GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Doop en Besnijdenis.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Doop en Besnijdenis.

4 minuten leestijd

V. S. te W. vraagt naar de reden van het verschil in' dei verhouding der twee sexen tot het eerste der twee Sacramenten onder Oude en Nieuwe Bedeeling, m.a.w. hoe het komt, dat, terwijl onder het Oude Verbond alleen het mannelijk geslacht de Besnijdenis ontving, thans óók de kindexen van het vrouwelijk geslacht den H. Doop ontvangen.

Ofschoon de inzendex in elke Catechismusverklaring het antwoox-d op zijn vraag kan vinden, wil ik haar toch wel even beantwoorden.

'k Begin dan met onder zijn aandacht te bi«ngen, dat de bediening van den H. Doop aan beide sexen niet maar een gebruik is, dat de Christelijke kerk invoerde, maar evengoed als de uitsluiting dei vrouwen van de Besnijdenis onder de Oude Bedeeling gegrond is op de H. Schrift.

Uit Hand. 16:18, den Doop van Lydia, blijkt, om nu alleen dit ééne vooxbeeld te noemen, dat de Apostelen zoowel vrouwen als mannen doopten.

Oppervlakkig is hierin iets bevreemdends, wijl de Doop in de plaats der Besnijdenis kwam, en de Heere zelf, bij de Viexbondssluiting met Abraham, de bediening der Besnijdenis uitdrukkelijk beperkte tot de kindexen van het mannelijk geslacht.

Het feit, dat de Besnijdenis, die God, in aansluiting aan een bij tal van oude Oostersche volken bestaande zede, ten teeken raxi Zijn Vexbond stelde, bezwaaxlijk aan kindexen van het vxouwelijk geslacht kon worden toegediend', lost het vraagstuk natuurlijk niet op.

Niets verhinderde Hem toch, voox d'e verzegeling van zijn Verbond epn teeken te kiezen, dat zoowel meisjes als jongens konden ontvangen.

De uitsluiting der ééne sexe van het eerste teeken •des Verbonds was derhalve door God gewild en bedoeld; en zoo is er dus reden voox de vraag van V. S., wat van idit onderscheid tusscihen de bediening van Besnijdenis en Dbop grond en strekking mag zijn.

Die grond kan niet geweest zijn, dat de vrouwen onder Israël niet in het Verbond Gods begrepen waren.

Het feit, dat ze liièt de mannen deelnamen aan het Paaschmaal, het tweede Sacrament der oude Bedeeling, bewijst reeds afdoende het tegendeel.

Trouwens, in dat geval zou de strekking van de uitsluiting dex vrouwen van do Besnijdenis, het volk Israël ook niet hebben toegesproken, wijl, naar oud-Oostersche beschouwing — en dat deze ook onder Israël gold bewijzen o.a. de tellingen, waarbij alleen met de mannen gerekend werd — de vrouwen in de mannen 'begrepien waren.

Doch daarmee zijn we nu toegekomen aan wat het antwooxd geeft op de gestelde vraag.

Deze verhouding toch van de beide sexen wijst op een terugzetting van de vrouw bij den man onder het Israëlitische zoowel als onder alle andere Oostersche volken.

En dat de Heexe, bij de instelling der Besnijdenis deze achteïstelling van de vrouw aanvaardde en ijkte, zegt ons, dat naar Zijn bedoeling de vrouw binnen het Verbond in zijn oude bedeeling, metterdaad een lagexe plaats innam dan de man.

Het was een hexinnering aan het feit, dat in hel Paxadijs de vrouw de eexste was in de oivextreding van Gods gebod, en de verleidster van den man een herinnering, die zelfs in het N. Testament nog naklinkt (1 Tim. 2:14).

Als een donkere wolk bleef deze herinnering hangen boven haar hoofd, en de schadüT|^ ervan haar levensstgiat drukken, ' zoolang het „zalad der vrouw" niet gekomen was, om haar te verdrijven.

Doch toen het kwam wéék dei wolk.

Maria wordt, om het Kindeke dat ze baien zal, dooxhet Woord Gods in Gabriels begroeting, gezet in den glans van de „gezegende onder de vrouwen".

En als Christus; in vernedexing en verhooging, „der slang-den kop heeft vermoxzeld", is de eexe der vrouw hersteld en mag ze in het Vexbond der genade het beschaamde hoofd' weer opheffen naast den man.

In Christus is ze weer zij'n gelijke geworden.

In Christus is „noch Jood nocli Griek, nocih dienstbare noch vrije, daarin is geen man en - vrouw. Want zij allen zijn één in Christus" (-Gal. 3 28).

En dat komt dan tot uitdrukking, óók in haar' Doop.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 1927

De Reformatie | 8 Pagina's

Doop en Besnijdenis.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 1927

De Reformatie | 8 Pagina's