GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Leestafel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Leestafel

10 minuten leestijd

1. L. E. LEVENSBEELDEN. Utrecht. — G. J. Ruys. — 1915.

De ontvangst van dit mij, door den uitgever, ter beoordeeling toegezonden nieuwe boek van L. E., was mij een aangename verrassing.

LEVENSBEELDEN toch was mij oaverwacht tot bewijzend teeken, dat de Schrijfster, wier riaam zoo bescheiden wegduikt achter zijn initialen L. E., haar literairen arbeid, waarvan ik geruimen tijd niets gemerkt had, voortzet. En ik ben daar bhj om, want voor mij is deze arbeid van Mejuffrouw L. E., uit wat ik daarvan in andere, vroeger hier ook besproken producten gezien heb, een verrijking onzer nationale literatuur.

De geïllustreerde omslag van dit boek moge op het eerste gezicht wat vreemd aandoen, toch is hij niet vreemd aan den inhoud van dit boek, waarin de Schrijfster opnieuw verwerkt haar, uit biographiëen en oude familiepapieren geputte stof, tot aristocratische en pratricische levensbeelden.

Voor op dien omslag, boven den titel LEVENS-BEELDEN, een teekening van het kasteel HÜLS-HOFF bij MUNSTER in WESTFALEN, met er onder den naam van dit Riddergoed en dan links van dien naam, het familie-wapen DROSTE-HÜLSHOFF en rechts het stads-wapen van MUNSTER. Op den rug van den omslag, onder den titel LEVENSBEELDEN, het gemeente-wapen van DEURNE in ons BRABANT en boven den titel het wapen der familie CAESTECKER, waarvan een der leden. Heer Louvs, in 1701, Drossaard der hooge heerlijkheid DEURNE en LIESSEL was. En dan achter op den omslag het familie-wapen der BOURBONS.

Krijg nu 'n boek in zoo'n omslag onder de oogen en, wanneer je dan niét verwant bent aan de familie KEGGE, die, naar vasten stelregel, van „groote heeren en adellijke hanzen" niets hebben moet, en wanneer je ook niét, vanwege het onchristelijk - of, wat in onzen tijd waarin je, als bij de tomaten, zelfs groen kunt zien rood worden, ook wel voorkomt, vanwege het christelijk-Sbcialisme, mee doet aan den „klas­ sen-strijd" — dan, zeg ik, gaat het je bij het zien van 'n boek in zoo'n pmslag, niet anders dan wanneer je dienstbode, onder het zeggen, dat 'n meneer ifeagt of er ook belet is, je overhandigt 'n visitekaartje met 'n kroontje boven een klinkenden geslachtsnaam. Want, evenals je dan, na ontvangst van zoo'n visitekaartje, vrij van vrees voor in-botsing-komen met de KEGGE-maxime of voor „gemaaP'-krijgen met „de partijgenooten" over je, uit eerbied betoon .tegenover aristocratie en patriciaat, zonneklaar gebleken heulen met het vijandelijk kamp, in streelend vooruitzicht op vereefende kennismaking, naar je bezoeker gaat en hem, met passende onderscheiding ontvangt, — evenzoo wekt dan reeds het zien van een omslag als die van L. E.'s boek je lust tot kennismaking met de, in het boek zelf, beschreven personen en toestanden uit voornaam historischlevensmilieu, en je zet je dan ook, met een gevoel van distinctie tegenover dat milieu, aan het lezen.

Nu kan de, door zoo'n als bovenvermeld visite-kaartje gewekte verwachting ook wel eens op teleurstelling uitloopen. Mij overkwam dit eens met 'n bezoeker, die zich al spoedig ontpopte als reiziger in wijnen.

En zoo kan het ook wel eens gaan met 'n boek in 'n omslag als die van L. E.'s boek. Maar, met dit haar boek is het toch niet zoo. Met zijn inhoud komt en blijft ge over het geheel in verkeer met voorname personages.

Want al doet het gezin CAESTECKER voor dat van een Drost wel wat burgerlijk, de heer LouYS was dan ook de eerste van zijn geslacht, die het tot magistraat had gebracht en dat te DEURNE, een dorp in de GENERALITEITSLANDEN. Alleen voor de STUDIE, die aan de historische novelle^ waarin DEURNE de plaats der handeling is, voorafgaat, voor de STUDIE over het Westfaalsche volk van vóór nog geen eeuw geleden, zou men, wat betreft dat in verkeer blijven met voorname personages, een uitzondering kunnen maken. Maar die STUDIE dunkt nrij slechts een bijlage te zijn van die andere waarmee het boek begint, van die over de roomsche dichteres Freule ANNETTE VON DROSTE-HüLSHOFF en de STUDIE waarmee het boek eindigt, gaat over niemand minder dan MADAME ROYALE, de ongelukkige dochter van LODEWIJK XVI en MARIE ANTOINETTE.

Wanneer ik de vier onderdeelen van haar boek als boven qualificeer, zal mej. L. E, daar wel geen bezwaar tegen hebben, want noch het eerste en tweede, noch het vierde kunnen aanspraak maken op den naam van historische NOVELLE. Deze drie zijn historische STUDIËN en al is de vorm niet zonder artisticiteit, zij vallen niet onder het genre »fraaie«, maar onder dat der »nuttige« letteren. Anders is dit met het derde onderdeel, maar laat mij eerst iets over de drie STUDIËN vertellen.

De eerste heeft tot titel: ANNETTE VON DROSTE-HÜLSHOFF.

»In Nederland kennen slechts weinigen haar, " schrijft L. E. en blijkbaar wil zij met deze haar STUDIE de aandacht van haar landgenooten vestigen op deze christelijke dichteres van adellijken huize, op deze Westfaalsche, geboren den lOen Januari 1797 op het riddergoed HÜLSHOFF bij MUNSTER en gestorven den 18en Mei 1848.

En ANNETTE VON DROSTE verdient door haar werken, dat zij ook in NEDERLAND meer gelezen wordt. Zeker, anti-papistische felheid, waarvan wij in de laatste weken in NEDERLAND weer onverkwikkelijke staaltjes gezien hebben, zal van de poëzie dezer katholieke, die onder meer: DAS GEISTLICHE JAHR schreef— 72 liederen: voor eiken Zondag één, voor de feestdagen en voor de dagen van de »stille week" — niets hebben moeten. Maar, dis bij VOETIUS, die zelfs de mystieke poëzie der JESUÏTEN kon genieten, staat het bij ons, CALVINISTEN daar anders mee.

Aan deze STUDIE is blijkbaar heel wat werk voorafgegaan.

Uit de beschrijving van het Westfaalsche milieu vermoed ik, dat Mej. L. C. zelf het vaderland van ANNETTE bezocht heeft. Indien niet, en zij alzoo haar geographische en ethnographische kennis van WESTFALEN uit de boeken heeft, dan maak ik haar een soortgelijk compliment als die Engelschman aan KANT maakte, toen hij hem in KONINGSBERG over LONDEN hoorde doceeren. Met de werken van FREULE VON DROSTE is L. C, ook al citeert zij meest uit »DAS GEISTLICHE JAHR", uit de andere niet dan spaarzamelijk, blijkbaar niet onbekend. En als ik mij niet sterk vergis, heeft zij voor haar STUDIE ijverig gebruik gemaakt van LEVIN SCHÜCKING'S : ANNETTE VON DROSTE en van diens, na zijn dood uitgekomen: BRIEFE VON ANNETTE VON DROS'J'E AN LEVIN SCHÜCKING.

Dus voorbereid heeft Mej. L. E. in haar STUDIE een „Levensbeeld" van ANNETTE geleverd. Maar, en zij moge mij deze opmerking ten goede houden, zij heeft dit gedaan, zooals het óok gedaan heeft de kunstenaar, die beitelde het beeld der dichteres, dat staat in een der parkeu van MUNSTER. Nu weet ik wel, dat het vrij moeielijk is om ook te beschrijven het heel innerlijk zielbeweeg van deze dichteres, in wier poëzie het lyrische element niet is het sterkste, maar juist in haar DAS GEISTLICHE JAHR komt dat lyrische, ook wanneer zij haar, tot zonde geworden twijfel in ziele-bangheid uitzingt, zooals L. C. blijkens haar citaat op 13, ook zelf gevoeld heeft, wél aan den dag.

Bij dieper indringen, en wellicht ook, bij langer op zich laten „inwerken" niet alleen van de „brieven" en van DAS GEISTLICHE JAHR, maar van heel ANNETTE'S literaire nalatenscliap waarin zich ook achter den „humor" de „smart" verbergt, zou het „leven" dezer „aristokrate van den geest" door L. C. meer doorvoeld zijn. j Dit, van de levenbeelden der „velen", met zijn „hoogsels en diepsels" zoo vér afstaande en naar zijn, onder de zintuigelijke waarneming vallende verschijning door de schrijfster met zooveel liefdevolle nauwkeurigheid gereconstrueerd levenbeeld zou alsdan aan intimiteit hebben gewonnen.

Toch ben ik, ook zóó, Mej. L. C. voor dit LEVENSBEELD dankbaar. Het verkeer in het voorname, zoo goed beschreven milieu, waarin het verplaatst, is op zich zelf een genot. Maar bovendien heb ik, als bij het zien van een J klassiek drama, met Freule AN^ÏTE VAN DROSTE-HÜLSHOFF, in haar vaak droeve en angstige levensomstandigheden, eenige—oogenbUkken meegeleefd en daarvan de reiniging op mijn gemoedsleven ondervonden. Ook heeft het mij de dichteres zelf nader gebracht en ik wensch mét L. C, dat het dit ook velen onzer landgenooten mag doen en dat zij dan maar eens beginnen met zich aan te schaffen DAS GEISTLICHE JAHR, een boekje van, zooals de Schrijfster zegt: $maar 30 Hollandsche centen «.

Over de tweede STUDIE : EEN EN ANDER OVER WESTFALEN, kan ik kort zijn. Zij is feitelijk met haar 15 bladzijden niet meer dan een toevoegsel bij de voorafgaande van 40. Toch heeft de Schrijfster goed gedaan haar niet achter te houden. H^t aan HOLSCHE'S beschrijving van WESTPHALEN ontnomen levensbeeld van het arme, verdrukte, maar vrome en vrijheidlievende volk van het WESTFALEN van vóór nog geen eeuw, het volk, dat liever slavenwer"t in HOLLAND verrichtte, dan in Duitschen krijgsdienst te gaan; dat geen ander muziekinstrument bespeelde dan, zooals L. C. zegt, het »klagende orgel" en welks skiekerss en skiekerinnen», de bedenkelijke gave van «second sight» hadden; dat volk, ook door zijn taal aan onze oostelijke landgenooten verwant en toch door dezen, als zij voor hen turf kwamen steken, niet beter dan lastvee geacht, en dat dan onder dien eentonigen arbeid uren lang geen woord zei, zoodat L. C. verzekert: »Het zwijgen als een mof» doelt op de Westphalers; dit zoo navrante levensbeeld van het volk waaronder ook Freule van DROSTE-HÜLSHOFF verkeerd heeft, zou ik niet gaarne in den bundel gemist hebben. Het verklaart mij, de verwijdering, die, op het laatst van haar leven ontstaan is tusschen ANNETTE en haar zooveel jongeren vriend LEVIN SCHÜCKING, welke desniettemin de biograaf van zijn vroegere beschermster is geworden.

Zij, wel meer dan PLATO, voelend voor het bijzondere, »liefdevol voor den armsten bedelaar aan haar deur», (p. 39) maar niets voelend voor het algemeene; hij, als PLATO, zij het ook niet zoo breed, ziende dat algemeene, en dus ook de gemeenschap. Hij, als - zij en PLATO, van aristokratischen huize, maar, als die twee, in zijn jonge jaren bij ondervinding kennend den harden strijd om het bestaan en, düs meelijdend, ook medevoelend met het volk, als WESTFALER, met zijn volk en toen opstandig geworden, neigend tot > de revolutionaire denkbeelden van '48.«

De laatste en derde STUDIE: EN KONINGS­ DOCHTER, geeft het levensbeeld van MARIE THERÈSE CHARLOTTE, van MADAME ROYALE. Als uitbeelding van zieleleven staat het niet boven dat van ANNETTE VON DROST*. Maar, omdat de Koningsdochter zooveel meer doorleefd heeft, dan de Westfaalsche Freule, is haar leven, naar zijn uitwendig gebeuren, zooveel interessanter. En L. C. weet, als goede stiUste, dat alles zóó te vertellen, dat ge er geen oogenblik uw belangstelling bij verliest. De lezing van deze STUDIE frischt uw kennis van de historie uit den tijd der groote revolutie en dien der eerste helft van de vorige eeuw weer op; wekt uw deernis met, de in haar kinderjaren en ook later, zoo zwaar beproefde; uw eerbied voor de katholieke Christin en voor „de waarheidslievende, die nooit een Hef gezicht zou zetten als zij het niet meende, de onbuigzame, die van schikken en plooien niets verstond? (p. 214); en gij verstaat het, hoe men de eerste woorden uit Klaagliederen 1 : 12 op het graf van deze Koningsdochter heeft kunnen beitelen.

En nu, de historische NOVELLE.

Zeker niet het minst geslaagde stuk uit LEVENSBEELDEN.

Maar d^rover, om meer dan één reden, een volgend maal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 juni 1915

De Heraut | 4 Pagina's

Leestafel

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 juni 1915

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken