekvorm heeft daarbij weinig kans van slagen. Elke indruk van hoogheid en zelfgenoegzaamheid schuift voor ons woo-rd den grendel op de deur. Alle geprikkeldheid en scherpte in ons woord lokken nieuwe profaneeringen uit. En onberekenbare schade doet hier ook het vestigen van den indruk, dat het ons daarbij meer om ónzen persoon gaat, dan om de heiligheid van den Naam en het Woord Gods. De wereld heeft hier fijne voelhorens.

In den regel vindt een woord in onbevangen eenvoud, op vriendelijken toon, uit drang van liefde tot Gods eer en — op het juiste oogenblik gespro'ken, een betere plaats dan men verwacht zou hebben.

Het groote geheim van alles is ook hier, dat we ons-zelven niet voorop stellen, maar verloochenen, d.w.z. overgeven 'VOor de eere onzes Gods. En dan: het bidden voor die ons vloeken!

Maar, ook dan blijft het mogelijk — want de wereld is vaak zeer onredelijk — daf we stuiten opi onbeschaamden moedwil.

En, als dat de ervaring van m'n briefschrijver was; zou ik hem raden, zich wèl, maar lalleen als uiterste remedie, tot de Directie te wenden. Het is altoos bedenkelijk, van te voren vast te stellen, dat dit toch niet baten zal. Behalve dat onze God alle harten in Zijn hand heeft, zijn er toch ook voor een Directie overwegingen, die haar hier, al was 't ook niet van harte, konden doen ingrijpen.

Baat ook dat niet — dan kan heengaan plicht worden, Maa, r dan altoos onder uitdrukkelijke vö? klaring van wat er toe dwong. Zulk een motiveering voor de aairvrage om ontslag is dan een protest en aanklacht, die voor de toekomst nuttig kunnen werken,

Toch besluite men niet te haastig tot dezen stap. Wie er toe komt, moet hem kunnen doen met een goede conscientie, d.w.z. hij moet voor God verzekerd zijn, dat liij ernstig en trouw zijn roeping trachtte te vervullen in den • kring, dien hij verlaat. Hij vergete niet, dat hij; er kwam door Gods ]; )estel. En dat hij er ^gebracht werd opdat hij er anderen ten zegen zou^zijn. W|ij, christenen, zijn van de lieden der wereld niet af met hun den rug toe te keeren.

En wat de vraag betreft, wanneer de tijd gekomen is om heen te , gaan, spreekt dan ook nqg iets anders mee. Ik bedoel .dit, of we innerlijk jal of niet bestand bleken tegen de invloeden, die in een goddelooze omgeving op ons uitgaan. Ondervinden we daarvan geen schade in ons eigen geestelijk leven — worden we er integendeel door gedrongen tot méér gebed, tot dichter leven bij onzen God en tot grooter waakzaamheid — dan is er niets, dat ons haast moet doen maken.

Doch heel anders komt het te staan, a, ls we door langer te blijven geestelijke schade zouden beloopen. 'Dan hebben we fen , ^lotte onze ziel uit te dragen als een buit.

Deze gedachten geven we onzen vrager en .allen, die in gelijke moeilijkheden verkeeren, in overweging.

De Heere sterke ze in hun vaak zoo moeilijken strijd, en doe ze overwiimen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 oktober 1924

De Reformatie | 8 Pagina's

GEESTELIJKE ADVIEZEN.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 oktober 1924

De Reformatie | 8 Pagina's