GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

PROF. Dr K. SCHILDER

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

PROF. Dr K. SCHILDER

8 minuten leestijd

19 December 1890 - 23 Maart 1952 De Hoogleraar

Zelden zal er tussen een Hoogleraar en de inrichting, waar hij aan arbeidde, een band zijn geweest als er bestond tussen Prof. Schilder en de Theol. Hogeschool te Kampen.

Als kamper jongen is hij in de schaduw van deze school opgegroeid.

Als student heeft hij aan haar zijn opleiding genoten.

Toen hij als mens, als Dienaar des Woords, als man van wetenschap tot volle ontplooiing was gekomen, werd hij (dat was in het jaar 1933) aan haar benoemd als Hoogleraar, opvolger van zijn oud-leermeester. Prof. Honig. Bij zijn benoeming was het zó, dat hij, wegens zijn capaciteiten, voor ieders overtuiging, de als vanzelf aangewezen man was voor de leerstoel in de dogmatiek.

Dr Dijk, wiens naam naast de zijne werd genoemd, heeft zich, als ik mij niet vergis, eigener beweging teruggetrokken, in eerlijke erkenning van de geschiktheid van Dr Schilder boven die van hemzelf.

Hoe goed herinner ik mij nog de dag van zijn inauguratie.

In de rede, die toen door hem werd gehouden over het onderwerp: „Het archetype-ectype schema in de theologie" bleek terstond, dat men in Prof. Schilder te doen had met een man van diepe gedachten, ook een zelfstandig denker, die zijn leerlingen zeker niet critiekloos zou voeren langs oude, gewende, afgetreden paden, maar die, zich houdende aan Schrift en Belijdenis, er niet tegen op zou, zien, om, waar dit nodig zou blijken, , .heilige huisjes" uiteen te slaan, , , gangbare meningen" te bestrijden en nieuwe wegen te wijzen.

De verwachtingen door deze rede gewekt zijn later niet beschaamd.

Zonder iets af te willen doen van de capaciteiten van de andere Hoogleraren, durf ik zeggen, dat Schilder van het begin af zich heeft bewezen te zijn de „primus inter pares".

Hij zette zijn stempel op de School.

Door hem kreeg de School een eigen wetenschappelijk karakter, werd zij een inrichting van betekenis in de wetenschappelijke theologische wereld in ons land en daarbuiten.

Helaas bleek het leven in de Gereformeerde Kerken zulk een man, zulk een werk niet te kunnen dragen.

Zozeer had men zich vastgebeten in en onderworpen aan , , gangbare theologische meningen", dat een man, die van confessionele ontrouw niet kon worden beschuldigd, alleen omdat hij het tegen , , gangbare meningen" op durfde te nemen, suspect werd verklaard en straks èn als Dienaar des Woords èn als Hoogleraar door de Generale Synode werd afgezet. Hiermee scheen Prof. Schilder de School, die hij zo van ganser harte liefhad, voor goed kwijt geraakt te zijn. Maar God heeft het anders beschikt.

De Kerken hebben zich van de onzalige besluiten van de synodes vrijgemaakt en zij hebben gezegd: Prof. Schilder, wat die synodes ook hebben gezegd, gij blijft Hoogleraar aan onze School.

Sindsdien is de band tussen Prof. Schilder en de School inniger geworden dan zij ooit tevoren was.

Door de onrechtvaardige handelingen der Synodes was de Theologische Hogeschool haar gebouwen, haar bibliotheek, in één woord, alles kwijt geraakt.

Het is een wonder van Gods goedheid, d^t zij, onmiddellijk na de oorlog, weer een kostelijk gebouw had, weer een bibliotheek kreeg en haar arbeid onverhinderd kon voortzetten.

Dat is Gods Hand over ons geweest.

Maar het instrument, dat de Heere daartoe willen gebruiken was Prof. Schilder. heeft

Ach, wat heeft hij in die bange, duistere, laatste oorlogswinter gezwoegd in het Noorden van het land om kapitaal te vergaderen uit de gehoorzame^ Kerken; hoe heeft hij zijn invloed laten gelden héél het land door.

En zijn werk is gezegend.

De duizenden kwamen binnen. Wonderbaarlijk.

Van de menselijke zijde gezien is die School daar in de Broederstraat, dat imposante gebouw, het werk van Schilder.

En daar, aan die School, in dat gebouw, heeft hij als Hoogleraar gewerkt.

Gewerkt zeg ik.

Met een grenzeloze toewijding. In trouw. voorbeeldeloze

Het onderwijs in de Dogmatiek, de Ethiek, de Encyclopaedic, de Philosophie, de Christelijke Religie, was op zijn sterke schouders gelegd. •

En in al die vakken heeft hij dat onderwijs gegeven op de hem eigene, geniale wijze.

Men hoort er tegenwoordig wel eens over klagen, dat onze studenten zo lang studeren en de vraag wordt gesteld: „hoe komt dat? "

Ik voor mij zou daarop willen antwoorden: dit komt voor een deel hieruit voort, dat de taak, die de studenten nu opgedragen krijgen, zwaarder is dan die wij in onze dagen hadden te verwerken; ongetwijfeld. Maar veel meer schrijf ik dat verschijnsel van „lang studeren" hieraan toe, dat door de wijze van doceren van al onze Hoogleraren, maar vooral van Prof. Schilder, de lust tot studie wordt gewekt, de begeerte, zich niet tevreden te stellen met het van buiten leren van een stukje dogmatiek, een stukje kerkgeschiedenis, maar dieper in de dingen door te dringen, zich een eigen, welgefundeerde kijk te verwerven op de zaken, waarover het gaat. Ik weet, dat dit overdreven kan worden, maar even zeker ben ik er van, dat in de toekomst de Kerken zich zullen verheugen in de vruchten van deze arbeid van Prof. Schilder.

Een toegewijd, een trouw werker, die door zijn geniale gaven en zijn ijzersterk gestel meer heeft kunnen doen en heeft gedaan, dan van een mens kan worden verwacht.

En bij dit alles, wat een zeldzaam „goed" mens was hij. Welwillend, vriendelijk, hulpvaardig, bescheiden. Iemand, die gedurende de laatste jaren veel met hem in aanraking kwam, zei een paar weken geleden: „hoe beter ge hem leert kennen, hoe meer ge van hem gaat houden."

Een ander, die zeer nauw met hem samenwerkte, getuigde: „een man van goud".

Wat dit betekende voor een Hoogleraar in zijn samenwerking met de andere Hoogleraren en de curatoren, hoe dit de gang van het onderwijs aan de School ten goede kwam, behoeft waarlijk niet te worden gezegd.

Waarlijk, in Prof. Schilder had onze Theologische Hogeschool en hadden, in die School, onze Kerken een wonderbaar Godsgeschenk gekregen, van de waarde waarvan wij dikwijls te weinig overtuigd zijn geweest.

En nu is hij ons ontvallen.

Onverwacht.

Zon toch de arbeid, die hij op zijn schouders laadde, zijn werken, bij dag en nacht, hem te zwaar zijn geweest en deze sterke eik hebben doen breken?

Nu is hij ons ontvallen.

De zucht van smartehjke verbazing, die ik gisteren door de gemeente hoorde varen, toen ik haar mededeling deed van het sterven van Prof. Schilder, die zucht hoor ik gaan door al onze Kerken.

En daar is reden voor.

Wij verliezen zoveel in hem.

Een niet te vervangen Hoogleraar.

Maar ook een „kerkvader".

Neen, men make zich niet ongerust; ik bedoel niet Prof. Schilder hiermee te zetten, zo maar, op één lijn met Augustinus en dergelijken.

Ik neem „kerkvader" hier in de zin van een man, die zich aan de Kerken verbonden gevoelde in vader- Ujke liefde, in vaderlijke zorg.

Hij droeg die Kerken op zijn hart. In de letterlijke zin van het woord heeft hij in de laatste dagen geschreid om de moeilijkheden in haar leven.

Hoe heeft hij geworsteld om die moeilijkheden weggenomen te krijgen.

Zouden wij dan niet zuchten, nu zulk een man, zulk een broeder ons ontviel?

En toch —, laten wij niet zuchten, ~alsof nu de kerken verloren zouden zijn. Niet in handen van mensen, wie zij zijn mogen, rust het lot van de Kerk.

Dat ligt in de handen van de Almachtige God Jakobs. En daar is het en daar blijft het veilig.

Wat de Heere bedoelt met dit sterven weten wij niet.

Ik hoop zo van harte, dat de gloed van de smart, die dit sterven door de Kerk drijft, die Kerken aanéén zal smeden in waarachtige eenheid, dat verdwijnen de kloven, die er nu, hier en ginds gezien worden.

En dat wij voortgaan in getrouwheid; het oog, in het geloof, op de Heere.

Nog eens; „Schilder is ons ontnomen".

Maar hij is er nog.

Hij is nu ingegaan in de rust.

Wij hadden hem zo graag gegund, dat hij nog had beleefd de eerste promotie aan onze School, als kroon op zijn werken om voor de School de uitoefening van haar promotierecht te verkrijgen.

De Heere had dat niet voor hem weggelegd.

Boven de smart daarover is hij nu verheven.

Jaren geleden reeds, toen ik een keer met hem in een auto reed langs de weg door het Noorderplantsoen hier in Groningen, zeide hij: „Ik ben klaar om te sterven, alléén, het dunkt mij, bij de gedachte aan de dood, dat zoveel werk ongedaan achter zou blijven". Welnu veel werk is ongedaan gebleven. En zo zou, het, hoe lang hij ook nog zou hebben mogen leven, gebleven zijn.

Maar hoe heerlijk te weten, dat hij klaar was om te sterven.

De Heere zal wel zorgen, als wij op Hem vertrouwen en het bij Hem zoeken, dat het met ons op aarde goed gaat. Hij is niet van mensen afhankelijk. En Schilder is nu in de hemel. "

Wat zal dat een rust voor hem zijn, die op aarde dag en nacht door zijn werk werd gejaagd. Wat zal dat een vrede zijn voor hem, die hier dag en nacht streed voor de vrede in de Kerk des Heeren.

Wat zal dat een weelde voor hem zijn, die hier worstelde om de zin van het Woord te verstaan, daar in te mogen blikken in de diepten van Gods Openbaring.

„Ik zal ontwaakt Uw lof ontvouwen, U in gerechtigheid aanschouwen. Verzadigd met Uw goddelijk beeld".

God de Heere trooste de zeer bedroefde familie en met hen ons allen, die nu zozéér verslagen zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 maart 1952

De Reformatie | 20 Pagina's

PROF. Dr K. SCHILDER

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 maart 1952

De Reformatie | 20 Pagina's

PDF Bekijken