GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Buitenland

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Buitenland

9 minuten leestijd

Duitschland. De Berlijners en de eulenaars. (II.)

Het moest tot een strijd komen tusschen de annen die de richting van Bgrlijn en hen die e richting van Keulen volgden. De Berlijnsche akvereenigingen groeiden niet; de „Chr. Geerkschaften" namen in bloei en ledental toe. e Berlijners klaagden toen de Keulenaars bij en paus aan, dat hun interconfessioneel standunt voor de Roomsche kerk gevaarlijk was, erwijl zij er op wezen dat hunne onafhankelijke ouding verzet tegen de hiërarchie moest heeten. a strijd werd zoo bitter, dat tegen het einde an 1910 de Pruisische bisschoppen de Berijners verboden de Christelijke werkliedenvereaigingen te verketteren en van de Keulenaars erlangden, dat zij het zwaard in de scheede ouden steken. Maar de Bsrlijners gaven toch un pleit niet op. De aartsbisschop van Keulen, ischer, kwam in Nov. 1910 van Rome terug n liet toen een herderlijk schrijven van alle ansels voorlezen, waarin te kennen werd geeven dat de paus hem beslist verklaard had, at hij neutraal tegenover beide richtingen stond n er niet aan dacht de Christelijke werkliedenereenigingen te veroordeelen. In het begin van it jaar gaven ook de bisschoppen van Paderorn en Hildesheim hun vertrouwen in de Chr. erkliedenveieenigingen te kennen.

Maar door de Berlijners werd opnieuw bij l en paus geageerd. Er verscheen eea werkje, etiteld, „de waarheid over den strijd aangaande e werkUedenvereenigingen der Duitscise Kathoieken", waarin het streven van de Chr. werkedenvereenigingen verdacht gemaakt werd. Op inksteren hielden de Berlijnsche vakveresnii^igen haar jaarvergadering. Zij hadden haren oorzitter tevoren met een St. Pieterspenning n esn adres van hulde naar den paus gezonden n in dit adres stond de klacht, dat zij bestreden erden door hen „die leerden dat het streven aar verbetering van loon en atbeidsroorwaarden ls een auiver maatschappelijke zaak met den odsdienst niets uitstaande heeft en dat daarom ie organisaties welke dit streven volgden, als oodanig aan de jurisdictie van de kerk niet nderworpen waren". Daarmede waren natuurlijk e Christelijke werkUedenvereenigingen bedoeld. an de Berlijnsche vakvereenigingen zond de aus dan ook een sympathiek telegram terwijl e leden der Christelijke werkliedeavereeniging ermaand werden „niet alleen in het private even, maar ook in het optreden naar buiten, e leeringen en wenken van den Heiligen Stoel etrouw te volgen, vooral die welke in de ncycliek rerum novarum waren neergelegd".

Dit was duidelijk genoeg, maar nog duideijker klonken de woorden van den paus tot en voorzitter der Berlijnsche deputatie. Daarbij erklaarde dere, dat hij het streven der Berlijners oedkeurde. „Den anderen kaa ik niet bijvallen; k veroordeel hen niet, want het is niet mijne aak te veroordeelen, maar hunne beginselen, ie verkeerd zijn, kan ik niet goedkeuren". Wanneer de maatschappelijke zijde van het even van den godsdienst gescheiden wordt, oodat de religie niet den geheelen mensch en e geheele organisatie doordringt, dan kunnen e verderfelijke gevolgen niet uitblijven". „Het zeggen, dat de afzonderlijke leden aan het gezag der kerk onderworpen zijn, maar niet de organisatie als zoodanig, is geheel verkeerd, onhoudbaar en ondenkbaar. De kerk heeft ook over de organisaties te gebieden? "

Men moet hierbij in aanmerking nemen, welke beteekenis in den laatsten tijd de Christelijke werkUedenvereenigingen voor het maatschappelijke en staatkundige leven gekregen hebben. Bij de verkiezingen voor den Rijksdag in Januari, die aan de rooden 110 leden in deze vergadering bezorgden, X hebben zij de kiesdistricten van Bochum en Duisburg aan de sociaal-democraten ontrukt, ten b^te van de nationaalliberalen en van het centrum, waardoor zij bewezen dat zij op het gebied van de politiek neutraal zijn. Daarbij komt, dat door de Christelijke werkliedenvereeniging de werkstaking in het Ruhrgebied mislukte; het plan om de staking der mijnwerkers in Engeland ook in Duitschland over te brengen, kon niet worden uitgevoerd en daardoor werd bet land een onwaardeerbaren dienst bewezen. Nog ligt de schitterende manier, waarop de sociaal-democratriscbe vertegenwoordigers der mijnarbeiders door de leiders der Chr. werkUedenvereenigingen in den Rijksdag werden te woord gestaan en terechtgewezen, versch in het geheugen. Dat de organisatie der Chr. werklieden —door de sociaal-democraten en de hnkerzijde, die met hen in bond ging, gloeiend gehaat, en door anderen met blijdschap begroet, omdat van haar verwacht wordt dat zij een begin maken zal om de arbeiders weder voor het vaderland en den Godsdienst te winnen, — door den paus bestreden en daardoor wellicht in hare verdere ontwikkeling geknakt werd, moest wel groot opzien wekken. De sociaaldemocraten juichten!

Doch de leiders der Chr. Vereenigingen lieten zich door niets uit het veld slaan. Zij verklaarden dat zij vasthielden aan „de saamwerking van Rooraschen en Evangelischen op maatschappelijk gebied met eerbiediging van ieders Godsdienstige overtuiging". Ja, zij besloten niet uit den weg te gaan voor een pauselijk verbod. Hun organisatie noemden zij een levende werkelijkheid. „De leden der Chr. vereenigingen hebben meer dan 30 millioen mark bijeengebracht; zij bezitten een vermogen van 7 millioen; zij hebben tegenover hunne 360.000 leden dagelijksche verplichtingen. Zij nebben rond duizend tariefovereenkomsten gesloten. Zij staan en vallen met de nationale toekomstige ontwikkeling van ons vaderland", aizoo verklaarden zij.

Dit optreden heeft uitwerking gehad. Bijna negentienden van de Roomsche pers nam het voor de Chr. werkUedenvereenigingen op. De Rijkskanseller werd ook in de zaak gemoeid en de Deutsch-Evangelische Korrespondenz] deelt mede, dat zij uit goede bron vernomen heeft, dat de Pruisische regeering aan het Vaticaan te kennen gaf, dat wanneer de paus de Christelijke werkUedenvereenigingen verbood of veroordeelde, aanstonds het Pruisische gezantschap zou opgeheven worden. Wat daarvan waar is, zal wel nooit bekend worden. Maar op de een of andere manier zal de Pruisische regeering wel ingegrepen hebben. Men roept nu: „de Christelijke werkUedenvereenigingen kunnen zonder de bescherming van de Pruisische regeering niet meer bestaan". Het is te verstaan dat een regeering, die duidelijk ervaren heeft welk een kracht ten goede de Christliche Gewerkschaften waren op een oogenblik toen de werkstaking in de steenkolenmijnen van uit Engeland ook in Duitschland een staking van mijnwerkers ten gevolge had, het den paus kwalijk neemt, dat hij de ontwikkeling dier vereeniging moeilijkheden in den weg stelt.

Engeland. De kerk en de sociale nooden. Brotherhood societies. Ritualistische neigingen.

In de laatste 12 maanden is het nationale even van Engeland zeer geschokt geworden door groote werkstakingen, die elkander na korte tusschenpoozen opvolgden. Evenals ten onzent is men in kerkelijke kringen het niet eens over de beantwootdiag van de vraag, welke de roeping van de kerk des Heeren ten opzichte van den maatschappelijken strijd is. Dit is zeker, dat sociale vraagstukken op verschillende kerkelijke vergaderingen behandeld werden; zoowel op het officieuse kerkelijke congres der Anglicaansche Kerk, als op vergaderingen van vrije kerken. Een woord werd gesproken door een leider van werkUeden Ramsüiy Macdonald op een mannen vergadering in vetöand met de algemeene vergadering der Vereenigde Vrije kerk van Schotland. Hij zeide, dat de kerk de ziel en het geweten der natie is, die zich geroepen moet s'.caten de beginselen van waarheid en gerechtigheid te verdedigen. Hij verlangde niet dat de predikant zóó predikte, alsof hij in het parlement of op eene pattijvergadering het woord voerde. Eene kerk waarin het zóó toeging, zou hij verlaten, want hij meende dat hij daarvoor meer bekwaam was als een predikant. Hij verwachtte van de kerk, dat zij zijn gemoed zou reinigen en hem zou zoeken te^brengen tot een geloofsvertrouwen, waardoor ook de donkerste dag verlicht werd. De Anglicaansche aartsbisschop van Canterbury beval der gemeente naar aanleiding van een uitgebroken werkstaking het volgende gebed aan: „O God, die ons aller Vader zijt en DieaUeen alle menschen één van zin maken kunt, wij bidden U in deze dagen van strijd en beroering dat door de kracht Uws HËligen Geestes de wederzijdsche broederlijke lieföe gevoeld worde. Neem allen toorn en bitterheid weg en vermeerder in . ons den zin voor waarheid en billijkheid bij ons onderling verkeer, om der wiUe van onzen Heere Jezus Christus, uwen Zoon".

Om Christelijken, broederlijken cin te bever-

deren en ten einde sociale tegenstellingen te verzoenen, zijn in Engeland „Brotherhood Societies" gesticht, die in het laatste jaar zeer toenamen. Onder het devies: „Een is uw Meester, Christus, en gij zijt allen] broeders", hebben deze velen, die van de Kerk vervreemd waren, vooral mannen, tot eenvoudige Godsdienstoefeningen, voordrachten, debatten vergaderd en menschen van verschillenden stand nader tot. elkander gebracht. Op de laatste conferentie in „Whltefields Tabernacle" te Londen waren vertegenwoordigers van ao.ooo broeder-en zusterschappen, die ongeveer 600.000 leden tellen, aanwezig. Of men niet beter doen zou om te trachten hen, die afgedwaald zijn van hunne Kerk, weder tot de gemeenschap der ïCerk terug te voeren? Alle Kerken klagen dat haar ledental afneemt, en wanneer dan de arbeid van vele Christenen in den lande aangewend wordt om Christelijke vereenigingen te stichten, dan wordt de Kerk des Heeren als vanzelf op den achtergrond geschoven.

Wanneer men indenkt voor welk een taak de Kerk des Heeren in deze dagen staat, zou men licht meenen, dat de strijd die in de Anglicaansche Kerk gestreden wordt over het kleed der ambtsdragers, eigenlijk kinderachtig is. Wat doet het er eigenlijk toe, of degeen die het H. Avondmaal bedient, een zwart of een wit of een gekleurd kleed draagt? Maar de partijen in de Anglicaansche Kerk weten zeer wel, dat de vraag welke kleederen er in de kerk door de predikanten zullen gedragen worden, niet een vraag is van decorum, maar dat daarachter de vraag ligt, of men in de Anglicaansche kerk al dan niet zooveel mogelijk het Roomsche ceremonieel zal volgen, hetgeen dan weer samenhangt met de opvatting die men van het Sacrament heeft. In minstens 1500 kerken van Engeland draagt de predikant bij het Avondmaal een kleed, dat veel op da van de £.oomsche priesters gelijkt; en in die gemeenten neigt men er toe om het Sacrament ^s het Roomsche misoffer op te vatten, de Avondmaaisgebeden worden onhoorbaar en de „communie" wordt dan ook zonder communicanten gevierd. Kortom, uit het Avondmaal wordt van lieverlede de mis geboren. Daarmede komt overeen, dat in ag kerken der Londensche diocese het „Allerzielenfeest" gevierd werd. Over het algemeen is het Zuiden van Engeland meer RituaMstischgezind dan het Noorden. Wij houden het er voor dat ook in Engeland door de inwendige verdeeldheid der Kerk scheiding van Kerk en Staat wordt voorbereid. De Staat is geroepen het Ritualistisch streven te wederstaau; de meerderheid der Anglicanen bezit de neiging tot het wederinvoeren van Roomsche leeiingen en praktijken, en daarom ligt het voor de hand, dat de Overheid eenmaal aan de Staatskerk vrijheid geeft om zelve te beslissen, wat in haar boezem recht van bestaan aal hebben en wat niet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 1912

De Heraut | 2 Pagina's

Buitenland

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 1912

De Heraut | 2 Pagina's